hoofdstuk
Artikel 1 Inleiding en toepassingsgebied
1.2. Toepassingsgebied
Artikel 2 Begrippen
In aansluiting op artikel 2 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over het begrip 'woonplaats'.
2.1. Woonplaats
Artikel 3 Bevoegdheden ontvangen
Artikel 3 van de wet geeft een afbakening van de bevoegdheden van de ontvanger.De ontvanger treedt in alle rechtsgedingen die voortvloeien uit de uitoefening van zijn taak als zodanig in rechte op (artikel 3, tweede lid).
De bepalingen van deze leidraad zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op de invordering op civielrechtelijke wijze. Dat het bestuurs-orgaan ten aanzien van de invordering ook over de bevoegdheden beschikt die een schuldeiser op grond van het privaatrecht heeft is thans geregeld in artikel 4:124 Awb ).
In aansluiting op artikel 3 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-de fiscale en civiele bevoegdheden van de ontvanger;
-het leggen van conservatoir beslag;
-het vragen van toestemming bij gerechtelijke procedures;
-de Rijksadvocaat.
-Faillissementsaanvraag
3.5. Faillissementsaanvraag
Artikel 3a Strafbeschikking
Er zijn in deze leidraad op artikel 3a van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 4 Bevoegdheid belastingdeurwaarder
Artikel 4 van de wet bepaalt dat voor het verrichten van deurwaarderswerkzaamheden in opdracht van een ontvanger voor de invordering van (rijks) belastingen, uitsluitend een belastingdeurwaarder bevoegd is.
In aansluiting op artikel 4 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de reikwijdte van die bevoegdheid.
4.3. Legitimatie
Artikel 5
Er zijn in deze leidraad op artikel 5 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
Artikel 6 Reikwijdte van de wet
Artikel 6 van de wet bepaalt dat de wet ook van toepassing is op:
-de rente;
-de kosten.
In aansluiting op artikel 6 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over rente en kosten.
6.1. Rente en kosten in het kader van de reikwijdte van de wet
Artikel 7 Betaling en afboeking
Artikel 7 van de wet schrijft voor hoe de toerekening van betalingen plaats moet vinden:
-Lid 1 bepaalt dat toerekening van betalingen achtereenvolgens gebeurt aan de kosten, de betalingskorting, de rente en de belastingaanslag;
-Lid 2 bepaalt hoe de afboeking aan de verschillende componenten van de belastingaanslag plaatsvindt;
In aansluiting op artikel 7 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-het tijdstip van de betaling;
-de afboeking van de betaling;
-teveelbetalingen;
-het rekenen van rente en kosten bij afboeking;
-het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagen;
-de afboeking van de betaling op de bestuurlijke boete;
-de afboeking van betalingen door aansprakelijkgestelden;
-betaling bij vergissing;
-het verzenden van een mededeling bij een afboeking van een betaling.
-betaling van kleine bedragen;
-ontvangen bedragen uit de wettelijke saneringsregeling en faillissement;
7.9. Mededeling afboeking betaling
7.10. Betaling van kleine bedragen
Betalingen van belastingaanslagen in kleinere bedragen dan die van de termijnen worden niet geweigerd, tenzij dit door ontvanger aangemerkt wordt als nodeloze overlast. In dat geval treedt hij in contact met de belastingschuldige om de betalingswijze aan te passen.
7.11. Ontvangen bedragen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling en faillissement
Uit de wettelijke schuldsaneringsregeling of uit een faillissement ontvangen bedragen dienen steeds te worden afgeboekt overeenkomstig de gegevens van de uitdelingslijst, met in achtneming van artikel 7.2 van deze leidraad.
Artikel 7a Uitbetaling van belastingteruggaven
Artikel 7a van de wet regelt de wijze waarop de ontvanger bedragen uitbetaalt.
Op grond van artikel 4:89, eerste lid, Awb dient een schuldenaar te betalen op een daartoe door de schuldeiser bestemde bankrekening. Het komt in de praktijk echter regelmatig voor dat een belastingschuldige aan wie de ontvanger een bedrag moet betalen, geen bankrekening(nummer) heeft aangewezen waarop de betaling moet plaatsvinden. Wanneer zich een dergelijke situatie voordoet, regelt artikel 7a van de wet dat de ontvanger betaalt op een bankrekening die op naam van de belastingschuldige staat.
In aansluiting op artikel 4:89 Awb en artikel 7a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-de aanwijzing van het rekeningnummer voor uitbetaling;
-uitbetalingsfouten.
7a.2. Uitbetalingfouten
Artikel 8 Bekendmaking aanslag
Artikel 8 van de wet regelt dat de ontvanger de belastingaanslag bekend maakt door toezending of uitreiking aan de belastingschuldige. De belastingschuldige is de belastingaanslag in zijn geheel verschuldigd.
In aansluiting op artikel 8 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-de verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situaties;
-de gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljet;
-het verzenden van een uitnodiging tot betaling aan erfgenamen.
8.4. Vooraf uitnodigen erfgenamen tot betalen belastingaanslag
Artikel 9 Betalingstermijnen
Artikel 9 van de wet regelt binnen welke betalingstermijnen belastingaanslagen moeten worden betaald.
In aansluiting op artikel 9 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-de afwijking van de betalingstermijnen bij voorlopige aanslagen;
-de afwijking van de betalingstermijn bij voorlopige teruggaven;
-de uitbetaling van een voorlopige teruggave in één termijn;
-de dagtekening van het aanslagbiljet;
-het begrip maand bij betalingstermijnen.
-regeling betalingstermijnen
-automatische incasso
9.8. Automatische incasso
Artikel 10 Versnelde invordering
Artikel 10, eerste lid, van de wet geeft een limitatieve opsomming van bijzondere situaties waarin de ontvanger met doorbreking van de in artikel 9 van de wet voorgeschreven betalingstermijnen een belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag kan invorderen.
Artikel 10, tweede en derde lid, van de wet bevatten uitzonderingsbepalingen met betrekking tot de toepassing van deze versnelde invordering.
In aansluiting op artikel 10 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-de reikwijdte van de versnelde invordering;
-de vrees voor verduistering;
-het metterwoon verlaten van Nederland;
-geen vaste woonplaats in Nederland;
-als er al beslag ligt;
-de verkoop namens derden;
-de vordering ex artikel 19.
10.7. Vordering ex artikel 19 en versnelde invordering
Artikel 11 Aanmaning
Artikel 11 van de wet regelt dat als een belastingaanslag niet binnen de daartoe gestelde termijnen wordt betaald, de ontvanger overgaat tot vervolging van de belastingschuldige door de verzending van een aanmaning.
In aansluiting op artikel 11 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-de geadresseerde van de aanmaning;
-als de aanmaning ten onrechte is verzonden;
-het achterwege laten van tussentijdse vervolging;
-de gedeeltelijke voldoening na aanmaning;
-de betalingsherinnering;
-de aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg.
11.6. Aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg
Artikel 12 Dwangbevel
Artikel 12 van de wet bepaalt dat de invordering van de belastingaanslag kan geschieden bij een door de ontvanger uit te vaardigen dwangbevel.
Op grond van dit dwangbevel kan de ontvanger overgaan tot invordering van de belastingaanslag.
In aansluiting op artikel 12 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-het onderwerp van het dwangbevel;
-tegen wie een dwangbevel wordt verleend.
12.2. Tegen wie verleent de ontvanger een dwangbevel
Artikel 13 Betekening van het dwangbevel
In artikel 13 van de wet is de wijze van betekening van het dwangbevel beschreven 7. Het dwangbevel vermeldt expliciet dat de belastingschuldige tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in verzet kan komen.
Het dwangbevel wordt bekendgemaakt door middel van betekening. De betekening van het dwangbevel met bevel tot betaling kan plaatsvinden:
-door de belastingdeurwaarder;
-per post door de ontvanger.
In aansluiting op artikel 13 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-de betekening van het dwangbevel per post;
-de betekening van het dwangbevel door de deurwaarder;
-bijzondere gevallen van betekening van het dwangbevel.
13.3. Bijzondere gevallen van betekening dwangbevel
Artikel 14 Tenuitvoerlegging van het dwangbevel
Artikel 14 van de wet gaat over de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.
In aansluiting op artikel 4:116 van de Awb en artikel 14 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-de algemene regels over tenuitvoerlegging;
-beslag op roerende zaken die geen registergoederen;
-beslag op onroerende zaken;
-beslag onder derden;
-beslag op schepen.
14.5.5. Opheffing van het beslag op schepen
Artikel 15
Er zijn in deze leidraad op artikel 15 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 16 Doorlopend beslag
In aansluiting op artikel 16 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over voor 1 januari 2011 gelegde derdenbeslagen.
16.1. Voor 1 januari 2011 gelegde derdenbeslagen
Als vóór 1 januari 2011 door de ontvanger derdenbeslag onder de Belastingdienst op een voorlopige teruggaaf in de inkomstenbelasting met betrekking tot het jaar 2010 is gelegd, geldt het volgende. Dit beslag wordt geacht mede te omvatten een in termijnen uit te betalen bedrag op grond van een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van de wet over een volgend jaar voorzover de uit te betalen termijnen van de voorlopige aanslagen op elkaar aansluiten en de schuld waarvoor het beslag is gelegd niet geheel is voldaan. Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor een beslag dat is gelegd op een in een of meer termijnen uit te betalen bedrag op grond van een voorschot, als bedoeld in artikel 22, zevende lid, van de Awir .
Artikel 17 Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel
Artikel 17 van de wet geeft een zelfstandige regeling voor het instellen van verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel. Naast de belastingschuldige kan een ieder tegen wie de dwanginvordering is gericht in verzet komen.
Verzet is mogelijk zodra de betekening van het dwangbevel heeft plaatsgevonden. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel, voor zover dit door het verzet wordt bestreden. Ook kan verzet worden gedaan tegen een vordering als bedoeld in artikel 19 van de wet.
Er kan geen verzet worden ingesteld tegen de in rekening gebrachte kosten van de aanmaning en de betekeningskosten van het dwangbevel.
In aansluiting op artikel 17 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-de schorsing van de invordering bij verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel;
-verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering.
