Gemeentelijke regelgeving

Richtlijnen bijzondere bijstand Blaricum 2026

Gemeente Blaricum · geldt sinds 10 april 2026

Aanhef

1De Richtlijnen Bijzondere Bijstand 2026 met ingangsdatum 1 april 2026 vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van de huidige Richtlijnen Bijzondere Bijstand.

2Hoofdstuk 7 van de beleidsregels Sociaal Domein Blaricum 2023 per direct in te trekken en deze intrekking te publiceren in het gemeenteblad.

3. Drempelbedrag, inkomen en vermogen

3.4 Bepaling van het vermogen

3.4.1 Vermogensvrijlatingen

1Een immateriële schadevergoeding die wordt vrijgelaten voor de algemene bijstand, op grond van artikel 31, lid 2 onder l en m, laten we ook vrij voor de bijzondere bijstand.

2Er geldt een extra vermogensvrijlating van maximaal € 6000 als er sprake is van uitvaartreservering. Dit betekent dat de belanghebbende geld apart heeft gezet voor de uitvaart en dat dit bedrag niet eerder is of wordt opgenomen. Deze vrijlating geldt alleen als de belanghebbende geen uitvaartverzekering heeft afgesloten. Heeft de belanghebbende een uitvaartverzekering afgesloten tegen een (veel) lager bedrag? Dan kunnen we een bedrag vrijlaten dat gelijk is aan het verschil tussen de verzekeringsdekking en de maximale extra vermogensvrijlating.

3Een auto waarvan de waarde niet hoger is dan € 4000 laten we vrij. We gebruiken de ANWB/BOVAG-lijst om de waarde van de auto te bepalen. Daarbij gaan we uit van de laagste waarde (inkoop door een garagebedrijf). De staat van de auto is daarbij van belang. We kijken bijvoorbeeld of hij schadevrij is en hoeveel kilometer er op de teller staat. Wijkt de staat af van wat normaal is? Bijvoorbeeld omdat de auto schade heeft of een hoge kilometerstand? Dan vragen we de waarde op bij een garage.

3.5 Draagkracht

3.5.1 Draagkracht uit vermogen

1We laten het vermogen buiten beschouwing tot aan de grens uit artikel 34, lid 3 van de Participatiewet. Het vermogen boven deze grens nemen we volledig mee bij de bepaling van de draagkracht. Dit betekent ook dat de vrijlating van artikel 34, lid 2 onder c van de Participatiewet niet geldt.

2Voor de volgende kosten nemen we het volledige vermogen mee bij het bepalen van de draagkracht. De vrijlating van artikel 34, lid 3 van de Participatiewet is hierbij niet van toepassing:

a.duurzame gebruiksgoederen

b.verhuizing

c.dubbele woonlasten

d.woninginrichting en kosten van suppletie

e.schulden

f.eerste verhuurnota statushouders

3.5.2 Draagkracht uit inkomen

1Er is geen sprake van draagkracht als het inkomen gelijk is aan of minder is dan 120% van de geldende bijstandsnorm per jaar, inclusief vakantiegeld.

2Het inkomen kan minder worden door buitengewone uitgaven. Er is alléén sprake van buitengewone uitgaven als de inwoner voor die uitgaven geen financiële tegemoetkoming krijgt.

We zien de volgende kosten als buitengewone uitgaven die we aftrekken van het inkomen vóórdat we de draagkracht berekenen:

a.woonkosten, tot het verschil tussen de maximaal mogelijke huurtoeslag op basis van een inkomen op bijstandsniveau en de in werkelijkheid ontvangen huurtoeslag.

b.reiskosten voor woon-werkverkeer die de belanghebbende zelf betaalt. Dit geldt alleen als deze kosten noodzakelijk zijn en de belanghebbende geen andere vergoeding krijgt. De kosten die we meenemen bij de berekening van de draagkracht, stellen we vast op basis van openbaar vervoer tweede klas. Of – als de belanghebbende eigen vervoer gebruikt – op basis van de maximaal fiscaal vrijgestelde kilometervergoeding. De afstand bepalen we aan de hand van de kortste route volgens de ANWB-routeplanner. De eerste 10 kilometer enkele reis nemen we niet mee in de berekening.

c.de verschuldigde en betaalde alimentatie en onderhoudsbijdragen die zijn vastgelegd in een convenant of een rechterlijke uitspraak.

d.de toegepaste draagkracht bij de gemeentelijke belastingen.

3Bij het bepalen van de draagkracht nemen we het inkomen volledig mee als het hoger is dan de bijstandsnorm. Dit geldt voor de volgende kosten:

a.duurzame gebruiksgoederen

b.noodzakelijke bestaanskosten van jongeren van 18, 19 of 20 jaar

c.woonlasten

d.schulden en schuldsanering

e.verhuizing

f.woninginrichting en kosten van suppletie

g.uitvaart

4Er is geen draagkracht uit inkomen als de belanghebbende:

a.begint met het maandelijks aflossen van of het maken van reserveringen voor een schuldregeling via een schuldregelende organisatie.

b.in de wettelijke schuldsanering (Wsnp) zit.

Dit geldt voor de volledige duur van deze regelingen.

5Voor belanghebbenden die permanent in een instelling verblijven en bijzondere bijstand aanvragen, gaan we bij de beoordeling van de draagkracht uit inkomen uit van de bijstandsnorm voor een alleenstaande, zoals bedoeld in de artikelen 21 en 22 van de Participatiewet. Bij de vaststelling van de draagkracht houden we geen rekening met de verschuldigde eigen bijdrage volgens de Wet langdurige zorg (Wlz). Deze bijdrage zien we als onderdeel van de woonlasten in een instelling. Daarom komen ze niet afzonderlijk in aanmerking voor aftrek of compensatie binnen de draagkrachtberekening.

