Aanhef
Z19-028805
Burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen;
gelezen het advies van afdeling Veiligheid en Handhaving van 7 mei 2019;
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluiten vast te stellen de:
Beleidsuitgangspunten kraken en ontruimen
Bijlage 1 Relevante wetgeving
Artikel 184 wetboek van Strafrecht
1Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast of door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten, alsmede hij die opzettelijk enige handeling, door een van die ambtenaren ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, belet, belemmert of verijdelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
2Met de in het eerste gedeelte van het vorige lid bedoelde ambtenaar wordt gelijkgesteld ieder die, krachtens wettelijk voorschrift, voortdurend of tijdelijk met enige openbare dienst is belast.
3Met een vordering of handeling als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld een vordering of handeling van de schipper of gezagvoerder van een luchtvaartuig die een bevoegdheid uitoefent of een verplichting vervuld, welke hem als zodanig is toegekend of opgelegd bij een bepaling van het Wetboek van Strafvordering. Onder schipper wordt begrepen hij die het hoogste gezag uitoefent op een overeenkomstig artikel 136a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering aangewezen installatie.
4Indien tijdens het plegen van het misdrijf nog geen twee jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens gelijk misdrijf onherroepelijk is geworden, kan de gevangenisstraf met een derde worden verhoogd.
Artikel 138 wetboek van Strafrecht
1Hij die in de woning of het besloten lokaal of erf, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringt of, wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
2Hij die zich de toegang heeft verschaft door middel van braak of inklimming, van valse sleutels, van een valse order of een vals kostuum, of die, zonder voorkennis van de rechthebbende en anders dan ten gevolge van vergissing binnengekomen, aldaar wordt aangetroffen in de voor de nachtrust bestemde tijd, wordt geacht te zijn binnengedrongen.
3Indien hij bedreigingen uit of zich bedient van middelen geschikt om vrees aan te jagen, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
4De in het eerste en derde lid bepaalde gevangenisstraffen kunnen met een derde worden verhoogd, indien twee of meer verenigde personen het misdrijf plegen.
Artikel 138a wetboek van Strafrecht
1Hij die in een woning of gebouw, waarvan het gebruik door de rechthebbende is beëindigd, wederrechtelijk binnendringt of wederrechtelijk aldaar vertoeft, wordt, als schuldig aan kraken, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
2Indien hij bedreigingen uit of zich bedient van middelen geschikt om vrees aan te jagen, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
3De in het eerste en tweede lid bepaalde gevangenisstraffen kunnen met een derde worden verhoogd, indien twee of meer verenigde personen het misdrijf plegen.
Artikel 139 wetboek van Strafrecht
1Hij die in een voor de openbare dienst bestemd lokaal wederrechtelijk binnendringt, of, wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van de bevoegde ambtenaar aanstonds verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
2Hij die zich de toegang heeft verschaft door middel van braak of inklimming, van valse sleutels, van een valse order of een vals kostuum, of die zonder voorkennis van de bevoegde ambtenaar en anders dan ten gevolge van vergissing binnengekomen, aldaar wordt aangetroffen in de voor de nachtrust bestemde tijd, wordt geacht te zijn binnengedrongen.
3Indien hij bedreigingen uit of zich bedient van middelen geschikt om vrees aan te jagen, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
4De in het eerste en derde lid bepaalde gevangenisstraffen kunnen met een derde worden verhoogd, indien twee of meer verenigde personen het misdrijf plegen.
Artikel 175 Gemeentewet
1In geval van oproerige beweging, van andere ernstige wanordelijkheden of van rampen, dan wel van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is de burgemeester bevoegd alle bevelen te geven die hij ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar nodig acht. Daarbij kan van andere dan bij de Grondwet gestelde voorschriften worden afgeweken.
2De burgemeester laat tot maatregelen van geweld niet overgaan dan na het doen van de nodige waarschuwing.
Artikel 551a wetboek van Strafvordering
In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in de artikelen 138, 138a en 139 van het Wetboek van Strafrecht kan iedere opsporingsambtenaar de desbetreffende plaats betreden. De opsporingsambtenaar is bevoegd alle personen die daar wederrechtelijk vertoeven, alsmede alle voorwerpen die daar ter plaatse worden aangetroffen, te verwijderen of te doen verwijderen.
