Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering en handhaving Wet kinderopvang

Gemeente Alblasserdam · geldt sinds 16 juli 2020

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alblasserdam;

gelet op artikel 4:81van de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op de artikelen 1.61 lid 1, 1.65 lid 1 en 4, 1.66 en 1.72 lid 1 Wet kinderopvang;

B E S L U I T :

De Beleidsregels uitvoering gemeentelijke taken Wet kinderopvang, gemeente Alblasserdam 2020, vast te stellen.

Toelichting op Hoofdstuk 4, 5 en 6

Hoofdstuk 4: toezicht

4.2. Risico gestuurd en onaangekondigd toezicht

In deze paragraaf wordt aangegeven dat de onderzoeken in principe onaangekondigd plaats vinden.

4.3. Herstelaanbod

Gemeente Alblasserdam werkt met GGD-ZHZ volgens het aanbieden van een herstelaanbod. Herstelaanbod is een landelijke werkwijze.

In de basis is herstelaanbod mogelijk bij:

•Alle type voorzieningen

•Alle kleuren risicoprofielen

En bij verschillende type onderzoeken:

•Onderzoek na registratie

•Jaarlijks onderzoek

•Incidenteel onderzoek

Maar niet bij:

•Onderzoek voor registratie

•Nader onderzoek

Herstelaanbod is voor de houder geen recht of plicht maar een mogelijkheid! De GGD bepaalt op basis van hun professionele inzicht en de geldende afspraken met de gemeente of herstelaanbod wordt ingezet. Wanneer een houder een herstelaanbod heeft geaccepteerd maar niet binnen de door de GGD gestelde termijn de overtreding(en) herstelt, zal gemeente Alblasserdam in beginsel handhaven. De gemeente kan ook nog steeds handhaven wanneer na herstelaanbod de overtredingen wel beëindigd zijn, er was immers sprake van een overtreding van de Wko. Gemeente Alblasserdam streeft hier niet naar, maar houdt deze mogelijkheid wel open.

4.4.Schriftelijk bevel

Het schriftelijk bevel is een handhavingsmiddel van de toezichthouder. De toezichthouder kan dit middel enkel inzetten indien tijdens een onderzoek een situatie bestaat waarin de kwaliteit van de opvang of het gastouderbureau zodanig tekort schiet, dat het nemen van maatregelen niet kan wachten tot er een rapport is opgesteld en het college de handhaving kan gaan inzetten. Met andere woorden, er moet nu iets gebeuren omdat voortduren kinderen in gevaar brengt. De aangetroffen situatie is van dien aard, dat ook een herstelaanbod teveel tijd zal kosten.

Hoofdstuk 5: aanvraag tot exploitatie

5.1. Nieuwe voorziening

In deze paragraaf wordt in de basis uitgelegd hoe de aanvraag wordt ingediend en behandeld.

5.1.1. Illegale kinderopvang

Elke kinderopvangvoorziening moet toestemming hebben van de gemeente oom te mogen exploiteren en geregistreerd zijn in het LRK. Als dit niet het geval is dan is er sprake van illegale kinderopvang. Illegale opvang is grond voor een bestuurlijke boete. Of deze wordt opgelegd door de gemeente en wat het bedrag ervan is bepaalt de gemeente. Omdat het een economisch delict betreft moet u als u gaat straffen (beboeten) éérst hierover afstemmen met het Openbaar Ministerie (O.M.). U geeft aan het O.M. door dat dit delict heeft plaatsgevonden en verzoekt hen om óf zelf te gaan vervolgen en u daarover te berichten, of u te laten weten dat men de afhandeling aan de gemeente overlaat. In het laatste geval, of indien u 13 weken na uw bericht aan het O.M. geen reactie ontvangen heeft, kunt u zelf de procedure van de bestuurlijke boete in gang zetten.

