6. Handhaving: Gericht op structureel herstel
6.2 Handhavingsafwegingen
6.2.1 proportionaliteit
Bij de inzet van handhaving denkt het college in effect, in alle fases van het toezicht en handhaving. Dat betekent dat het college bij de keuze van handhavingsinstrumenten kiest voor de instrumenten die het snelste en grootste effect hebben. In overeenstemming met de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt bij het opleggen van boetes en dwangsommen altijd gekeken naar de subsidiariteit en proportionaliteit van de maatregel. De maatregel moet in verhouding staan tot de ernst van de overtreding.
Het college betrekt bij de voorbereiding van elk besluit alle feiten en weegt alle belangen af.
Daarbij wordt afgewogen welke handhavingsmaatregel geschikt en noodzakelijk is om het doel te bereiken: kwalitatief goede kinderopvang. In iedere casus beoordeelt het college of evenredigheid bestaat tussen de ernst van een vastgestelde overtreding en de zwaarte van de op te leggen sanctie.
Ook in hoeverre de kwaliteit van opvang is beïnvloed door een tekortkoming wordt meegewogen in de handhavingsafweging. Bij het ontstaan van overtredingen kunnen specifieke omstandigheden een rol spelen. Bij het opstellen van een besluit houdt het college rekening met deze omstandigheden.
6.2.2 duidelijke communicatie
Het college stelt handhavingsbesluiten zo duidelijk en eenvoudig mogelijk op. Ook combineert het college zoveel mogelijk handhavingsbesluiten, zoals meerdere aanwijzingen, in één brief aan de houder met een duidelijke toelichting, zodat minder verwarring ontstaat over wat het college verwacht van de ontvanger.
6.2.3 rol van de toezichthouder
Het college hecht daarbij grote waarde aan het oordeel van de toezichthouder en betrekt dit in de besluitvorming. Ook een reactie van de houder op een inspectierapport betrekt het college bij de beoordeling.
In beginsel beoordeelt het college iedere overtreding afzonderlijk en wordt handhaving per overtreding ingezet. Wanneer naar het oordeel van de toezichthouder blijkt dat een houder voldoende maatregelen heeft getroffen om een overtreding structureel te herstellen, kan het college besluiten om af te zien van handhaving gericht op herstel. Als uit een inspectieonderzoek blijkt dat een voorschrift meerdere keren is overtreden, dan weegt dit mee in de ernst van de overtreding. Dit uit zich bijvoorbeeld in een kortere hersteltermijn of een zwaarder sanctiemiddel.
Als het college overgaat tot handhaving dan is deze van oordeel dat het onderzoek van de toezichthouder zorgvuldig is uitgevoerd.
Bij de besluitvorming betrekt het college in elk geval:
● het inspectierapport, met daarin:
○ gerapporteerde overtreding(en);
○ bevindingen en conclusies van de toezichthouder;
○ indien van toepassing, de beschrijving van de omstandigheden;
○ het advies van de toezichthouder;
○ de reactie van de houder in het inspectierapport;
● reacties van de houder aan het college;
● de handhavingsgeschiedenis op locatieniveau en organisatieniveau;
● de inspectiegeschiedenis op locatieniveau en organisatieniveau;
● alle betrokken belangen waaronder het zwaarwegende belang van ouders en kinderen.
Bijlage: Afwegingsmodel
Handhaving samengevat
Het college treedt handhavend op als de toezichthouder een overtreding vaststelt op een kinderopvangvoorziening. In dit afwegingsmodel geeft het college aan welke bedragen het uitgangspunt zijn bij de inzet van handhavingsmiddelen.
De toezichthouder kan een houder van een kinderopvangvoorziening de gelegenheid bieden om vastgestelde overtredingen nog tijdens de onderzoeksperiode op te heffen (het herstelaanbod). Als de houder de overtreding al heeft hersteld of redelijkerwijs snel zal herstellen, kan het college besluiten af te zien van handhaving gericht op herstel.
Het college kan bij herstellende handhaving kiezen voor de aanwijzing, daarin staat welke maatregelen moeten worden genomen om de overtreding te herstellen. Een aanwijzing kan ook een concretisering van wettelijke regels bevatten voor de specifieke situatie.
Het college kan bij herstellende handhaving ook kiezen voor de last onder dwangsom. Bijvoorbeeld wanneer blijkt dat de aanwijzing niet tot herstel van de overtreding heeft geleid.
Als ook de last onder dwangsom en de invordering daarvan niet leiden tot structureel herstel kan het college de locatie (tijdelijk) sluiten met een exploitatieverbod. Als een houder geen verantwoorde kinderopvang aanbiedt kan het college een kinderopvanglocatie direct sluiten.
Blijkt na (tijdelijke) sluiting de kwaliteit van opvang alsnog niet structureel hersteld dan trekt het college de toestemming in. Het college kan de toestemming ook direct intrekken.
Voor bepaalde overtredingen kan het college een boete opleggen voor het niet opvolgen van een aanwijzing. De hier opgenomen bedragen gelden per overtreding van een voorschrift.
Voor de bedragen sluit het college aan bij de categorieën genoemd in artikel 23 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht. Gezien de ernst van het niet aanbieden van kinderopvang die voldoet aan de minimale kwaliteitseisen is met name aangesloten bij de tweede, derde en vierde categorie. Een financiële sanctie is nooit lager dan het genoemde bedrag uit de eerste categorie. Voor de gastouderopvang, met uitzondering van de gastouderbureaus, en de ouderparticipatiecrèches wordt hierop een uitzondering gemaakt. Daar gelden andere bedragen.
In de tabel is het maximum sanctiebedrag bij een eerste overtreding van het voorschrift opgenomen.
Bij recidive kan het college dit maximum verdubbelen.