17.2. Verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering
Artikel 18
Er zijn in deze leidraad op artikel 18 geen beleidsregels gemaakt
Artikel 19 Doen van een vordering
De in artikel 19 van de wet omschreven vordering geeft de ontvanger de mogelijkheid om in bepaalde gevallen op eenvoudige wijze belastingschuld te verhalen op hetgeen een derde aan de belastingschuldige is verschuldigd of ten behoeve van hem onder zich heeft of zal krijgen.
In aansluiting op artikel 19 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-de algemene regels over het doen van een vordering;
-de faillissementsvordering;
-vorderingen met betrekking tot periodieke uitkeringen;
-de overheidsvordering, bedoeld in artikel 19, vierde lid, van de wet.
19.3.8. Vordering in relatie tot voorlopige teruggaaf
Artikel 19.4. Beslagvrije voet en overheidsvordering
Als de belastingschuldige aannemelijk maakt dat hij vanwege de toepassing van de overheidsvordering, bedoeld in artikel 19, vierde lid, van de wet, een lager bedrag aan bestaansmiddelen overhoudt dan overeenkomt met de voor hem geldende beslagvrije voet, maakt de ontvanger de overheidsvordering op verzoek van de belastingschuldige in zoverre ongedaan met inachtneming van hetgeen hierna volgt. Bij het verzoek verstrekt de belastingschuldige naast de gegevens die van belang zijn voor de vaststelling van de beslagvrije voet een overzicht van de banktegoeden, waaronder begrepen spaartegoeden, waarover de belastingschuldige onmiddellijk na de overheidsvordering kon beschikken.
Ongedaanmaking blijft beperkt tot de laatste overheidsvordering voorafgaand aan het verzoek van de belastingschuldige. Als sprake is van een belastingschuldige als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de wet, berekent de ontvanger de beslagvrije voet met inachtneming van het bepaalde in artikel 19, eerste lid, laatste volzin van de wet. Het bepaalde in artikel 19.1.7 van deze leidraad is hierbij van toepassing. Voordat de ontvanger tot teruggaaf overgaat, gaat hij na of de belastingschuldige op het moment dat de overheidsvordering is gedaan, beschikte over banktegoeden, waaronder begrepen spaartegoeden. Als het totaal van de banktegoeden waarover de belastingschuldige onmiddellijk na de overheidsvordering kon beschikken groter is dan de voor hem geldende beslagvrije voet, vermindert de ontvanger de teruggaaf met het meerdere.
Artikel 20 Lijfsdwang
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
Artikel 21 Voorrecht rijksbelastingen
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
Artikel 22 Bodemrecht
Artikel 22 van de wet gaat over het bodemrecht.
In aansluiting op artikel 22 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-de werkingssfeer van het bodemrecht;
-bodemrecht en bestuurlijke boeten;
-over betekening bodembeslag;
-de volgorde uitwinning bodembeslag buiten faillissement;
-de volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement;
-bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar;
-bodemrecht en voorrang;
-verzet en beroep.
22.8.12. Executie en bodemrecht
Artikel 22bis Mededeling
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
Artikel 22a Vervallen
Artikel 23
Er zijn in deze leidraad op artikel 23 van de wet geen beleidsregels gemaakt. Deze is niet van toepassing voor de gemeente.
Artikel 23a Verhaal van belastingaanslagen als gevolg van een toerekening
van een afgezonderd particulier vermogen
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
Artikel 24 Verrekening
Artikel 24 van de wet regelt de verrekening door de ontvanger van in te vorderen en uit te betalen bedragen. Bij de verrekening mag de ontvanger geen gebruik maken van de algemene verrekeningsbepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Tijdens faillissement, surseance en wettelijke schuldsanering geldt artikel 24 van de wet niet; dan zijn de artikelen 53 tot en met 56 , 234 , 235 en 307 van de FW van toepassing.
In aansluiting op artikel 24 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-wanneer verrekening;
-betwiste schuld en verrekening;
-reikwijdte van de verrekening;
-bekendmaking verrekening;
-instemmingsregeling bij cessie en verpanding.
24.6.6. Houding ontvanger bij procedure tegen weigeren instemming met cessie of verpanding
Artikel 25 Uitstel van betaling
Op grond van artikel 25 van de wet kan de ontvanger - onder door hem te stellen voorwaarden - uitstel van betaling verlenen aan de belastingschuldige voor (een gedeelte van) een opgelegde belastingaanslag.
Het verlenen van uitstel van betaling gebeurt in beginsel op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige. In daartoe aanleiding gevende gevallen kan de ontvanger ook ambtshalve uitstel van betaling verlenen.
De ontvanger kan een verleend uitstel van betaling bij beschikking tussentijds beëindigen.
In aansluiting op artikel 25 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-de algemene uitgangspunten van het uitstelbeleid;
-uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag.
-uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag;
-uitstel in verband met betalingsproblemen;
-betalingsregeling voor particulieren;
-betalingsregeling voor ondernemers;
-administratief beroep.
25.2.7. Verrekening tijdens uitstel in verband met bezwaar
Artikel 25.2.7A. Nadere voorwaarden bij herbeoordeling verleend uitstel
Als de ontvanger bij het verlenen van het uitstel geen nadere voorwaarden heeft gesteld, kan hij uiterlijk binnen vier maanden vanaf de datum dat het uitstel is verleend voor het ingediende bezwaarschrift schriftelijk aan de belastingschuldige nadere voorwaarden stellen.
Hierbij kijkt de ontvanger of de looptijd voor het afdoen van het bezwaarschrift in relatie tot de hoogte van het bestreden bedrag van de aanslag daartoe aanleiding geeft. Voor de beoordeling of hij zekerheid verlangt voor de bestreden belastingschuld, past de ontvanger de in artikel 25.2.5 van deze leidraad opgenomen voorwaarden toe. Indien de belastingschuldige tijdig voldoet aan deze voorwaarden, continueert de ontvanger het uitstel. De ontvanger trekt het uitstel in als de belastingschuldige niet aan deze voorwaarden voldoet.
25.6.2. Voorwaarden betalingsregeling ondernemers
Artikel 25.6.2A. Bijzondere omstandigheden betalingsregeling ondernemers
Als een ondernemer door een oorzaak die buiten zijn invloed ligt tijdelijke liquiditeitsproblemen is gekomen, kan de ontvanger desgevraagd uitstel voor een langere periode verlenen of zonder dat voor het volledige bedrag zekerheid is gesteld. Daartoe moet de ondernemer aan de hand van een door een derde deskundige opgestelde verklaring (zie artikel 25.6.2B) het voor de ontvanger aannemelijk maken dat:
a.het gaat om werkelijk bestaande betalingsproblemen;
b.die betalingsproblemen van tijdelijke aard zijn;
c.die betalingsproblemen vóór een bepaald tijdstip zullen worden opgelost; en
d.dat er sprake is van een levensvatbare onderneming.
De ontvanger kan bij het verlenen van dit uitstel nadere voorwaarden stellen. Om bij onvoorziene tegenslagen de mogelijke verliezen voor de gemeente te beperken, wordt zoveel als mogelijk is door de ontvanger zekerheid verlangd. De zekerheid kan ook omvatten een beslag.
Artikel 25.6.2B. Verklaring derde deskundige
De verklaring van de derde deskundige bevat een beoordeling van de aard van de betalingsproblemen, gaat in op de aannemelijkheid van de bedrijfseconomische gezondheid van de onderneming, de haalbaarheid van het in de toekomst inlopen van de betalingsachterstand en geeft blijk van de waarneming van de aan dat oordeel ten grondslag liggende feiten en omstandigheden door de deskundige.
Aan de derde deskundige worden geen formele eisen gesteld. Het kan bijvoorbeeld gaan om een externe consultant, een externe financier, een brancheorganisatie of de (huis)accountant. De ontvanger kan aan de verklaring van de derde deskundige ook eisen stellen.
Artikel 25.6.2C. Geen uitstel voor ondernemers in verband met betalingsproblemen als al kort uitstel is verleend
De ontvanger verleent in ieder geval geen uitstel van betaling als voor de belastingschuld waarvoor uitstel is gevraagd al uitstel op grond van artikel 25.6.2D is verleend, ongeacht of dit uitstel nog loopt of reeds is beëindigd.
Artikel 25.6.2D. Kort uitstel van betaling voor ondernemers
Ondernemers kunnen zonder nader onderzoek op schriftelijk of telefonisch verzoek kort uitstel van betaling krijgen. Dit uitstel bedraagt maximaal vijf maanden na de laatste vervaldag van de (oudste) aanslag.
De voorwaarden die aan de ontvanger stelt aan dit uitstel zijn:
a.De totale openstaande schuld van de belastingschuldige bedraagt minder dan € 3.500. Hierbij wordt geen rekening gehouden met belastingschuld waarvoor uitstel van betaling in verband met een ingediend bezwaar- of beroepschrift is verleend.
b.Er staan ten name van de belastingschuldige geen belastingaanslagen open waarvoor dwangbevelen zijn betekend.
c.Er staat geen vergrijpboete open.
d.Aan de belastingschuldige is niet voor dezelfde belastingaanslag of voor andere aanslagen uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen of uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag verleend.
e.Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
f.Er is geen sprake van een aangifteverzuim.
25.7.5. Beroep of herhaald verzoek om uitstel bij de ontvanger
Artikel 25a Uitstel van betaling exitheffingen
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
25a.1. Beoordeling zekerheid bij uitstel van betaling ter zake van exitheffingen
Artikel 26 Kwijtschelding van belastingen
Artikel 26, eerste lid, van de wet bepaalt dat bij ministeriële regeling regels worden gegeven voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van rijksbelastingen. De ontvanger verleent gehele of gedeeltelijke kwijtschelding als de belastingschuldige niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar de belastingaanslag te betalen. In het algemeen zal van buitengewoon bezwaar sprake zijn als de middelen om een belastingaanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd worden verwacht.
De kwijtscheldingsregels op basis van artikel 26 van de wet zijn vastgelegd in de regeling. In de artikelen 19a en 22a van de regeling zijn de doelstellingen van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen in de belastingsfeer tot uitdrukking gebracht.