5.1.2. Streng aan de poort

Bij alle aanvragen voor nieuwe kinderopvangvoorzieningen, maar ook bij verhuizingen en houderwijzigingen wordt er streng aan de poort getoetst. De werkwijze Streng aan de poort is een landelijke manier van werken.

5.2.Houderwijziging

De gemeente houdt het belang van de continuïteit van de opvang – en daarmee het belang van ouders – goed in de gaten, door bij een overname goed regie te voeren. Zo kan de overname zo soepel en snel mogelijk worden afgehandeld. Een houderwijziging wordt ingediend als wijziging maar moet worden afgehandeld als een aanvraag.

Hoofdstuk 6: Handhaving

6.1.Preventie

Bij deze middelen kan de gemeente kiezen wat zij doet (en of de gemeente hier inzet voor levert) om overtredingen te voorkomen. Bijkomstigheid is dat de gemeente hiermee een goede relatie kan opbouwen met de houders. De gemeentelijke preventieve middelen zijn niet verplicht. Het zijn opties waar de gemeente voor kan kiezen om te voorkomen dat er overtredingen van de kwaliteitseisen op treden en de gemeente moet ingrijpen.

6.2. Maatwerk

6.2.1. Herstellend en/of bestraffend optreden

Er zijn twee lijnen in handhaving. Herstellend en bestraffend. De gemeente zal bij een nog openstaande overtreding altijd aansturen op herstel. Hiervoor is een aantal middelen beschikbaar. Daarnaast kan de gemeente ook straffen door middel van de bestuurlijke boete.

6.2.2. Escalatieladder

In deze paragraaf wordt aangegeven hoe de escalatie van handhaving in de basis zal verlopen. Gemeente Alblasserdam start de handhaving in principe met een aanwijzing. Wanneer dit onvoldoende effect heeft, kan daarna een last onder dwangsom worden ingezet, gevolgd door een exploitatieverbod en als ultieme handhavingsmaatregel het intrekken van toestemming tot exploitatie.

6.2.3.Handhavingsafwegingen

Om te komen tot de uiteindelijke beoordeling van de situatie en de in te zetten handhaving worden meerdere afwegingen gemaakt om te bepalen of en zo ja welke actie nodig is.

Voor de herstellende handhaving zijn dit de volgende afwegingen:

•Wat is de ernst van de overtreding?

Heeft de overtreding direct gevolgen voor de dagelijkse opvangpraktijk en de veiligheid, gezondheid of het welbevinden van de kinderen in de opvang? Of is er sprake van een overtreding met name gericht op beleidsvoering of administratieve eisen die moeten leiden tot verantwoorde kinderopvang.

•Wat is de aard van de overtreding?

Er wordt onderscheid gemaakt tussen overtredingen die gelet op hun aard gemakkelijk op korte termijn herhaald kunnen worden en overtredingen die na herstel gewoon hersteld zijn. Bij overtredingen met een herhaalkans op korte termijn kan gedacht worden aan bijvoorbeeld de dagelijkse inzet van beroepskrachten. Een voorbeeld van een overtreding waar na herstel weinig herhaalkans is op korte termijn, is een pedagogisch beleidsplan. Immers als het product eenmaal aangepast is, is de overtreding meteen “blijvend” verholpen en is er weinig risico op herhaling.

•Hoeveel overtredingen zijn er?

Als er erg veel overtredingen tegelijk zijn, dan wordt de afweging gemaakt of er alles bij elkaar nog sprake is van verantwoorde kinderopvang. Als dat niet het geval is, dan zal de handhaving sneller richting een (tijdelijk) exploitatieverbod kunnen gaan.

Veel overtredingen ineens is mede bepalend voor de keuze voor de in te zetten handhavingsactie en het afstemmen van hersteltermijnen aan de situatie.

•Heeft het begaan van de overtreding een financieel voordeel?

