Wet tot regeling pensioenen voor de reserve-adjudanten-onderofficier van de landmacht

Huidige tekst

Artikel 2 Wet tot regeling pensioenen voor de reserve-adjudanten-onderofficier van de landmacht

Geldt sinds 6 februari 1927

  1. 1

    De in artikel 1 bedoelde onderofficieren worden beschouwd als vrijwillig dienende militairen in den zin van artikel 2 der Militaire Weduwenwet 1922, ook al zouden zij reeds als gepensionneerd militair voor hunne weduwen en weezen aanspraak op pensioen hebben op grond van voormelde wet.

  2. 2

    Onderofficieren, als in artikel 1 bedoeld, die in het tijdvak van 1 Januari 1918 tot 1 Juli 1922 als zoodanig zijn gepensionneerd, worden uit dien hoofde van 1 Januari 1920 af beschouwd als gepensionneerde militairen in den zin van artikel 3 onder a der Militaire Weduwenwet 1922, ongeacht of zij al dan niet reeds als gepensionneerd militair voor hunne weduwen en weezen uitzicht hadden op pensioen ten laste van het weduwen- en weezenfonds voor militairen en gepensionneerde militairen van de landmacht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.