Bij de berekening van de kwijtschelding worden de kosten van bestaan binnen een bepaalde bandbreedte gesteld op 90% van het inkomen van de belastingschuldige. Gemeenten mogen een ruimer kwijtscheldingsbeleid voeren door dit percentage te verhogen tot maximaal 100% (artikel 255, vierde lid, van de Gemeentewet). Gemeente Beemster heeft dit ook vastgelegd
6Vastgesteld bij raadsbesluit van 12 februari 2013
.
Aan een aansprakelijkgestelde kan geen kwijtschelding worden verleend. Wel kan hij op zijn verzoek worden ontslagen van de betalingsverplichting. In artikel 53, derde lid van de wet is bepaald dat bij ministeriële regeling regels worden gegeven op grond waarvan de ontvanger de aansprakelijkgestelde geheel of gedeeltelijk van zijn betalingsverplichting kan ontslaan als deze niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar te betalen.
De voorwaarden voor het al dan niet verlenen van kwijtschelding, gelden ook voor het ontslag van de betalingsverplichting.
In aansluiting op artikel 26 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-algemene uitgangspunten van het kwijtscheldingsbeleid;
-kwijtschelding van (rijks)belastingen voor particulieren;
-kwijtschelding van (rijks)belastingen voor ondernemers;
-administratief beroep;
-voortzetting van de invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding;
-geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing van het verzoek om kwijtschelding;
-geautomatiseerde kwijtschelding.
26.7. Geautomatiseerde kwijtschelding
Artikel 27 Verjaring
In aanvulling op afdeling 4.4.3 (artikelen 4:104 tot en met 4:111 ) Awb regelt artikel 27 van de wet enkele specifieke (aanvullende) zaken met betrekking tot verjaring:
-dat stuiting van de verjaring door de ontvanger mogelijk is door het zenden van een schriftelijke mededeling waarin het recht op betaling ondubbelzinnig wordt voorbehouden;
-als de belastingschuldige heeft opgehouden te bestaan (oftewel: de onderneming bestaat niet meer) en er is iemand aansprakelijk gesteld voor de belastingschuld, dan treedt de aansprakelijkgestelde in de plaats van de belastingschuldige (oftewel: in dat geval kan ook de aansprakelijkheidsschuld zelfstandig worden gestuit of verlengd).
In aansluiting op afdeling 4.4.3 van de Awb en artikel 27 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-versnelde invordering en verjaring;
-aansprakelijkgestelden en verjaring;
-stuiting van de verjaring;
-schorsing van de verjaring;
-afstand van verjaring;
-rente en kosten en verjaring.
27.7. Na verjaring geen civiele invordering
Artikel 27a Betalingskorting
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
Artikel 28 Invorderingsrente
Artikel 28 van de wet regelt het in rekening brengen en vergoeden van invorderingsrente.
In aansluiting op artikel 28 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-correctie berekende invorderingsrente;
-vermindering terecht in rekening gebrachte invorderingsrente;
-verzuim van de gemeente en invorderingsrente;
-rente- of schadevergoeding;
-kwijtschelding invorderingsrente niet mogelijk;
-verminderingen en toepassing artikel 28, zesde lid, van de wet .
28.8. Drempelbedrag
Artikel 28a en artikel 28b
Er zijn in deze leidraad op artikel 28a en artikel 28b van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 29 Invorderingsrente
Er zijn in deze leidraad op artikel 29 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 30 Beschikking betalingskorting en invorderingsrente
Artikel 30 van de wet bepaalt dat de ontvanger het bedrag van de betalingskorting en de invorderingsrente vaststelt bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Op deze beschikking is hoofdstuk V van de AWR van toepassing. De ontvanger kan geen betalingskorting verlenen van belastingen.
In aansluiting op artikel 30 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-beschikking terug te nemen betalingskorting;
-verzoek tot vermindering rente is bezwaar;
-betalingskorting en invorderingsrente: (hoger) beroep en cassatie;
-teruggenomen betalingskorting en invorderingsrente: uitstel van betaling;
-geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting.
30.5. Geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting
Artikel 31 en artikel 31a
Verder zijn in deze leidraad op de artikelen 31 en artikel 31a van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 32 Samenloop fiscale en civiele aansprakelijkheidsbepalingen
Artikel 32 van de wet bepaalt dat naast de aansprakelijkheidsbepalingen die in hoofdstuk VI van de wet zijn opgenomen, de ontvanger ook een beroep kan doen op aansprakelijkheidsbepalingen in andere wettelijke regelingen. De ontvanger kan dus ook een beroep doen op aansprakelijkheidsbepalingen uit bijvoorbeeld het Burgerlijk Wetboek of het Wetboek van Koophandel.
In aansluiting op artikel 32 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-keuze aansprakelijkheid;
-gemeenschapsschulden en aansprakelijkheid.
32.2. Gemeenschapsschulden en aansprakelijkheid
Artikel 33 Aansprakelijkheid van bestuurder, leider vaste inrichting, vaste vertegenwoordiger en vereffenaar voor alle belastingen
Artikel 33 van de wet bevat hoofdelijke aansprakelijkheidsregels die gelden voor de invordering van alle (rijks)belastingen.
Deze regels dienen ertoe om, als op het in dit artikel genoemde lichaam geen verhaal meer kan worden uitgeoefend, die personen voor de nog verschuldigde belasting aan te spreken, die in een nauwe betrekking staan of stonden tot het desbetreffende lichaam en invloed (hadden) kunnen uitoefenen op het betalen van de belastingschulden.
In aansluiting op artikel 33 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-leider vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger;
-feitelijke vestiging;
-lichaam dat is ontbonden;
-vereffenaar;
-bestuurder;
-gewezen bestuurder.
33.7. Disculpatie bestuurders, leiders en vaste vertegenwoordigers
Artikel 34 tot en met 47
Deze bepalingen zijn niet van toepassing voor de gemeente.
Artikel 48 Beperking aansprakelijkheid van erfgenamen
Artikel 48 van de wet regelt niet de aansprakelijkheid van de erfgenaam, maar geeft aan dat de erfgenaam - als rechtsopvolger van de erflater - niet voor alle belastingaanslagen voor het volle bedrag zal worden aangesproken.
In aansluiting op artikel 48 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-beneficiaire aanvaarding;
-invordering ten laste van een erfgenaam blijft achterwege.
48.2. Invordering ten laste van een erfgenaam blijft achterwege
Artikel 49 Formele bepalingen voor aansprakelijkstelling
Artikel 49 van de wet regelt de formele bepalingen voor aansprakelijkstellingen. Het geeft aan op welke wijze een materiële aansprakelijkheid wordt omgezet in een formele aansprakelijkstelling. De bepalingen gelden niet alleen voor de in de wet opgenomen aansprakelijkheidsregels, maar gelden ook voor de aansprakelijkheid in enige andere wettelijke regeling, bijvoorbeeld in het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Koophandel.
De aansprakelijkstelling vindt plaats bij voor bezwaar vatbare beschikking, en wel afzonderlijk voor een ieder die aansprakelijk wordt gesteld.
In aansluiting op artikel 49 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-aansprakelijkstelling voor bestuurlijke boete;
-aansprakelijkstelling voor invorderingsrente;
-de aansprakelijkstelling - in gebreke zijn;
-informatieverstrekking in beschikking aansprakelijkstelling keten- en inlenersaansprakelijkheid;
-informatieverstrekking aan aansprakelijkgestelden;
-eerst uitwinning belastingschuldige;
-volgorde van aansprakelijkstellen;
-bezwaar en uitstel van betaling;
-overgangsrecht.
49.3.3. In gebreke zijn en een beschikking ‘geen verdere invorderingsmaatregelen’
49.4. Informatieverstrekking in beschikking aansprakelijkstelling keten- en inlenersaansprakelijkheid
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
49.9.2. Wijziging eis
Artikel 50 Vervallen
Artikel 51 Conservatoir beslag bij aansprakelijkheid
De versnelde invordering op grond van de artikelen 10 en 15 van de wet is niet van toepassing op een aansprakelijkgestelde. Wel heeft de ontvanger de mogelijkheid om conservatoir beslag te leggen op grond van artikel 51 van de wet met toepassing van de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
In aansluiting op artikel 51 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over conservatoir beslag en uitstel in verband met bezwaar.
51.1. Conservatoir beslag en uitstel in verband met bezwaar
Artikel 52 Betalingstermijn beschikking aansprakelijkstelling
Op grond van artikel 52, eerste lid, van de wetheeft de aansprakelijkgestelde een betalingstermijn van zes weken na dagtekening van de beschikking van de aansprakelijkstelling.
Als na het verstrijken van deze termijn geen betaling heeft plaatsgevonden en geen bezwaarschrift tegen de beschikking is ingediend, is het in de beschikking vermelde bedrag invorderbaar.
In aansluiting op artikel 52 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over vermindering van de belastingaanslag.
52.1. Vermindering van de belastingaanslag en aansprakelijkstelling
Artikel 53 Aansprakelijkheid: verhaalsrechten en kwijtschelding
De ontvanger heeft op grond van het bepaalde in artikel 53 recht om ook de regels voor de verrekening (artikel 24 van de wet met uitzondering van het derde lid) toe te passen voor een aansprakelijkgestelde. Dit leidt ertoe dat een openstaande aansprakelijkheidsschuld kan worden verrekend met een aan de aansprakelijkgestelde uit te betalen bedrag.
Als de aansprakelijkgestelde niet in staat is - anders dan met buitengewoon bezwaar - de belastingschuld waarvoor hij aansprakelijk is gesteld geheel of gedeeltelijk te voldoen, dan kan aan hem op verzoek ontslag van betalingsverplichting worden verleend.
In aansluiting op artikel 53 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld.
53.1. Geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld
Artikel 54 Mededeling aan de aansprakelijkgestelde
Artikel 54 van de wet regelt de uitbetaling van een teruggaaf aan de aansprakelijkgestelde die het gevolg is van een vermindering van de belastingaanslag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld.