Het inzetten van te weinig personeel bijvoorbeeld heeft een directe financieel voordeel voor de houder. Bij deze overtreding kan handhaving met een financiële component (last onder dwangsom of boete) ervoor zorgen dat de houder een prikkel krijgt om daadwerkelijk over te gaan tot herstel van de kwaliteit.

•Betreft het een herhaalde overtreding?

De gemeente hecht aan veilige en gezonde kinderopvang. Daarbij is het voorkomen van overtredingen van groot belang. Daar dient een ieder in de kinderopvang naar te streven. De gemeente beseft dat er weleens sprake kan zijn van een overtreding, maar gaat er daarbij vanuit dat de houder direct maatregelen treft gericht op een zo spoedig mogelijk herstel van de overtreding. De gemeente is dan ook extra streng in geval van herhaalde overtreding van dezelfde eis (recidive). In geval van recidive zal de gemeente zwaarder sanctioneren. Er zal een kortere hersteltermijn worden gehanteerd en/of een zwaardere handhavingsmaatregel worden ingezet. In geval van een boete zal het boetebedrag verhoogd worden.

6.2.4.Hersteltermijn/begunstigingstermijn

De gemeente geeft de overtreder altijd een redelijke termijn om een overtreding te herstellen. Bij een last onder dwangsom heet de hersteltermijn de begunstigingstermijn. In de beleidsregels zijn uitgangspunten opgenomen van verschillende termijnen bij verschillende overtredingen. De hersteltermijn zal met deze uitgangspunten bij elk handhavingsbesluit aan de hand van de specifieke situatie worden bepaald. Let dus altijd op of de termijn in het beleid ook in de specifieke situatie redelijk is. Soms zijn bijvoorbeeld de termijnen bij Justis voor het afhandelen van een VOG aanvraag langer dan gemiddeld (dit kan maximaal 4 tot 8 weken duren voor een VOG natuurlijke personen). In zo’n geval is het niet redelijk een hersteltermijn van twee weken te hanteren.

6.3.Handhavingsmiddelen

In deze paragraaf en bijbehorende tabel zijn alle formele en informele handhavingsinstrumenten die de gemeente kan inzetten opgenomen. De informele middelen die gemeente Alblasserdam inzet zijn:

Overleg en overreding

Indien de gemeente het informele middel overleg en overreding toepast is het verstandig aan de houder schriftelijk te bevestigen wat er is overeen gekomen. Dit voortkomt dat er later misstanden ontstaan.

De waarschuwing

De gemeente hanteert de (schriftelijke) waarschuwing als een ‘milde maatregel’. Een waarschuwing wordt gegeven bij overtredingen met een laag risico, die voor het eerst in twee jaar tijd voorkomen bij een houder. Het herstel van de overtreding wordt in dat geval in een eerstvolgend regulier onderzoek van de GGD gecontroleerd, er volgt geen apart/extra (nader) onderzoek. Dat is zowel voor de houder als voor de gemeente efficiënt en minder belastend.

6.3.1.Aanwijzing

Wanneer is een aanwijzing passend?

Een aanwijzing is een formele waarschuwing en wordt in principe gegeven bij overtredingen zonder een reële herhaalkans op korte termijn in de dagelijkse opvangpraktijk. Dat is bijvoorbeeld het geval als er een bepaald product (pedagogisch beleidsplan) moet worden hersteld, dat daarna voorlopig blijvend hersteld is. De aanwijzing is dan ook meteen uitgewerkt na het herstel en de handhaving kan worden beëindigd.

6.3.2.Last onder dwangsom

Wanneer is een last onder dwangsom passend?

