Zevende Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

Huidige tekst

Artikel 1 Zevende Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

Geldt sinds 22 november 1984

Procedurele waarborgen met betrekking tot de uitzetting van vreemdelingen 1 Een vreemdeling die wettig verblijft op het grondgebied van een Staat wordt niet uitgezet behalve ingevolge een overeenkomstig de wet genomen beslissing en hem wordt toegestaan: a.redenen aan te voeren tegen zijn uitzetting, b.zijn zaak opnieuw te doen beoordelen, en c.zich met dit doel te doen vertegenwoordigen bij de bevoegde instantie of een of meer door die instantie aangewezen personen. 2 Een vreemdeling kan worden uitgezet vóór de uitoefening van zijn rechten ingevolge het eerste lid, letters a, b en c van dit artikel, wanneer een zodanige uitzetting noodzakelijk is in het belang van de openbare orde of is gebaseerd op redenen van de nationale veiligheid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.