In aansluiting op artikel 54 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld.
54.1. Betaling teruggaaf aanhouden bij aansprakelijkstelling
Artikel 55 tot en met 57
Er zijn in deze leidraad op artikelen 55 tot en met 57 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Deze bepalingen zijn niet van toepassing voor de gemeente.
Artikel 58 Informatieverplichtingen van de belastingschuldige of de aansprakelijkgestelde
Artikel 58 van de wet regelt de verplichting voor de belastingschuldige en de aansprakelijkgestelde tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen en het ter beschikking stellen van gegevensdragers die voor de invordering van de 'eigen' belastingschulden van belang zijn.
Verder regelt artikel 58 van de wet de identificatieverplichting tegenover de ontvanger.
Onder de gegevens die voor de invordering van de 'eigen' belastingschulden van de belastingschuldige van belang zijn, vallen ook de gegevens die de ontvanger nodig heeft om te beoordelen of hij mogelijk derden aansprakelijk kan stellen.
In aansluiting op artikel 58 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-geen invorderingsonderzoek tijdens een gerechtelijke procedure;
-gegevens voor invordering ‘eigen’ belastingschulden.
58.3. Invorderingsonderzoek tijdens faillissement
Artikel 59 Informatieverplichting: gegevensdragers bij een derde
Op grond van artikel 249 van de Gemeentewet is artikel 59 van de wet niet van toepassing bij de invordering van gemeentelijke belastingen.
Artikel 59 legt aan degene die de boekhouding of gegevens van de belastingschuldige of aansprakelijkgestelde (bij)houdt de verplichting op de gevraagde gegevens aan de ontvanger van de rijksbelastingdienst te verstrekken. Het artikel kan op grond van artikel 246a van de Gemeentewet bij algemene maatregel van bestuur geheel of gedeeltelijk van toepassing worden verklaard voor gemeentelijke belastingen. In de betreffende algemene maatregel van bestuur, het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing (Stb. 1995, 346) is ten aanzien van de invordering geen bepaling opgenomen die overeenkomt met artikel 59 . In artikel 7 van het Besluit gegevensverstrekking is alleen bepaald dat de rijksbelastingdienst desgevraagd gegevens en inlichtingen moet verstrekken over de inkomens- en vermogenspositie van de belastingschuldige die een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belasting heeft gedaan op de voet van artikel 26 van de wet . Bij de beoordeling van een ingediend kwijtscheldingsverzoek kunnen de opgegeven inkomens- en vermogensgegevens worden geverifieerd bij de rijksbelastingdienst.
Artikel 60 Formele bepalingen voor de informatieverplichtingen
Artikel 60 van de wet regelt de formele bepalingen voor de informatieverplichtingen.
In aansluiting op artikel 60 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-het stellen van een redelijke termijn voor verstrekken van informatie;
-de kwaliteit van de gegevens en wijze van verstrekking of beschikbaar stellen.
60.2. Kwaliteit van de gegevens en wijze van verstrekking of beschikbaar stellen
Artikel 61 Geen geheimhoudingsplicht bij de informatieverplichtingen
Artikel 61 van de wet bepaalt voor de in de artikelen 58, 59 en 60 van de wet opgenomen verplichtingen dat niemand zich op geheimhouding kan beroepen, zelfs niet als die geheimhoudingsverplichting bij wettelijk voorschrift zou zijn opgelegd.
In aansluiting op artikel 61 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over niet van de administratie gescheiden (beroeps-)vertrouwelijke gegevens.
61.1. Niet van de administratie gescheiden (beroeps-) vertrouwelijke gegevens
Artikel 62 Informatieverplichtingen van de administratieplichtige
Op grond van artikel 249 van de Gemeentewet is artikel 62 van de wet niet van toepassing bij de invordering van gemeentelijke belastingen.
Artikel 62 van de wet legt aan derden de verplichting op om gegevens en inlichtingen die voor de invordering van belang kunnen zijn te verstrekken aan de ontvanger van de rijksbelastingdienst. In artikel 246a van de Gemeentewet is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld om de en 62 van de Invorderingswet 1990 geheel of gedeeltelijk van toepassing te verklaren of een overeenkomstige bepaling vast te stellen. In de betreffende algemene maatregel van bestuur, het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing is ten aanzien van de invordering geen bepaling opgenomen die overeenkomt met artikel 62. In een aantal gevallen kunnen gemeenten echter toch gebruik maken van inlichtingen van derden. Het kan daarbij gaan om de volgende gevallen:
-Verschaffing inlichtingen door de rijksbelastingdienst. De Staatssecretaris van Financiën heeft in onderdeel 2.1.1.3 van het Voorschrift informatieverstrekking 1993 bepaald dat aan gemeenten desgevraagd informatie wordt verstrekt voor zover die zijn belast met de uitvoering van de belastingwet of invordering op basis van de Invorderingswet 1990. Op grond van dit voorschrift kunnen aan de rijksbelastingdienst ten aanzien van een derde bijvoorbeeld gegevens over werkgevers of uitkerende instanties worden gevraagd indien een beslag op loon of uitkering wordt overwogen. Opgemerkt wordt dat het voorschrift geen wettelijke verplichting aan de rijksbelastingdienst oplegt tot het verstrekken van inlichtingen.
-Inlichtingenplicht derden op grond van artikel 475g Rv.
Artikel 62a
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 62a van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 63 en 63a
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 63 en 63a van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 63b Bestuurlijke boeten
In aansluiting op artikel 63b van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-algemene uitgangspunten;
-betalingsverzuim bij aanslagbelastingen
-verplichting toe te laten dat kopieën e.d. worden gemaakt.
63b.1. Algemene uitgangspunten
Bij het opleggen van bestuurlijke verzuimboeten op grond van hoofdstuk VIIA van de wet zijn, naast de bepalingen van de AWR die in artikelen 63b van de wet worden genoemd, de voorschriften van titel 5.1 en titel 5.4 van de Awb van toepassing.
Artikel 63b.2. Betalingsverzuim bij aanslagbelastingen
Voor het opleggen van de boete wordt een systematiek gehanteerd waarbij de boete wordt gerelateerd aan de hoogte van de niet, gedeeltelijk niet of niet binnen de termijn betaalde belasting.
Ter zake van een verzuim als bedoeld in artikel 63b, eerste lid, van de wet kan de ontvanger een boete opleggen van 5 procent van de niet, gedeeltelijk niet of niet binnen de termijn betaalde belasting tot het wettelijk maximum van die bepaling. De boete wordt minimaal gesteld op € 50. In afwijking hiervan kan de ontvanger in uitzonderlijke gevallen een boete tot het in artikel 63b, eerste lid, van de wet genoemde maximum opleggen, zonder rekening te houden met de genoemde 5 procent.
Als een aanslag in meerdere termijnen betaald mag worden, kunnen er met betrekking tot die aanslag ook meerdere verzuimen als bedoeld in artikel 63b, eerste lid, van de wet voorkomen. Als er meerdere dergelijke verzuimen zijn, zijn er even zoveel beboetbare feiten. Bij de bepaling van de hoogte van de boete vanwege een verzuim, houdt de ontvanger alleen rekening met de belasting die betrekking heeft op de desbetreffende betalingstermijn.
De beschikking waarbij de verzuimboete wordt opgelegd kan, maar behoeft niet gelijktijdig met een eventuele (ambtshalve) beslissing te worden genomen.
Artikel 63b.3 Verplichting toe te laten dat kopieën e.d. worden gemaakt
Ter zake van het verzuim als bedoeld in artikel 63b, tweede lid, van de wet kan de ontvanger een verzuimboete opleggen van 50 procent van het in dat artikel genoemde wettelijk maximum. In afwijking hiervan kan in uitzonderlijke gevallen een boete tot het in artikel 63b, tweede lid, van de wet genoemde maximum worden opgelegd. De boete wordt opgelegd aan degene die niet aan zijn verplichting voldoet. Dit kan een ander zijn dan de belastingschuldige.
De beschikking waarbij de verzuimboete wordt opgelegd kan, maar behoeft niet gelijktijdig met een eventuele (ambtshalve) beslissing te worden genomen.
Artikel 63c
Er zijn in deze leidraad op de artikel 63c van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 64
Er zijn in deze leidraad op de artikel 64 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 65 Niet nakomen informatieverplichting: strafmaat voor misdrijf
Bij het niet of niet correct nakomen van een verplichting tot het verstrekken van gegevens of het ter beschikking stellen van gegevensdragers, kan sprake zijn van opzet.
In artikel 65, eerste en tweede lid, van de wet wordt de strafmaat voor dit strafbare feit gegeven. De beide straffen die in die leden zijn genoemd, kunnen cumulatief worden toegepast. Artikel 65a van de wet merkt dit strafbare feit aan als een misdrijf.
Het derde lid van artikel 65 van de wet bevat de zogenaamde 'inkeerregeling': het recht op strafvervolging vervalt als een persoon tijdig tot inkeer komt en alsnog zorgt voor een juiste en volledige verstrekking van informatie.
In aansluiting op artikel 65 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de reikwijdte opzetcriterium bij een misdrijf.
65.1. Reikwijdte opzetcriterium bij misdrijf
Artikel 65a en artikel 66
Er zijn in deze leidraad op artikel 65a en artikel 66 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 67 Geheimhoudingsplicht
Artikel 67 van de wet regelt de geheimhoudingsplicht. In het tweede lid van dat artikel is bepaald dat de geheimhoudingsplicht niet geldt als:
-bekendmaking verplicht is volgens een wettelijk voorschrift;
-sprake is van structurele gegevensverstrekking aan bestuursorganendie bij ministeriële regeling (voor de gemeente geldt: bij besluit van het college) zijn aangewezen;
-de bekendmaking plaatsvindt aan de belastingschuldige zelf voor zover deze gegevens door of namens hem zijn verstrekt.
Daarnaast kan het college op grond van het derde lid ontheffing van de geheimhoudingsplicht verlenen.
In aansluiting op artikel 67 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
-bekendmaking gegevens op verzoek van de belastingschuldige zelf;
-informatieverstrekking aan gerechtsdeurwaarder over periodieke betalingen.
