Wetboek van Militair Strafrecht

WvMS

Huidige tekst

Artikel 98 WvMS

Geldt sinds 1 oktober 2000

Met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie wordt gestraft de militair die zich in tijd van vrede schuldig maakt aan opzettelijke ongeoorloofde afwezigheid: 1°. indien als rechtstreeks en onmiddellijk gevolg daarvan schade ontstaat aan of te duchten is voor de gereedheid tot het daadwerkelijk uitvoeren van een operatie of oefening van enig onderdeel van de krijgsmacht; 2°. indien de afwezigheid langer dan vier dagen duurt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2023:7226Rechtbank Amsterdam, 14 november 2023 (europees strafrecht)

    Executie-EAB / Polen / Tussenuitspraak gewezen in 2020 / Partiële weigering o.g.v. art. 12 OLW.

  • ECLI:NL:RBGEL:2018:724Rechtbank Gelderland, 19 februari 2018 (strafrecht)

    De militaire kamer te Arnhem heeft een 38-jarige man uit ’s-Hertogenbosch veroordeeld voor het –kort gezegd- invoeren, verkopen, te koop aanbieden, afleveren, uitdelen en in voorraad hebben van een…

  • ECLI:NL:RVS:2011:BP6362Raad van State, 2 maart 2011 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 12 januari 2010 heeft de minister een aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) afgewezen.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.