Terug naar alle wetten
Wet regeling ouderlijk gezag op minderjarige Koning 2013
Geldende tekst van alle 12 artikelen.
Inhoudsopgave
- Artikel 1In het tijdvak dat de uit Ons huwelijk met Hare Majesteit Koningin Máxima, Prinses der Nederlanden, Prinses van…
- Artikel 2De bepalingen van het burgerlijk recht zijn op het ouderlijk gezag van toepassing, voor zover niet uit deze wet het…
- Artikel 3Bij de uitoefening van het ouderlijk gezag, zoals bedoeld in artikel 1, wordt Onze voornoemde echtgenote bijgestaan…
- Artikel 4De bij koninklijk besluit aangewezen leden van het College kunnen, zolang de in artikel 1, eerste lid, bedoelde…
- Artikel 5Besluiten van het College kunnen slechts genomen worden bij meerderheid van stemmen van het werkelijk aantal leden.
- Artikel 6Alvorens het lidmaatschap te aanvaarden legt elk lid van het College in handen van de voorzitter van de verenigde…
- Artikel 7De in de artikelen 345, 346, 348 en 350 tot en met 357 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek omschreven taken en…
- Artikel 8Zo spoedig mogelijk nadat de in artikel 1 bedoelde situatie zich voordoet, gaat Onze voornoemde echtgenote, in…
- Artikel 9De begroting van de uitgaven ten behoeve van de minderjarige Koning en de andere uit Ons huwelijk geboren kinderen en…
- Artikel 10Binnen de eerste zes maanden van ieder kalenderjaar wordt een staat van de ontvangsten en de uitgaven ten behoeve van…
- Artikel 12De Wet van 10 juni 1981 (Stb.
- Artikel 13Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Omschrijvingen bij artikelen zijn redactioneel of de openingszin van het artikel. Dit is geen juridisch advies.