Een dwangsom kan als het beleid daar ruimte voor geeft bij de start van een handhavingstraject in principe opgelegd als de overtreding zich gemakkelijk opnieuw kan voordoen op korte termijn gezien de aard van de overtreding. Dat zijn vooral de overtredingen die betrekking hebben op frequente, terugkerende handelingen en afwegingen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het inzetten van voldoende beroepskrachten. De inzet van te weinig beroepskrachten kan meestal op korte termijn goed hersteld worden, maar is niet per se blijvend hersteld in de toekomst (anders dan bij het herstel van bijvoorbeeld een document, dat na herstel ook voorlopig hersteld blijft). Een houder wordt met de last onder dwangsom gedurende een langere periode gestimuleerd om te blijven voldoen aan het voorschrift. Als bij een later onderzoek weer een overtreding wordt geconstateerd, wordt de dwangsom meteen van rechtswege verbeurd.

Een last onder dwangsom kan ook worden ingezet als vervolgactie in een handhavingstraject dat gestart is met een aanwijzing, waarbij de aanwijzing niet tot herstel heeft geleid en de overtredingen voortduren.

Bij een last onder dwangsom is het een mogelijkheid om de hoogte van de dwangsom gelijk te trekken of een factor te baseren op de hoogte van de boetes in het afwegingsoverzicht. Let wel dat een last een prikkel tot herstel moet zijn. Is de last te laag dan zal de houder niet gaan herstellen.

Het is aan de gemeente om te bepalen hoe de last onder dwangsom zich verhoudt tot het boetebedrag in het afwegingsoverzicht. Gemeenten kiezen vaak verschillende scenario’s. Zo kan de gemeente ervoor kiezen om het boetebedrag rechtstreeks over te nemen, of bijvoorbeeld te verhogen met een x bedrag of bijvoorbeeld te verdubbelen. Leg de keuze die u neemt vast in het handhavingsbeleid.

Het college van de gemeente hanteert in beginsel het afwegingsmodel als uitgangspunt bij de bepaling van de hoogte van de last onder dwangsom. De bepaling van de hoogte van de last onder dwangsom laat onverlet dat het college gehouden is de hoogte van de dwangsom af te stemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten, waarbij het college zo nodig rekening houdt met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Er kan sprake zijn van verzachtende en verzwarende omstandigheden; dit is maatwerk.

6.3.3.Last onder bestuursdwang

De last onder bestuursdwang wordt nagenoeg niet toegepast in de kinderopvang. De houder is zelf eindverantwoordelijk voor de kwaliteit.

6.3.4.Exploitatieverbod

Wanneer is een exploitatieverbod passend?

Een belangrijke afweging bij het wel of niet opleggen van een exploitatieverbod is: is de kwaliteit dermate onder de maat dat er redelijkerwijs niet langer gesproken kan worden van verantwoorde kinderopvang? Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij veel overtredingen ineens, maar ook na langdurige handhaving waarbij verbeteringen telkens uitblijven of minimaal zijn en/of waarbij overtredingen zich in de loop van de tijd opstapelen.

6.3.5.Intrekken toestemming tot exploitatie in vervolg op handhaving

Wanneer is intrekken toestemming exploitatie passend?

Dit instrument is het ultieme handhavingsinstrument. Dit wordt alleen ingezet wanneer de andere hiervoor genoemde handhavingsmiddelen onvoldoende een herstellend effect op de kwaliteit van de kinderopvang hebben gerealiseerd.

6.3.6.De bestuurlijke boete

Een boete mag zijn doel niet voorbij schieten. Het is bedoeld om te corrigeren met een goed gedoseerde prikkel en niet om onevenredige financiële ‘schade’ toe te brengen. Een bestuurlijke boete mag daar ook niet toe leiden. Bijvoorbeeld bij een kleine organisatie met een geringe omzet bestaat er de kans dat een hoge boete dat onbedoelde, onevenredige effect heeft. Omgekeerd bestaat de kans dat een relatief lage boete bij een grote onderneming ook niet het gewenste effect heeft. Om zoals hierboven benoemd geen onevenredige financiële schade toe te brengen, wordt er in de concept beleidsregels gewerkt met vier categorieën om het bedrag proportioneel te houden. U kunt deze categorieën overnemen. U kunt er ook voor kiezen om dit niet te doen, of een andere indeling te maken. De voorgestelde indeling is in de praktijk toepasbaar door de in het LRK geregistreerde vestigingen van een houder in beeld te brengen.