Artikel 12 wetboek van Strafvordering
1Wordt een strafbaar feit niet vervolgd, de vervolging niet voortgezet, of vindt de vervolging plaats door het uitvaardigen van een strafbeschikking, dan kan de rechtstreeks belanghebbende daarover schriftelijk beklag doen bij het gerechtshof, binnen het rechtsgebied waarvan de beslissing tot niet vervolging of niet verdere vervolging is genomen, dan wel de strafbeschikking is uitgevaardigd. Indien de beslissing is genomen door een officier van justitie bij het landelijk parket of bij het functioneel parket, is het gerechtshof Den Haag bevoegd. Indien de beslissing is genomen door een officier van justitie bij het parket centrale verwerking openbaar ministerie, is bevoegd het gerechtshof in het ressort waar de klager woon- of verblijfplaats heeft. Bij gebreke daaraan is het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevoegd.
2Onder rechtstreeks belanghebbende wordt mede verstaan een rechtspersoon die krachtens zijn doelstelling en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden een belang behartigt dat door de beslissing tot niet vervolging of niet verdere vervolging rechtstreeks wordt getroffen.
3Geen beklag is mogelijk indien er sprake is van een onherroepelijke einduitspraak als bedoeld in artikel 482a.
Artikel 8 EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens)
1Een ieder heeft het recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.
2Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
Bijlage 2 Relevante rechterlijke uitspraken
Onderstaande rechterlijke uitspraken zijn relevant om toe te voegen aan deze beleidsuitgangspunten.
Uitspraak 25 juni 2018
Op 25 juni 2018 heeft de voorzieningsrechter uitspraak gedaan in een kort geding zaak van de We Are Here groep tegen het besluit van het OM om het op 5 juni door hen gekraakte pand op de Groen van Prinstererlaan 114 in Amstelveen te ontruimen. De rechter heeft het besluit rechtmatig geacht en geoordeeld dat de ontruiming doorgang mocht vinden. De afwegingen in deze zaak hebben geleid tot het oordeel dat het belang van de Staat, en dan vooral het openbare orde aspect, prevaleert boven dat van de krakers. Voldoende aannemelijk was dat deze kraakactie deel uitmaakt van een breder patroon waarbij de We Are Here groep al krakend door Amsterdam trekt, mogelijk erop rekenend dat de rechter, als eenmaal een huisrecht is gevestigd, haar een extra termijn gunt op grond van zijn uitzonderingsbevoegdheid. Zo’n bevoegdheid mag echter niet worden gebruikt als instrument of element om een woonmodel van de groep te onderhouden door zich jarenlang in een reeks kraakpanden te handhaven. De werkwijze na het laatste kort geding van eind april 2018 is daarvoor illustratief wordt door de rechter benoemd. De We Are Here groep heeft geen gebruik gemaakt van de bestaande opvang mogelijkheden, zoals de Havenstraat, maar is opnieuw overgegaan tot kraak met de daarbij horende wanordelijkheden. Dat is ongewenst uit een openbare orde oogpunt. Bovendien gaat het hier inmiddels om een patroon, dus niet (meer) om een incident. ECLI:HR:2016:607
Uitspraak Hoge raad 28-10-2011
De ontruimingsbevoegdheid van artikel 551a Sv. en de daarop gebaseerde beleidsbrief van het Parket-Generaal zijn na toetsing door de Hoge Raad in kort geding op 28-10-2011 overeind gebleven. De Hoge Raad bevestigt in deze uitspraak het uitgangspunt dat een ontruiming in beginsel wordt aangekondigd tenzij één van de in de beleidsbrief van de Parket-Generaal genoemde uitzonderingssituaties zich voordoet.
Arrest 18-12-2012
In kort geding heeft de president van de rechtbank in Groningen bepaald dat het belang van de eigenaar bij sloop van een gekraakt pand minder zwaar woog dan het woonrecht van de kraker, mede omdat de ontwikkelingsplannen na sloop in de ijskast gezet waren. Deze uitspraak is echter in hoger beroep door het hof van Leeuwarden vernietigd.
Uitspraak president van de rechtbank Haarlem
De president heeft de staat verboden een kraakpand te ontruimen omdat het OM na een vorig vonnis waarbij de ontruiming werd toegestaan geruime tijd (drie maanden) niet daadwerkelijk had ontruimd. Bovendien nam de rechter aan dat de kraker enkele maanden na het vonnis uit zichzelf zou vertrekken.
