Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993

WRM

Huidige tekst

Artikel 12b WRM

Geldt sinds 1 april 2020

  1. 1

    Degene die rijonderricht geeft en in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, volgt theoretische en praktische bijscholing voor het rijonderricht in de motorrijtuigcategorie waarvoor hij het certificaat bezit. Indien degene die rijonderricht geeft in het bezit is van een certificaat voor verschillende motorrijtuigcategorieën, volgt hij voor één van die categorieën theoretische en praktische bijscholing. Degene die rijonderricht geeft, in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, en binnen de geldigheidsduur van dat certificaat een certificaat als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, voor de motorrijtuigcategorie A, C, D of T behaalt, heeft daarmee voldaan aan de verplichting om praktische bijscholing te volgen.

  2. 2

    Het instituut stelt de leerdoelen, de inhoud en de voorgeschreven werkwijze van de theoretische en praktische bijscholing vast, en kan de cursussen certificeren die aan de leerdoelen, de inhoud en de voorgeschreven werkwijze voldoen.

  3. 3

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot: a.de omvang en de inhoud van de gecertificeerde cursussen, de verplichtingen van degenen die de gecertificeerde cursussen verzorgen, en de mogelijke verlenging van de theoretische bijscholing in verband met bijzondere omstandigheden, b.de omvang, de inhoud, de duur en de mogelijke verlenging van de praktische bijscholing in verband met bijzondere omstandigheden, waarbij verschillende regels worden gesteld indien er sprake is van een verlenging als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, derde zin, c.de beoordeling van de competenties van degene die rijonderricht geeft en de wijze waarop die beoordeling plaatsvindt.

  4. 4

    Het instituut kan degene die rijonderricht geeft ontheffing verlenen van de verplichting praktische bijscholing te volgen. Aan de ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2025:6351Raad van State, 24 december 2025 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 5 juni 2023 heeft de stichting VAM aan [appellant] de beoordeling toegekend van een onvoldoende in het kader van zijn bijscholingsverplichting. [appellant] had als rijinstructeur een…

  • ECLI:NL:RBOBR:2022:1198Rechtbank Oost-Brabant, 1 april 2022 (bestuursprocesrecht)

    spoedeisende bestuursdwang – sluiting sauna - artikel 4.8 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Trm) - niet aannemelijk dat niet aan voorwaarden van artikel 4.8 van de Trm is voldaan

  • ECLI:NL:RBGEL:2021:2509Rechtbank Gelderland, 18 mei 2021 (bestuursprocesrecht)

    voorlopige voorziening, last onder dwangsom tot sluiting privé sauna/wellness, Covid-regeling niet duidelijk. Samenvatting: de voorzieningenrechter oordeelt dat de Covid-regeling op grond waarvan de…

  • ECLI:NL:RBNNE:2021:1674Rechtbank Noord-Nederland, 30 april 2021 (bestuursrecht)

    Toepassing van het begrip publieke plaats bij het toepassen van maatregelen in verband met Covid-19. Mogen vestigingen van fit20 open zijn?

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.