Hersteltermijnen
Overtredingen met grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel direct of binnen maximaal 7 dagen worden beëindigd.
Overtredingen met gemiddelde consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel binnen maximaal 14 dagen worden hersteld.
Overtredingen met lichte tot matige consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel binnen een gemiddelde termijn van maximaal 21 dagen worden hersteld.
Voor elke overtreding beoordeelt het college welk hersteltermijn passend en geboden is. Het college kan afwijken van de gestelde termijn indien zij dit nodig acht.
Evaluatie van handhavingsbeleid
Het handhavingsbeleid is dynamisch en wordt regelmatig geëvalueerd. De gemeente voert periodieke evaluaties uit van het handhavingsbeleid en stuurt waar nodig bij. Dit gebeurt op basis van de resultaten van de uitgevoerde inspecties, nieuwe wetgeving, en feedback van kinderopvangorganisaties en ouders. Deze evaluaties dragen bij aan een continue verbetering van het toezicht en de handhaving, zodat het beleid altijd is afgestemd op de actuele eisen en omstandigheden.
Hoogte van dwangsommen en boetes
Diversen m.b.t. naleving, registratie en wijzigingen
Wettelijke bepaling / kwaliteitseis
Maximale hersteltermijn
Bestuurlijke boete
Last onder dwangsom per constatering
3Voor alle op te leggen lasten onder dwangsom geldt dat de uiteindelijk hoogte van het bedrag berekend wordt op de wijze zoals opgenomen in het handhavingsbeleid.
Niet voldoen aan de definitie van kinderopvang, gastouderopvang, gastouder of gastouderbureau.
N.v.t, intrekken toestemming tot exploitatie is aan de orde.
n.v.t.
n.v.t.
Start exploitatie voor ontvangst toestemming college
4Overtreding van art. 1.45 en 1.46 Wko is een misdrijf conform art. 1 lid 2 Wet op de economische delicten. College zal eerst aangifte hiervan doen bij het OM, indien het OM aangeeft niet te vervolgen of de bestraffing aan het college over te laten, volgt oplegging van een boete maximaal gelijk aan de boete zoals genoemd in de Wet op de economische delicten.
of voor de datum waarop college bepaald heeft dat exploitatie mag aanvangen.
n.v.t.
Gelijk aan bedrag boete 4e categorie
Gelijk aan bedrag boete 4e categorie
Houder geeft wijziging van in het LRK opgenomen gegevens later door / niet door terwijl dit zou moeten gebeuren zodra de houder bekend is met deze wijziging.
14dagen
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Niet nakomen van een vordering tot medewerking van de toezichthouder.
n.v.t.
Gelijk aan bedrag boete 3e categorie
Gelijk aan bedrag boete 3e categorie
Niet opvolgen van een bevel.
7dagen
Gelijk aan bedrag boete 3e categorie
n.v.t.
Niet opvolgen van exploitatieverbod gegeven opgelegd op grond van art. 1.66 Wko.
n.v.t.
Gelijk aan bedrag boete 4e categorie
n.v.t.
Praktijk / uitvoering
Wettelijke bepaling / kwaliteitseis
Maximale hersteltermijn
Bestuurlijke boete
Last onder dwangsom per constatering
De houder biedt geen verantwoorde opvang.
7dagen
Gelijk aan bedrag boete 3e categorie
Gelijk aan bedrag boete 3e categorie
Het gastouderbureau voldoet niet aan zijn zorgplicht
14dagen
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
De houder voldoet niet aan zijn informatieplicht.
7dagen
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
De houder zorgt er niet voor dat conform het beleid gehandeld wordt
14dagen
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
De houder voldoet niet aan de eisen gesteld aan veilige en gezonde kinderopvang
5Met uitzondering van het niet handelen conform beleid, dat valt onder “houder zorgt er niet voor dat conform het beleid gehandeld wordt”
.
7dagen
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
De houder voldoet niet aan de eisen m.b.t. formatie.
14dagen
Gelijk aan bedrag boete 3e categorie
Gelijk aan bedrag boete 3e categorie
De houder voldoet niet aan de eisen m.b.t. stabiliteit op de groepen
14dagen
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
De houder voldoet niet aan de eisen m.b.t. de VOG’s en het personenregister kinderopvang.
14dagen
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
De houder voldoet niet aan de eis m.b.t. de voertaal, taaleis VE en de taaleis BSO.
14dagen
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
De binnen- en buitenspeelruimtes voldoen niet aan de eisen.
14dagen
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
De houder voldoet niet aan het ouderadviesrecht / klachtrecht.
21dagen
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
De houder van het gastouderbureau voert aantoonbaar de kassiersfunctie en de verplicht gestelde gesprekken niet uit.
14dagen
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
De houder voldoet niet aan de uren norm voor VE
14dagen
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Opleidingseisen van de pedagogisch professionals voldoen niet aan de eisen
14dagen
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Documenten
Wettelijke bepaling / kwaliteitseis
Maximale hersteltermijn
Bestuurlijke boete
Last onder dwangsom
De houder heeft actuele beleidsdocumenten die onvolledig zijn en/of niet alle verplicht te beschrijven onderwerpen bevatten.
21dagen
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
De administratie van de houder bevat niet alle verplicht op te nemen documenten en is op verzoek van de toezichthouder onverwijld te raadplegen.
21dagen
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
De houder gebruikt geen VE programma dat voldoet aan de eisen
21dagen
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Bij overtredingen van de Wet kinderopvang en aanverwante regelgeving die niet met name worden genoemd in het afwegingsmodel worden de hoogte van de dwangsom, de boete en de hersteltermijn bepaald aan de hand van de in het afwegingsmodel opgenomen overtredingen die naar aard en zwaarte vergelijkbaar zijn.