Uitspraak door het Hof van Arnhem 4-5-2011
Het Hof van Arnhem is het eerste hof dat zich in een strafzaak over de Kraakwet heeft uitgelaten. Het Hof heeft uitgemaakt dat de ontruimingsbevoegdheid van het OM op basis van artikel 551a Sv. een zogenaamde accessoire bevoegdheid is en geen strafrechtelijke, zodat een gesteld verkeerd gebruik daarvan niet hoeft te worden besproken in de strafzaak. Gebreken aan dat gebruik zouden niet tot consequenties voor de strafrecht kunnen leiden. In de regel proberen krakers die vervolgd worden altijd de ontruiming zelf te betrekken in hun verweer. Dit arrest biedt de mogelijkheid om een groot gedeelte van deze discussie te voorkomen. In lagere rechtspraak is het arrest overgenomen door de rechtbank Amsterdam, maar zowel in Rotterdam als in Den Haag zijn er uitspraken geweest van rechters die, in strijd met het arrest van het hof van Arnhem, de rechtmatigheid van de ontruiming wel betrekken bij het oordeel in de strafzaak.
Kraker mag van rechter in kraakwoning blijven, ontruiming verboden na toetsing art. 8 EVRM
Kraker heeft drie ruimtes betrokken in een voormalig slachthuis. De eigenaar van het slachthuis heeft een groot gedeelte verhuurd aan de huurder, die koelapparatuur verkoopt. De huurder stelt de gekraakte ruimtes nodig te hebben tijdens veilingen van koelapparatuur die hij in het pand organiseert. De voorzieningsrechter heeft op 21 december 2012 een door de kraker gevorderd verbod tot strafrechtelijke ontruiming afgewezen. De Staat is vervolgens niet tot ontruiming overgegaan. Sindsdien hebben zich nieuwe feiten en omstandigheden voorgedaan waardoor de voorzieningsrechter opnieuw moet beoordelen of de ontruiming proportioneel is. Hierbij neemt de voorzieningsrechter allereerste in aanmerking dat bij kort gedingvonnis van 21 december 2012 het door de kraker gevorderde verbod tot ontruiming is afgewezen en dat de Staat vervolgens niet tot ontruiming is overgegaan. Pas begin maart 2013 is de ontruiming aangezegd. Gelet op het tijdsverloop ligt het niet voor de hand dat de huurder de gekraakte ruimtes zeer dringend nodig heeft. Bovendien heeft op 18 januari 2013 een veiling plaatsgevonden dat de gekraakte ruimtes zijn gebruikt. De Staat heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit voortvloeit dat de veilingen niet georganiseerd kunnen worden zonder dat gebruik kan worden gemaakt van de gekraakte ruimtes dan wel dat enig nadeel is voortgevloeid uit de veiling van 18 januari 213. Hiertegenover staat het in artikel 8 EVRM beschermde belang van de kraker bij huisvesting. Nu voorts duidelijk is geworden dat de huurder per 31 december 2013 het gebruik van het slachthuis zal beëdigen, is de voorzieningsrechter van oordeel dat het gebruik van de ruimtes door de kraker moet prevaleren boven het gebruik van de ruimtes door de huurder. De vordering om de Staat te verbieden de door de kraker gebruikte ruimtes te ontruimen wordt toegewezen.
Uitspraak rechtbank Den Haag rondom spoedontruimingen
Deze uitspraak heeft betrekking op gekraakte bedrijfspanden. Gevolg van deze uitspraak is dat een gekraakt bedrijfspand alleen in aanmerking komt voor een spoedontruiming als de kraker(s), naast kraken/ huisvredebreuk, ook word(t)(e n) verdacht van andere strafbare feiten waardoor de rechthebbende van het gekraakte pand wordt getroffen. ECL:NL:RBDHA:2015:5690
Uitspraak Hoge Raad 28 mei 2013
De Hoge Raad bevestigt een eerdere uitspraak van het gerechtshof omtrent het ontstaan van een huisrecht. Het Hof heeft in deze zaak geoordeeld dat in de 6-7 uur dat het pand was gekraakt geen huisrecht is ontstaan. Er was geen sprake van ongestoord woongenot, omdat de krakers daarin vanaf het begin van hun bezetting door de politie werden gehinderd. Ook verder is niet gebleken dat verdachten(n) in genoemde tijd een privé-huiselijk leven hebben in de woning heeft/ hebben geleid. Voorts was niet vast komen te staan dat verdacht(n) huishoudelijke goederen, voor zover aanwezig, ook daadwerkelijk in gebruik hadden genomen. ECLI:HR:2013:CA0793
Bijlage 3 Beleidsbrief College van procureurs-generaal
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2010-19500.html