Verzwarende en verzachtende omstandigheden

Matiging of verhoging van de boete

Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat én naar het oordeel van het college op grond van

a.de ernst van de overtreding;

b.de mate van verwijtbaarheid;

c.de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of;

d.de omstandigheden waarin de overtreder verkeert, (bijvoorbeeld de financiële situatie van een houder en de grote van een organisatie)

oplegging van het volledige boetebedrag volgens deze beleidsregels handhaving Wet kinderopvang onevenredig is.

Herhaalde overtredingen (recidive)

Bij de vaststelling van de boete wordt uitgegaan van:

a.1,5 maal het in het afwegingsmodel opgenomen boetebedrag indien een overtreding plaatsvindt binnen een periode van twee jaar nadat een eerdere overtreding van dezelfde wettelijke norm heeft plaatsgevonden waarvoor eveneens een bestuurlijke boete was opgelegd;

b.2 maal het in het afwegingsmodel opgenomen boetebedrag indien er sprake is van een derde of volgende overtreding van dezelfde wettelijke norm binnen een periode van twee jaar nadat de daaraan voorafgaande overtreding zich heeft voorgedaan waarvoor eveneens een bestuurlijke boete was opgelegd.

De totale bij boetebeschikking op te leggen boete bestaat, ingeval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.

6.4.Herstelaanbod

Uitgangspunt in het landelijk advies is dat wanneer er bij overtredingen geen herstelaanbod is aangeboden of aangenomen, gemeenten hun reguliere handhavingstraject inzetten. Heeft het herstelaanbod onvoldoende resultaat gehad en staan de overtredingen nog open? Vanuit het uitgangspunt dat de houder zich wel heeft ingespannen om het aanbod van de toezichthouder na te komen maar daar door omstandigheden nog niet in geslaagd is, adviseren wij u te handhaven conform uw reguliere beleid.

Het kan echter zijn dat uit de bevindingen van de toezichthouder (vastgelegd in het inspectierapport of formeel aan u meegedeeld) blijkt, dat de houder ondanks toezeggingen om dit wel te doen, zich niet of onvoldoende heeft ingespannen om het herstelaanbod uit te voeren. In dat geval kunt u dit als uitgangspunt gebruiken om gemotiveerd van uw escalatieladder af te wijken en een zwaarder handhavingsinstrument in te zetten aan de start van het handhavingstraject.

Bijlage 1 Afwegingsmodel

Diversen mbt naleving, registratie en wijzigingen

Wettelijke bepaling / kwaliteitseis

Maximale hersteltermijn

Bestuurlijke boete

Last onder dwangsom per constatering

2Voor alle op te leggen lasten onder dwangsom geldt dat de uiteindelijk hoogte van het bedrag berekend wordt op de wijze zoals opgenomen in het handhavingsbeleid.

Niet voldoen aan de definitie van kinderopvang, gastouderopvang, gastouder of gastouderbureau.

N.v.t, intrekken toestemming tot exploitatie is aan de orde.

n.v.t.

n.v.t.

Start exploitatie voor ontvangst toestemming college

3Overtreding van art. 1.45 en 1.46 Wko is een misdrijf conform art. 1 lid 2 Wet op de economische delicten. College zal eerst aangifte hiervan doen bij het OM, indien het OM aangeeft niet te vervolgen of de bestraffing aan het college over te laten, volgt oplegging van een boete maximaal gelijk aan de boete zoals genoemd in de Wet op de economische delicten.

of voor de datum waarop college bepaald heeft dat exploitatie mag aanvangen.

n.v.t.

Gelijk aan bedrag boete 4e categorie (2019: € 20.750)

€ 20.750

4Betreft een preventieve last onder dwangsom

Houder geeft wijziging van in het LRK opgenomen gegevens later door / niet door terwijl dit zou moeten gebeuren zodra de houder bekend is met deze wijziging.