3.5.3 Draagkrachtperiode

1De draagkrachtperiode gaat in op de eerste dag van de maand waarin de oudste kosten zijn gemaakt.

2Wordt de aanvraag gedaan voor kosten die nog gemaakt moeten worden? Dan stellen we het inkomen en vermogen vast op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is gedaan.

3We stellen de draagkracht steeds voor een periode van één jaar vast. We beginnen altijd op de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn gemaakt.

4Bij elke volgende aanvraag binnen het draagkrachtjaar houden we rekening met de vastgestelde jaardraagkracht. De vastgestelde (resterende) draagkracht blijft dus gelden.

Bij periodieke bijzondere bijstand kan de draagkracht uit inkomen omgerekend worden naar een bedrag per maand.

In dit hoofdstuk leggen we uit hoe een aanvraag en eventuele uitbetaling verlopen.

7. Kosten van medische aard

7.1 Algemeen medische kosten

7.1.1 Andere verzekeraars dan de gemeentepolis van Univé

1Vergoeden we noodzakelijke ziektekosten vanuit de bijzondere bijstand? Dan betalen we alleen het deel van de kosten dat de aanvullende verzekering Univé Compleet niet vergoedt.

2Bijzondere bijstand is ook mogelijk als de belanghebbende geen gemeentepolis heeft, maar wel is verzekerd bij een andere verzekeringsmaatschappij. Wij beoordelen de aanvraag dan alsof de belanghebbende via Univé Compleet verzekerd is.

7.3 Extra kosten door ziekte of handicap

7.3.1 Personenalarmering

1Is personenalarmering medisch noodzakelijk voor de belanghebbende? Dan vergoeden we de kosten daarvoor. Als we twijfelen aan deze noodzaak, vragen we om medisch advies.

2We vergoeden een bedrag van € 20 per maand voor de abonnementskosten voor alarmering.

7.3.2 Stookkosten

1Is het voor de belanghebbende medisch noodzakelijk om extra te stoken? Dan vergoeden we de kosten. Als we twijfelen aan deze noodzaak, vragen we om medisch advies.

2We vergoeden een bedrag van € 20 per maand voor extra stookkosten.

7.3.3 Wassen en slijtage van kleding en schoenen

1Moet de kleding en beddengoed van een belanghebbende om medische redenen extra gewassen worden? Of slijten zijn kleding en schoenen sneller door een aandoening? Dan vergoeden we de extra kosten. Als we twijfelen aan deze noodzaak, vragen we om medisch advies.

2We vergoeden een bedrag van € 13 per maand voor de slijtage van kleding en schoenen.

3We vergoeden een bedrag van € 10 per maand voor de kosten van wassen.

7.3.4 Dieet

1Volgt een belanghebbende om medische redenen een dieet en wordt dit dieet niet vergoed door de Belastingdienst? Dan komen de kosten van dit dieet in aanmerking voor bijzondere bijstand.

2Er is een medische noodzaak voor het maken van deze kosten. Als we twijfelen aan deze noodzaak, vragen we om medisch advies.

3We vergoeden een bedrag van € 20 per maand voor dieetkosten.

8. Kosten van algemene of maatschappelijke aard

8.3 Reiskosten

8.3.1 Bezoek aan een gedetineerde

De reiskosten voor het bezoeken van een gedetineerde kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand als de gedetineerde bij het gezin hoort.

Aanvullende voorwaarden:

We verlenen bijzondere bijstand als de belanghebbende aan de volgende voorwaarden voldoet:

a.de gedetineerde hoort bij het gezin.

b.de gedetineerde verblijft in een gesloten inrichting en heeft geen recht op verlof.

Beperkingen:

De belanghebbende krijgt bijzondere bijstand om maximaal één keer per week een bezoek aan de gedetineerde te brengen. Dit geldt voor elk gezinslid.

8.3.2 Bezoek aan mensen die ergens anders worden verpleegd of verzorgd

De reiskosten die de belanghebbende maakt om mensen die tot het gezin behoren, te bezoeken die ergens anders worden verpleegd of verzorgd (bijvoorbeeld in een ziekenhuis of een verzorgingstehuis) kunnen worden vergoed uit bijzondere bijstand.

Aanvullende voorwaarden:

1We kunnen bijzondere bijstand verlenen als de verpleegde of verzorgde bij het gezin hoort, zoals bedoeld in artikel 4 van de Participatiewet.

2De belanghebbende krijgt bijzondere bijstand om maximaal één keer per week een bezoek te brengen aan de verzorgde/verpleegde. Dit geldt voor elk gezinslid.

3In bijzondere situaties kunnen we op individuele basis afwijken van het aantal bezoeken uit lid 2.

8.3.3 Bezoek aan uit huis geplaatste kinderen

De reiskosten die ouders maken voor een bezoek aan een kind dat uit huis geplaatst is, komen voor bijzondere bijstand in aanmerking. Is er sprake van een omgangsregeling en wonen de ouders niet dicht bij elkaar? Dan komen de reiskosten niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.

Aanvullende voorwaarden:

1We kunnen bijzondere bijstand verlenen als er een bewijs van uithuisplaatsing is.

2De bijzondere bijstand wordt vastgesteld aan de hand van de bezoekregeling die is opgesteld door een instelling, zoals Bureau Jeugdzorg.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.