67.3. Informatieverstrekking aan gerechtsdeurwaarder over periodieke betalingen
Artikel 68 tot en met 72
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 68 tot en met 72 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 69
Is niet toepassing voor de gemeente.
Artikel 73 Insolventieprocedures
In dit artikel is het volgende beleid over insolventieprocedures opgenomen:
-de algemene uitgangspunten insolventieprocedures;
-insolventieprocedure en wettelijke schuldsanering;
-insolventieprocedure en surseance;
-insolventieprocedure en faillissement;
-insolventieprocedure: minnelijke schuldsanering door leden van de Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren ("NVVK") of gemeenten;
-insolventieprocedure: minnelijke schuldsanering door anderen dan leden van de NVVK of gemeenten;
-insolventieprocedures en akkoorden.
73.2.2. De WSNP is beëindigd met een schone lei
Artikel 73.2.3. De WSNP is beëindigd zonder schone lei of de schone lei is ingetrokken
De WSNP kan ook eindigen zonder schone lei (artikel 358, tweede lid, Fw) en de reeds verstrekte schone lei kan worden ingetrokken (artikel 358a, eerste lid, Fw). In die situaties kan de ontvanger de invordering hervatten.
Artikel 73.2.4. De WSNP is tussentijds beëindigd
Als een schuldsaneringsregeling tussentijds wordt beëindigd in de zin van artikel 350, vijfde lid, Fw, blijft omzetting in faillissement achterwege als er geen baten beschikbaar zijn. In die situatie geldt het invorderingsbeleid voor natuurlijke personen bij opheffing van een faillissement wegens gebrek aan baten (artikel 73.4.14).
73.5.6. De schuldenaar voldoet aan zijn verplichtingen MSNP
Artikel 73.5.7. Na de toepassing van de MSNP
Met betrekking tot te betalen belastingaanslagen die betrekking hebben op de periode waarin de minnelijke schuldsaneringsregeling van toepassing was en die zijn vastgesteld na beëindiging van die regeling, zal de ontvanger in beginsel, als de schuldenaar aan zijn verplichtingen uit die regeling heeft voldaan, afzien van invordering. Daarbij geldt dat aannemelijk moet zijn dat:
-de schuldhulpverlener de aan de betreffende aanslag voorafgaande voorlopige aanslagen/teruggaven dan wel het ontbreken daarvan voldoende op juistheid heeft getoetst; en
-hij over de resultaten van die toetsing in voorkomend geval tijdig contact heeft opgenomen met de ontvanger.
Artikel 73.5a Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door anderen dan leden van de NVVK of gemeenten
73.5a.1 Algemeen
Verzoeken om een minnelijke schuldsaneringsregeling gedaan door een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet , niet zijnde een NVVK-lid of een gemeente, worden in behandeling genomen met inachtneming van het volgende. De ontvanger zal een belangenafweging moeten maken en zich daarbij moeten afvragen of hij al dan niet tot instemming met de schuldregeling kan komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat hij heeft bij de uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en het belang van de schuldenaar dat door die weigering wordt geschaad.
Bij die belangenafweging zullen de volgende omstandigheden een rol kunnen spelen:
1is het schikkingsvoorstel goed en betrouwbaar gedocumenteerd;
2is voldoende duidelijk gemaakt dat het aanbod het uiterste is waartoe de schuldenaar financieel in staat moet worden geacht;
3biedt het alternatief van faillissement of schuldsanering enig uitzicht voor de schuldenaar;
4biedt het alternatief van faillissement of schuldsanering enig uitzicht voor de ontvanger: hoe groot is de kans dat de weigerende ontvanger dan evenveel of meer zal ontvangen;
5bestaat er precedentwerking voor vergelijkbare gevallen;
6wat is de zwaarte van het financiële belang dat de ontvanger heeft bij volledige nakoming;
7hoe groot is het aandeel van de weigerende ontvanger in de totale schuldenlast;
8staat de weigerende ontvanger alleen naast de overige met de schuldregeling instemmende schuldeisers;
9is er eerder een minnelijke of een gedwongen schuldregeling geweest die niet naar behoren is nagekomen.
Als uit de belangenafweging volgt dat kan worden ingestemd met een dergelijk verzoek dan verleent de ontvanger op het moment van het ingaan van de schuldregeling voor 36 maanden uitstel van betaling. Artikel 73.5 is zoveel als mogelijk van overeenkomstige toepassing,.
73.6.9. Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord
Artikel 74 Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
Artikel 75 Kosten van vervolging
Dit artikel beschrijft het beleid bij het in rekening brengen van kosten van vervolging. Met 'vervolgingskosten of kosten' wordt bedoeld de kosten die op grond van de Kostenwet invordering rijksbelastingen (Kostenwet) in rekening worden gebracht.
Hieronder vallen ook de kosten die verbonden zijn aan de werkzaamheden die de belastingdeurwaarder verricht voor de invordering op civiele wijze.
In dit artikel is het volgende beleid over kosten van vervolging opgenomen:
-gevorderde som bevat geen vervolgingskosten;
-aan derden toekomende bedragen;
-rechtsmiddelen en vervolgingskosten;
-verzoek om vermindering vervolgingskosten aanmerken als bezwaar;
-niet in rekening brengen van vervolgingskosten;
-onverschuldigdheid van vervolgingskosten;
-niet-verwijtbaarheid en vervolgingskosten;
-versnelde invordering en vervolgingskosten;
-aansprakelijkgestelden en vervolgingskosten;
-geen kwijtschelding van vervolgingskosten;
-limitering betekeningskosten dwangbevel.
75.9. Aansprakelijkgestelden en vervolgingskosten
Artikel 76 tot en met 79
Deze bepalingen zijn niet van toepassing voor de gemeente.
Artikel 80 Invordering, Awb en het moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen
In dit artikel is beleid opgenomen met betrekking tot artikel 4:121 van de Awb en het moment van vaststelling van naheffingsaanslagen.
Bijlage
Artikel 1 Inleiding en toepassingsgebied 13
1.1. Inleiding 13
1.1.1. Lijst met gebruikte afkortingen 14
1.1.2. Definities 14
1.1.3. Reikwijdte beleidsvoorschriften 14
1.1.4. Aansprakelijkgestelden en andere derden 14
1.1.5. Awb en algemene beginselen van behoorlijk bestuur 15
1.1.6. Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelen 16
1.1.7. Invorderingsmaatregelen tegen grote bedrijven 16
1.1.8. Voor de invordering minder geschikte dagen 16
1.1.9. Binnenkomst van bescheiden 17
1.1.10. Positie belastingdeurwaarder 17
1.1.11. Bewaren invorderingsbescheiden 17
1.1.12. Verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingen 18
1.1.13. Informatieplicht 18
1.1.14. Diplomatieke status 18
1.2. Toepassingsgebied 18
Artikel 2 Begrippen 18
2.1. Woonplaats 18
Artikel 3 Bevoegdheden invorderingsambtenaar 19
3.1. Fiscale en civiele bevoegdheden 19
3.2. Conservatoir beslag 19
3.2.1. Geen conservatoir beslag dan ook geen versnelde invordering 19
3.2.2. Ontbreken belastingaanslag en conservatoir beslag 19
3.3. Gerechtelijke procedures - toestemming 19
3.3.1 Juridische bijstand 19
3.3.2 Toestemming 20
3.4. Rijksadvocaat 20
3.5. Faillissementsaanvraag 20
Artikel 3a Bevoegdheden invorderingsambtenaar - strafbeschikking 20
Artikel 4 Bevoegdheid belastingdeurwaarder 20
4.1. Reikwijdte bevoegdheid belastingdeurwaarder 20
4.2. Bescherming 20
4.3. Legitimatie 21
Artikel 5 Bevoegdheid ressort 21
Artikel 6 Reikwijdte van de wet 21
6.1. Rente en kosten in het kader van de reikwijdte van de wet 21
Artikel 7 Betaling en afboeking 21
7.1. Tijdstip betaling 21
7.2. De afboeking van de betaling 22
7.3. Teveelbetaling 22
7.4. Rente en kosten bij afboeking betalingen 22
7.5. Het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagen 22
7.6. Afboeking betaling bestuurlijke boete waarvoor uitstel van betaling
is verleend 22
7.7. Afboeking van betalingen door aansprakelijkgestelden 22
7.8. Betaling bij vergissing 23
7.9. Mededeling afboeking betaling 23
7.10. Betaling van kleine bedragen 23
7.11. Ontvangen bedragen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling en
faillissement 23
Artikel 7a Uitbetaling van belastingteruggaven 23
7a.1. Aanwijzen rekeningnummer voor uitbetaling 23
7a.2. Uitbetalingfouten 24
Artikel 8 Bekendmaking aanslag 24
8.1. Verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situaties 24
8.2. Vervallen 25
8.3. Gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljet 25
8.4. Vooraf uitnodigen erfgenamen tot betalen belastingaanslag 25
Artikel 9 Betalingstermijnen 25
9.1. Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige aanslagen 25
9.2. Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige teruggaven 25
9.3. Uitbetaling voorlopige teruggave in één termijn 25
9.4. Dagtekening aanslagbiljet 25
9.5. Begrippen bij betalingstermijnen 25
9.6. Verzuim invorderingsambtenaar bij uitbetaling 26
9.7. Regeling betalingstermijnen 26
9.8. Automatische incasso 26