2maanden

€ 2.000

€ 2.000

Niet nakomen van een vordering tot medewerking van de toezichthouder.

n.v.t.

Gelijk aan bedrag boete 2e categorie (2019: € 4.150)

Gelijk aan bedrag boete 2e categorie

Niet opvolgen van een aanwijzing / bevel.

2weken

€ 4.000

n.v.t.

Niet opvolgen van exploitatieverbod gegeven opgelegd op grond van art. 1.66 Wko.

n.v.t.

€ 20.750

n.v.t.

Niet nakomen van een afspraak zoals genoemd in 1.67 Wet op het primair onderwijs.

n.v.t.

€ 4.000

n.v.t.

Praktijk / uitvoering

Wettelijke bepaling / kwaliteitseis

Maximale hersteltermijn

Bestuurlijke boete

Last onder dwangsom per constatering

De houder biedt geen verantwoorde opvang.

2weken

€ 8.000

GO: € 2.000

€ 8.000

GO: € 2.000

Het gastouderbureau voldoet niet aan zijn zorgplicht

2weken

€ 4.000

€ 4.000

De houder voldoet niet aan zijn informatieplicht.

2maanden

€ 1.000

€ 1.000

De houder voldoet niet aan de eisen gesteld aan veilige en gezonde kinderopvang

5Met uitzondering van handelen conform beleid, dat valt onder “houder zorgt ervoor dat conform het beleid gehandeld wordt”

.

2weken

€ 3.000

GO: € 500

€ 3.000

GO: € 500

De houder voldoet niet aan de eisen mbt formatie.

2weken

€ 5.000

GO: € 200

€ 5.000

GO: € 200

De houder voldoet niet aan de eisen mbt stabiliteit

(GO: groepsgrootte).

2weken

€ 3.000

GO: € 300

€ 3.000

GO: € 300

De houder voldoet niet aan de eisen mbt de VOG’s en het personenregister kinderopvang.

2weken

€ 3.000

GO: € 500

€ 3.000

GO: € 500

De houder voldoet niet aan de eis mbt de voertaal, taaleis VE en de taaleis BSO.

2weken

€ 3.000 (voertaal)

€ 1.500 (overige)

GO: € 200

€ 2.000

GO: € 200

De binnen- en buitenspeelruimtes voldoen niet aan de eisen.

De VGO voldoet aan de eisen

2weken

€ 2.000

GO: € 200

€ 2.000

GO: € 200

De houder voldoet niet aan het ouderadviesrecht / klachtrecht.

2maanden (OC)

6maanden (klachtr.)

€ 1.000

€ 1.000

De houder van het gastouderbureau voert aantoonbaar de kassiersfunctie en de verplicht gestelde gesprekken niet uit.

2weken

€ 3.000

€ 3.000

De houder voldoet niet aan de uren norm voor VE

2weken

€ 2.000

€ 2.000

De houder gebruikt geen VE programma dat voldoet aan de eisen

2maanden

€ 1.000

€ 1.000 per constatering

Documenten

Wettelijke bepaling / kwaliteitseis

Maximale hersteltermijn

Bestuurlijke boete

Last onder dwangsom

De houder heeft actuele beleidsdocumenten die onvolledig zijn en/of niet alle verplicht te beschrijven onderwerpen bevatten.

2maanden

€ 3.000 voor het ontbreken van het document

€ 750 voor iedere (sub)eis waaraan niet is voldaan

€ 3.000 het ontbreken van het document

€ 750 voor ieder(e) (sub)eis waaraan niet is voldaan

De administratie van de houder bevat niet alle verplicht op te nemen documenten en is op verzoek van de toezichthouder onverwijld te raadplegen.

2maanden

€ 3.000

per ontbrekend document

€ 3.000

per ontbrekend document

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.