Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012

Huidige tekst

Artikel 12 Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012

Geldt sinds 1 april 2013

  1. 1

    Een product wordt slechts tot de wettelijke voorraad gerekend, indien het op elk moment daadwerkelijk ter beschikking staat van de voorraadplichtige.

  2. 2

    Als de voorraadplichtige niet enig rechthebbende is op een product dat op het grondgebied van Nederland wordt aangehouden, wordt het slechts tot de wettelijke voorraad gerekend indien hij ten aanzien daarvan een beschikkingsrecht heeft: a.dat is ingegaan per de eerste van een maand en b.een geldingsduur heeft van een maand of veelvoud daarvan.

  3. 3

    Als de voorraadplichtige niet enig rechthebbende is op een product dat op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie wordt aangehouden, wordt het slechts tot de wettelijke voorraad gerekend indien hij ten aanzien daarvan een beschikkingsrecht heeft: a.dat is ingegaan per de eerste van een kwartaal, en b.een geldingsduur heeft van een kwartaal of veelvoud daarvan.

  4. 4

    Onze Minister kan bepalen dat een marktdeelnemer enig rechthebbende dient te zijn op ten minste een door hem te bepalen gedeelte van de wettelijke voorraad, indien is gebleken dat in het verleden door deze marktdeelnemer of ten opzichte van deze marktdeelnemer, niet werd voldaan aan het tweede en derde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.