Artikel 10 Versnelde invordering 26
10.1. Reikwijdte versnelde invordering 27
10.2. Vrees voor verduistering en versnelde invordering 27
10.3. Metterwoon verlaten van Nederland en versnelde invordering 28
10.4. Geen vaste woonplaats in Nederland en versnelde invordering 28
10.5. Beslag en versnelde invordering 28
10.6. Verkoop namens derden en versnelde invordering 28
10.7. Vordering ex artikel 19 en versnelde invordering 28
Artikel 11 Aanmaning 28
11.1. De geadresseerde van de aanmaning 29
11.2. Aanmaning ten onrechte verzonden 29
11.3. Achterwege laten van tussentijdse vervolging en aanmaning 29
11.4. Gedeeltelijke voldoening aan de aanmaning 29
11.5. Betalingsherinnering 29
11.6. Aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg 29
Artikel 12 Dwangbevel 30
12.1. Onderwerp van het dwangbevel 30
12.2. Tegen wie verleent de invorderingsambtenaar een dwangbevel 30
Artikel 13 Betekening van het dwangbevel 30
13.1. Betekening dwangbevel per post 31
13.1.1. Adressering van per post betekende dwangbevelen 31
13.2. Betekening dwangbevel door de belastingdeurwaarder 31
13.3. Bijzondere gevallen van betekening dwangbevel 32
Artikel 14 Tenuitvoerlegging van het dwangbevel 32
14.1. Tenuitvoerlegging algemeen 32
14.1.1. Keuze van invorderingsmaatregelen 32
14.1.2. Houding van de belastingdeurwaarder tijdens tenuitvoerlegging 32
14.1.3. Tenuitvoerlegging dwangbevel als de belastingschuldige is overleden 33
14.1.4. Volgorde van uitwinning bij beslag 33
14.1.5. Verhaal op met vruchtgebruik of recht van gebruik bezwaarde zaken 33
14.1.6. Beslaglegging voor vordering van derden 33
14.1.7. Opheffing beslag na gedeeltelijke betaling of voldoening aan
voorwaarden 33
14.1.8. Opheffing beslag tegen betaling door een derde 33
14.1.9. Opschorten van de executie 34
14.1.10. Onderhandse verkoop 34
14.1.11. Samenloop opheffing beslag en onderhandse verkoop 34
14.1.12. Strafrechtelijk beslag 34
14.1.13. Invordering en ontnemingswetgeving 35
14.2. Beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn 35
14.2.1. Kennisgeving vooraf en beslag roerende zaken 35
14.2.2. Domiciliekeuze en beslag roerende zaken 35
14.2.3. Aanbod van betaling en beslag roerende zaken 35
14.2.4. Omvang van het beslag op roerende zaken 35
14.2.5. Beslag op roerende zaken van derden 35
14.2.6. Beroep of verzet door een derde tegen inbeslagneming roerende zaken 35
14.2.7. Voldoening zekerheidsschuld door invorderingsambtenaar en beslag
roerende zaken 36
14.2.8. Beslag roerende zaken bij derden 36
14.2.9. Wegvoeren van beslagen zaken 36
14.2.10. Belasting van personenauto’s en motorrijwielen en belasting zware motorrijtuigen en beslag roerende zaken 37
14.2.11. Afsluiting en beslag roerende zaken 37
14.2.12. Bewaarder en beslag roerende zaken 37
14.2.13. Executoriale verkoop computerapparatuur 38
14.2.14. Executoriale verkoop zilveren, gouden en platina werken 38
14.2.15. Beslag op illegale zaken 38
14.2.16. Bieden voor rekening van de gemeente en beslag roerende zaken 38
14.2.17. Opheffing van het beslag op roerende zaken 38
14.2.18. Afboeking executieopbrengst verkoop roerende zaken 39
14.2.19. Proces-verbaal van verkoop roerende zaken 39
14.2.20. Gegevensverstrekking omtrent beslag roerende zaken 39
14.2.21 Relaas van onttrekking 39
14.3. Beslag op onroerende zaken 39
14.3.1. Bewaring van in beslag genomen roerende zaken bij beslag
onroerende zaken 39
14.3.2. Nieuwe belastingschuld en beslag onroerende zaken 39
14.3.3. Verhuurde of verpachte onroerende zaken 39
14.3.4. Voorwaarden van verkoop van onroerende zaken 40
14.3.5. Opheffing van het beslag onroerende zaken 40
14.4. Beslag onder derden 40
14.4.1. Beslag op vordering van een derde 40
14.4.2. Derdenbeslag of vordering ex artikel 19 40
14.4.3. Roerende zaken bij derden 40
14.4.4. Plaats beslaglegging en derdenbeslag 40
14.4.5. Derdenbeslag op een vordering waar geen beslagvrije voet voor geldt 41
14.4.6. Bij derdenbeslag in gebreke blijven tot het doen van verklaring 41
14.4.7. Bij derdenbeslag niet afdragen na het doen van verklaring 41
14.4.8. Afdracht binnen de vierwekentermijn bij derdenbeslag 41
14.4.9. Derdenbeslag op polis van levens- of spaarverzekering of lijfrente 41
14.4.10. Retentierecht en derdenbeslag 42
14.4.11. Opheffing van het derdenbeslag 42
14.4.12. Onverschuldigde betaling en derdenbeslag 42
14.4.13. Derdenbeslag onder de Staat of de invorderingsambtenaar en het
doen van verklaring 42
14.4.14. Derdenbeslag op voorlopige teruggaaf 42
14.5. Beslag op schepen 42
14.5.1. Beletten van het vertrek van het schip 42
14.5.2. De executie van schepen 43
14.5.3. Afgelasting van de verkoop van een schip 43
14.5.4. Deskundige hulp en beslag op schepen 43
14.5.5. Opheffing van het beslag op schepen 43
Artikel 15 Versnelde uitvaardiging en tenuitvoerlegging 43
Artikel 16 Doorlopend beslag 43
16.1 Voor 1 januari 2011 gelegde derdenbeslagen 44
Artikel 17 Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel 44
17.1. Schorsing van de invordering bij verzet tegen tenuitvoerlegging
dwangbevel 44
17.2. Verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering 44
Artikel 18 ANPR-acties 44
Artikel 19 Doen van een vordering 45
19.1. Vordering algemeen 45
19.1.1. Bekendmaking vordering 45
19.1.2. Voldoen aan de vordering 45
19.1.3. Niet voldoen aan de vordering 45
19.1.4. Intrekken van een vordering 45
19.1.5. Vermindering of vernietiging van de belastingaanslag in relatie tot
vordering 46
19.1.6. Doorbreken beslagverboden en vordering 46
19.1.7. Notoire wanbetaler en vordering 46
19.1.8. Vordering ten laste van de echtgenoot 46
19.2. De faillissementsvordering 46
19.2.1. Aan te melden schulden in faillissement 46
19.2.2. Belastingschulden ontstaan gedurende een surséance zijn
boedelschulden in faillissement 47
19.2.3. Opkomen in faillissement 47
19.3. Vorderingen met betrekking tot periodieke uitkeringen 47
19.3.1. Overwegen van vordering op periodieke uitkeringen 47
19.3.2. Vooraankondiging van vordering op periodieke uitkeringen 48
19.3.3. Beslagvrije voet en vordering op periodieke uitkeringen 48
19.3.3a Beslagvrije voet en vakantiegeld 48
19.3.4. Informatieverstrekking voor vaststelling beslagvrije voet 48
19.3.5. Belastingschuldige woont in buitenland en beslag periodieke uitkering 49
19.3.6. Verrekening ex artikel 117 Ambtenarenwet 49
19.3.7. Periodieke uitkeringen onder de bijstandsnorm 49
19.3.8. Vordering in relatie tot voorlopige teruggaaf 49
19.4. Beslagvrije voet en overheidsvordering 49
Artikel 20 Lijfsdwang 49
Artikel 21 Voorrecht rijksbelastingen 49
Artikel 22 Bodemrecht 50
22.1. Werkingssfeer en reikwijdte bodemrecht 50
22.2. Bodemrecht en bestuurlijke boeten 50
22.3. Overbetekening bodembeslag 50
22.4. Volgorde uitwinning bodembeslag buiten faillissement 51
22.5. Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement 51
22.6. Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar 51
22.7. Bodemrecht en voorrang 51
22.8. Verzet en beroep 51
22.8.1. Verzet artikel 435, derde lid, Rv tegen bodembeslag 51
22.8.2. Taken met betrekking tot de schriftelijke mededeling
ex artikel 435, derde lid, Rv inzake bodembeslag 51
22.8.3. Opschorting verkoop na verzet in rechte tegen bodembeslag 51
22.8.4. Beroepschrift ex artikel 22 van de wet 51
22.8.5. Beroepschriftprocedure ex artikel 22 van de wet 51
22.8.6. Taak van de invorderingsambtenaar met betrekking tot beroepschrift
ex artikel 22, eerste lid, van de wet 52
22.8.7. Beslissing college op het beroepschrift tegen een bodembeslag 52
22.8.8. Onduidelijk bezwaar tegen bodembeslag 52
22.8.9. Samenloop administratief beroep en verzet tegen bodembeslag 52
22.8.10. Criteria voor de beslissing op het beroepschrift
ex artikel 22, eerste lid, van de wet 53
22.8.11. Beëindiging operationele lease-overeenkomst 53
22.8.12. Executie en bodemrecht 53
Artikel 22bis Mededeling 53
Artikel 22a Vervallen 53
Artikel 23 Verhaal motorrijtuigenbelasting en inkomstenbelasting 53
Artikel 23a Verhaal van belastingaanslagen als gevolg van een toerekening
van een afgezonderd particulier vermogen 53
Artikel 24 Verrekening 53
24.1. Wanneer verrekening 53
24.1.1. Verrekening voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting en beslagvrije
voet 54
24.2. Betwiste schuld en verrekening 54
24.3. Reikwijdte van de verrekening 54
24.4. Bekendmaking verrekening 54
24.5. Verrekening en fiscale eenheid vennootschapsbelasting 54
24.6. Instemmingsregeling bij cessie en verpanding 54
24.6.1. Geen verrekening bij instemming cessie of verpanding 54
24.6.2. Mogelijkheid van cessie of verpanding uit te betalen bedragen 55
24.6.3. Instemming of weigering met een cessie of verpanding 55
24.6.4. Beroepsprocedure weigeren instemming cessie of verpanding en Awb 55
24.6.5. Bekendmaking beschikking college bij cessie of verpanding 55
