Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten

Huidige tekst

Artikel 31 Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    Alle kapiteins van zeeschepen - of zij nu onder Nederlandse vlag of vreemde vlag varen - zijn gehouden bij het in- of uitvaren van Curaçaose, onderscheidenlijk Sint Maartense zeehavens of zeegaten een geldige zeebrief of een ander geldig bewijs van de nationaliteit van hun schip te vertonen aan de ambtenaren, belast met de in- of uitklaring en desgevorderd aan de havenmeester. Bij gebreke daarvan verlenen die ambtenaren geen expeditie en mogen zij het zeeschip desnoods aanhouden, totdat het vereiste document wordt overgelegd. Bij het binnenkomen mag echter onder de nodige voorwaarden vergunning worden verleend, om een zodanig schip naar de bestemmingsplaats over te brengen en om daar of elders de lading op te slaan.

  2. 2

    Ongeldige zeebrieven of vergunningen worden door de diplomatieke of de consulaire ambtenaren of de ambtenaren bij de in- of uitklaring ingehouden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.