Wijzigingswet Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, enz. (flexibilisering, verduidelijking en aanvullingen regeling rechtspositie rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding)

Huidige tekst

Artikel VIII Wijzigingswet Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, enz. (flexibilisering, verduidelijking en aanvullingen regeling rechtspositie rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding)

Geldt sinds 1 juli 2010

De artikelen 1:1, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en 47, derde en vierde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing, indien een schriftelijke beslissing of een handeling van een onafhankelijk bij wet ingesteld met rechtspraak belast orgaan, de voorzitter of een lid van een zodanig orgaan, het bestuur van een zodanig orgaan of de voorzitter van dat bestuur, de Raad voor de rechtspraak, dan wel de procureur-generaal, de plaatsvervangend procureur-generaal of een advocaat-generaal bij de Hoge Raad, waarbij een voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar als zodanig of een nagelaten betrekking of rechtverkrijgende belanghebbende is, voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is genomen of verricht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.