26.6.6 Houding invorderingsambtenaar bij procedure tegen weigeren
instemming met cessie of verpanding 55
Artikel 25 Uitstel van betaling 56
25.1. Algemene uitgangspunten uitstelbeleid 56
25.1.1. Houding van de invorderingsambtenaar tijdens behandeling verzoek
om uitstel 56
25.1.2. Toewijzing van het verzoek om uitstel van betaling 56
25.1.3. Redenen afwijzing verzoek om uitstel 56
25.1.4. Redenen beëindigen uitstel 57
25.1.5 Beëindigen van een betalingsregeling met meer dan één termijn 57
25.1.6. Van rechtswege vervallen van een verleend uitstel 57
25.1.7. Geen invordering tijdens verleend uitstel 58
25.1.8. Na (afwijzen) uitstel tien dagen wachttijd 58
25.1.9. Uitstel voor een ambtshalve belastingaanslag 58
25.1.10. Uitstel voor een aanslag ter behoud van rechten 58
25.1.11. Uitstel voor een bestuurlijke boete 58
25.1.12. Tijdens uitstel nieuwe aanslagen voldoen 58
25.1.13. Zekerheid bij uitstel 58
25.1.14. Tijdstip indiening verzoek om uitstel 59
25.1.15. Verzoekschriften aan andere instellingen 59
25.2. Uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag 59
25.2.1. Bezwaar tegen hoogte belastingaanslag 59
25.2.2. Bezwaar- en beroepschrift gelden niet als verzoek om uitstel 59
25.2.2.A. Afzonderlijk verzoek om uitstel in verband met een bezwaarschrift 60
25.2.2.B. Ontbrekende gegevens 60
25.2.3. De beslissing op het verzoek om uitstel van betaling 60
25.2.4. Uitstel in verband met een onderlinge overlegprocedure 60
25.2.5. Zekerheid bij uitstel in verband met bezwaar 60
25.2.6. Onherroepelijke invorderingsmaatregelen voor bestreden
belastingschuld 61
25.2.7. Verrekening tijdens uitstel in verband met bezwaar 61
25.2.7.A. Nadere voorwaarden bij herbeoordeling verleend uitstel 61
25.2.8. Geen uitstel voor het niet bestreden bedrag 61
25.2.9. Ten onrechte uitstel voor het gehele bedrag van de belastingaanslag 61
25.3. Uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag 62
25.3.1. Uitstel in verband met een belastingteruggaaf en andere uit te betalen bedragen 62
25.3.2. Berekening van het uit te betalen bedrag bij uitstel 62
25.3.3. Beslissing op het verzoek om uitstel in verband met een uit te betalen
bedrag 62
25.3.4. Verrekening en uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen
bedrag 62
25.4. Uitstel in verband met betalingsproblemen 62
25.4.1. Beslissing op een verzoek om uitstel in verband met
betalingsproblemen 62
25.4.2. Uitstel en motorrijtuigenbelasting 63
25.4.3. Verrekening tijdens een betalingsregeling 63
25.4.4. Uitstel in verband met faillissement, WSNP en surséance 63
25.5. Betalingsregeling voor particulieren 63
25.5.1. Duur betalingsregeling particulieren 63
25.5.2. Voorwaarden aan betalingsregeling particulieren 64
25.5.3. Kort uitstel particulieren 64
25.5.4. Behandeling verzoek betalingsregeling particulieren 64
25.5.5. Vermogen en betalingsregeling particulieren 64
25.5.6. Betalingscapaciteit en betalingsregeling particulieren 65
25.5.7. Berekening betalingscapaciteit: bijzondere uitgaven 65
25.5.8. Berekening betalingscapaciteit: aflossingsverplichtingen aan derden 65
25.5.9. Berekening betalingscapaciteit: extra inkomsten 65
25.5.10. Belastingschuldige stelt zelf een betalingsregeling voor 65
25.5.11. Betalingsregeling langer dan twaalf maanden 66
25.6. Betalingsregeling voor ondernemers 66
25.6.1. Duur betalingsregeling ondernemers 66
25.6.2. Voorwaarden betalingsregeling ondernemers 66
25.6.2.A. Bijzondere omstandigheden betalingsregeling ondernemers 66
25.6.2.B. Verklaring derde deskundige 66
25.6.2.C. Geen uitstel voor ondernemers in verband met betalingsproblemen
als al kort uitstel is verleend 67
25.6.2.D. Kort uitstel van betaling voor ondernemers 67
25.6.3. Uitstelbeleid particulieren geldt voor ex-ondernemers 67
25.6.4. Uitstel voor ondernemers en overheidssteun/subsidie 67
25.7. Administratief beroep 67
25.7.1. Toetsing uitstelbeschikking door het college 67
25.7.2. Beroepsfase uitstel 67
25.7.3. Beslissing college op beroepschrift bij uitstel 68
25.7.4. Niet tijdig beslissen op een verzoek om uitstel 68
25.7.5. Beroep of herhaald verzoek om uitstel bij de invorderingsambtenaar 68
Artikel 26 Kwijtschelding van belastingen 68
26.1. Algemene uitgangspunten kwijtscheldingsbeleid 69
26.1.1. Kwijtschelding van betaalde belastingschulden 69
26.1.2. Het indienen van een verzoek om kwijtschelding 69
26.1.3. Niet ingevuld of onjuist ingevuld verzoekformulier om kwijtschelding 69
26.1.4. Gegevens en normen ten tijde van indiening verzoek om kwijtschelding 70
26.1.5. Toewijzing van het verzoek om kwijtschelding onder voorwaarden 70
26.1.6. Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding 70
26.1.7. Na afwijzen kwijtschelding tien dagen wachttijd bij voortzetting
invordering 70
26.1.8. Mondeling meedelen afwijzen kwijtschelding 70
26.1.9. Wanneer wordt geen kwijtschelding verleend 71
26.1.10. Begrip 'ex-ondernemer' en kwijtschelding 72
26.1.11. Verzoekschriften aan andere instellingen 72
26.2. Kwijtschelding van belastingen voor particulieren 72
26.2.1. Vermogen en kwijtschelding particulieren 72
26.2.2. De inboedel en kwijtschelding particulieren 72
26.2.3. De auto en kwijtschelding particulieren 73
26.2.4. Saldo op bankrekening en kwijtschelding voor particulieren 73
26.2.5. De eigen woning en kwijtschelding voor particulieren 73
26.2.6. Vermogen van kinderen en kwijtschelding voor particulieren 74
26.2.7. Nalatenschappen en kwijtschelding voor particulieren 74
26.2.8. Vervallen 74
26.2.9. Vervallen 74
26.2.10. Betalingscapaciteit en kwijtschelding voor particulieren 74
26.2.11. Vakantiegeld en kwijtschelding voor particulieren 75
26.2.12. Studiefinanciering en kwijtschelding voor particulieren 75
26.2.13. Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage en kwijtschelding voor
particulieren 76
26.2.14. Betalingen op belastingschulden en kwijtschelding voor particulieren 76
26.2.15. Woonlasten en kwijtschelding van belasting van voorhuwelijkse belastingschulden 76
26.2.15.A. Woonlasten van meerpersoonshuishoudens 77
26.2.16. Uitgaven in verband met onderhoudsverplichtingen en kwijtschelding
voor particulieren 77
26.2.17. Kwijtschelding tijdens WSNP 77
26.2.18. Vervallen 77
26.2.19. Normpremie ziektekostenverzekering begrepen in de bijstandsuitkering 77
26.2.20. Onderhoud gezinsleden in het buitenland 77
26.3. Kwijtschelding van belastingen voor ondernemers 77
26.3.1. Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord 77
26.3.2. Aansprakelijkheid en kwijtschelding voor ondernemers 77
26.3.3. Voorwaarden tot deelname aan een saneringsakkoord 78
26.3.4. Toepassingsbereik saneringsakkoord 78
26.3.5. Ten minste dubbele percentage en saneringsakkoord 78
26.3.6. Bestuurlijke boeten en saneringsakkoord 78
26.3.7. Rente en kosten en saneringsakkoord 78
26.3.8. Speciale crediteuren en saneringsakkoord 79
26.4. Administratief beroep 79
26.4.1. Administratief beroep tegen de afwijzing van een verzoek om
kwijtschelding 79
26.4.2. Herhaald verzoek om kwijtschelding 80
26.4.3. Beroepsfase kwijtschelding 80
26.4.4. Gegevens en normen eerste verzoek om kwijtschelding 80
26.4.5. Beslissing College op beroep bij kwijtschelding 80
26.4.6. Invordering na administratief beroep en herhaald verzoek om
kwijtschelding 80
26.4.7. Niet tijdig beslissen op een verzoek om kwijtschelding 80
26.5. Voortzetting van de invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding 81
26.5.1. Invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding 81
26.6 Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om
kwijtschelding 81
26.7. Geautomatiseerde kwijtschelding 81
Artikel 27 Verjaring 82
27.1. Versnelde invordering en verjaring 82
27.2. Aansprakelijkgestelden en verjaring 82
27.3. Stuiting van de verjaring 82
27.4. Schorsing van de verjaring 82
27.5. Afstand van verjaring 82
27.6. Rente en kosten en verjaring 82
27.7. Na verjaring geen civiele invordering 83
Artikel 27a Betalingskorting 83
Artikel 28 Invorderingsrente 83
28.1. Vervallen 83
28.2. Correctie berekende invorderingsrente 83
28.3. Vermindering terecht in rekening gebrachte invorderingsrente 83
28.4. Vervallen 83
28.5. Vervallen 83
28.6. Kwijtschelding invorderingsrente niet mogelijk 83
28.7. Vervallen 83
28.8. Drempelbedrag 83
Artikel 28a
en artikel 28b 83
Artikel 29 Invorderingsrente 84
Artikel 30 Beschikking betalingskorting en invorderingsrente 84
30.1. Beschikking terugnemen betalingskorting 84
30.2. Verzoek tot vermindering rente is bezwaar 84
30.3. Betalingskorting en invorderingsrente: (hoger) beroep en cassatie 84
30.4. Teruggenomen betalingskorting en invorderingsrente: uitstel van
betaling 84
30.5. Geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting 84
Artikel 31 Afwijkingen betalingskorting en invorderingsrente 84
en artikel 31a
Artikel 32 Samenloop fiscale en civiele aansprakelijkheidsbepalingen 84
32.1. Keuze aansprakelijkheid 85
32.2. Gemeenschapsschulden en aansprakelijkheid 85
Artikel 33 Aansprakelijkheid van bestuurder, leider vaste inrichting, vaste
vertegenwoordiger en vereffenaar voor alle belastingen 85
33.1. Leider vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger bij aansprakelijkheid 85
33.2. Feitelijke vestiging bij aansprakelijkheid 85
33.3. Lichaam dat is ontbonden bij aansprakelijkheid 85
33.4. Vereffenaar bij aansprakelijkheid 86
33.5. Bestuurder bij aansprakelijkheid 86
33.6. Gewezen bestuurder bij aansprakelijkheid 86
33.7 Disculpatie bestuurders, leiders en vaste vertegenwoordigers 86
Artikel 34 Specifieke aansprakelijkheidbepalingen voor Rijksbelastingen 86
tot en met 47
Artikel 48 Beperking aansprakelijkheid van erfgenamen 87
48.1. Beneficiaire aanvaarding 87
48.2. Invordering ten laste van een erfgenaam blijft achterwege 87
Artikel 49 Formele bepalingen voor aansprakelijkstelling 87
49.1. Aansprakelijkstelling voor bestuurlijke boete 87
49.2. Aansprakelijkstelling voor invorderingsrente 88
49.3. De aansprakelijkstelling - in gebreke zijn 88
49.3.1. Wanneer in gebreke 88
49.3.2. In gebreke zijn en versnelde invordering 88
49.3.3. In gebreke zijn en een beschikking ‘geen verdere
invorderingsmaatregelen’ 88
49.4. Informatieverstrekking in beschikking aansprakelijkstelling keten- en
inlenersaansprakelijkheid 88
49.5. Informatieverstrekking aan aansprakelijkgestelden 88
49.6. Aansprakelijkheid: eerst uitwinning belastingschuldige 89
49.7. Volgorde van aansprakelijkstellen 89
49.8. Bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie tegen de
beschikking aansprakelijkstelling 89
49.8.1. Bezwaar en uitstel van betaling 89
49.8.2. Vervallen 89
49.9. Overgangsrecht 89
49.9.1. Bij civiele procedure geen invordering of verrekening 89
49.9.2. Wijziging eis 89
Artikel 50 Bezwaar en beroep bij aansprakelijkheid 89
Artikel 51 Conservatoir beslag bij aansprakelijkheid 89
51.1. Conservatoir beslag en uitstel in verband met bezwaar 90
Artikel 52 Betalingstermijn beschikking aansprakelijkstelling 90
52.1. Vermindering van de belastingaanslag en aansprakelijkstelling 90
Artikel 53 Aansprakelijkheid: verhaalsrechten en kwijtschelding 90
53.1. Geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld 90
Artikel 54 Mededeling aan de aansprakelijkgestelde 90
54.1. Betaling teruggaaf aanhouden bij aansprakelijkstelling 90
Artikel 55 Keten- en bestuurdersaansprakelijkheid 91
tot en met 57
Artikel 58 Informatieverplichtingen van de belastingschuldige of de aansprakelijkgestelde 91
58.1. Geen invorderingsonderzoek tijdens een gerechtelijke procedure 91
58.2 Gegevens voor invordering van ‘eigen’ belastingschulden 91
58.3 Invorderingsonderzoek tijdens faillissement 91
Artikel 59 Informatieverplichting: gegevensdragers bij een derde 91
Artikel 60 Formele bepalingen voor de informatieverplichtingen 92
60.1. Redelijke termijn voor verstrekken van informatie 92
60.2. Kwaliteit van de gegevens en wijze van verstrekking of beschikbaar
stellen 92
Artikel 61 Geen geheimhoudingsplicht bij de informatieverplichtingen 92
61.1. Niet van de administratie gescheiden (beroeps-) vertrouwelijke
gegevens 92
Artikel 62 Informatieverplichtingen van de administratieplichtige 93
Artikel 62a Onrechtmatig opgelegde verplichting 93
Artikel 63 Beroep op geheimhouding en verplichtingen jegens
en 63a invorderingsambtenaar en medewerker invordering 93
Artikel 63b Bestuurlijke boeten 93
63b.1. Algemene uitgangspunten 93
63b.2. Betalingsverzuim bij aanslagbelastingen 93
63b.3. Verplichting toe te laten dat kopieën e.d. worden gemaakt 94
Artikel 63c Wijziging maximale hoogte verzuimboete 94
Artikel 64 Niet nakomen informatieverplichting: strafmaat voor misdrijf 94
Artikel 65 Opzettelijk niet nakomen informatieverplichting: zwaardere
strafmaat 94
65.1. Reikwijdte opzetcriterium bij misdrijf 94
Artikel 65a Misdrijf of overtreding 94
en artikel 66
Artikel 67 Geheimhoudingsplicht 94
67.1. Bekendmaking gegevens op verzoek van de belastingschuldige zelf 95
67.2. Informatieverstrekking aan gerechtsdeurwaarder over periodieke
betalingen 95
67.3 Informatieverstrekking aan gerechtsdeurwaarder over periodieke
betalingen 95
Artikel 68 Keuze woonplaats bij de invordering van Rijksbelastingen en tot en met 72 bodemrecht 95
Artikel 73 Insolventieprocedures 95
73.1. Algemene uitgangspunten insolventieprocedures 95
73.1.1. Aanmelden belastingschulden in WSNP of faillissement 95
73.1.2 Invorderingsmaatregelen tijdens de toepassing van WSNP of
faillissement 96
73.1.3. Boedelschulden 96
73.1.4. Proceskostengarantie 96
73.1.5. Belangenbehartiging door de bewindvoerder of de curator 96
73.1.6. Bodemvoorrecht in faillissement en in de WSNP 96
73.1.7. Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar 96
73.1.8. Uitstel in relatie tot faillissement en WSNP 97
73.1.9. Kwijtschelding in relatie tot faillissement en WSNP 97
73.1.10. Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie
tot faillissement en WSNP 97
73.1.11. Toeslagenschuld in relatie tot WSNP en faillissement 97
73.1.12. Verplichtingensignaal in relatie tot WSNP en faillissement 97
73.2. Insolventieprocedure en Wettelijke schuldsanering 97
73.2.1. Kwijtschelding tijdens WSNP 97
73.2.2. Na de toepassing van de WSNP 97
73.2.3. De WSNP is beëindigd zonder schone lei of de schone lei is ingetrokken 98
73.2.4. De WSNP is tussentijds beëindigd 98
73.3. Insolventieprocedure en surséance 98
73.3.1. Uitstel en surséance 98
73.3.2. Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot surséance 98
73.4. Insolventieprocedure en faillissement 98
73.4.1. Faillissementsaanvraag: algemeen 98
73.4.2. Ontbinding van rechtspersonen in plaats van faillissementsaanvraag 98
73.4.3. Particulieren en faillissement 98
73.4.4. Saneringsaanbod en faillissementsaanvraag 99
73.4.5. Verzoek om uitstel van betaling vóór behandeling
faillissementsaanvraag door rechter 99
73.4.6. Toestemming voor faillissementsaanvraag 99
73.4.7. Steunvordering derden voor faillissementsaanvraag 99
73.4.8. Verlenen van steunvordering en faillissementsaanvraag 99
73.4.9. Verzet tegen faillietverklaring 100
73.4.10. Beroep op regresrecht in faillissement 100
73.4.11. Verzending of uitreiking aanslagbiljet bij faillissement 100
73.4.12. Opkomen in faillissement 100
73.4.13. Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement 100
73.4.14. Na de toepassing van het faillissement 100
73.4.15. Opening nationale (secundaire) insolventieprocedure 100
73.4.16. Omzetting faillissement in WSNP 101
73.5. Insolventieprocedure: minnelijke schuldsanering door leden van de
NVVK of de gemeente 101
73.5.1. Algemeen 101
73.5.2. Opschorten invorderingsmaatregelen na verzoek MSNP 102
73.5.3. Gevolgen uitstel MSNP voor invorderingsmaatregelen 102
73.5.4. Houding invorderingsambtenaar tijdens uitstel MSNP 102
73.5.5. Intrekken uitstel gedurende MSNP 102
73.5.6. De schuldenaar voldoet aan zijn verplichtingen MSNP 103
73.5.7 Na de toepassing van de MSNP 103
73.5a Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door anderen dan
leden van de NVVK of de gemeente 103
73.5a.1 Algemeen 103
73.6. Insolventieprocedures en akkoorden 104
73.6.1. Buitengerechtelijk akkoord 104
73.6.2. Voorwaarden voor toetreding tot een buitengerechtelijk akkoord 104
73.6.3. Gevolgen buitengerechtelijk akkoord 104
73.6.4. Voorwaarden voor toetreding tot een gerechtelijk akkoord 104
73.6.5. Gevolgen toetreden tot gerechtelijk akkoord 105
73.6.6. Begrip belastingschuld en (buiten)gerechtelijk akkoord 105
73.6.7. Vervallen 105
73.6.8. Gevolgen dwangakkoord 105
73.6.9. Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord 105
Artikel 74 Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten 105
Artikel 75 Kosten van vervolging 105
75.1. Gevorderde som bevat geen vervolgingskosten 106
75.2. Aan derden toekomende bedragen 106
75.3. Rechtsmiddelen en vervolgingskosten 106
75.4. Verzoek om vermindering vervolgingskosten aanmerken als bezwaar 106
75.5. Niet in rekening brengen van vervolgingskosten 107
75.6. Onverschuldigdheid van vervolgingskosten 107
75.7. Niet-verwijtbaarheid en vervolgingskosten 108
75.8. Versnelde invordering en vervolgingskosten 108
75.9. Aansprakelijkgestelden en vervolgingskosten 108
75.10. Geen kwijtschelding van vervolgingskosten 108
75.11. Limitering betekeningskosten dwangbevel 108
Artikel 76 Douane en invordering, motorrijtuigenbelasting, internationale tot en met 79 invordering en invordering Awir 109
Artikel 80 Invordering, Awb en het moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen 109
80.1. Tenuitvoerlegging termijndwangbevel 109
80.2. Moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen 109
Bijlage I Reglement Standaard standaard Europese incasso Gemeente Beemster 2015