Wet privatisering ABP

ABP

Huidige tekst

Artikel 4 ABP

Geldt sinds 4 juni 2026

  1. 1

    De aanspraken van overheidswerknemers, gewezen overheidswerknemers en hun nagelaten betrekkingen ter zake van pensioenen, alsmede hun daarmee samenhangende verplichtingen, worden neergelegd in een overeenkomst naar burgerlijk recht.

  2. 2

    De meerderheid van de sectorwerkgevers en de meerderheid van de centrales van overheidspersoneel, verenigd in de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid, zijn na 1 januari 1997 bevoegd tot het wijzigen of vervangen van de in het eerste lid bedoelde overeenkomst.

  3. 3

    De overheidswerkgevers en overheidswerknemers zijn gebonden aan de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, en verplicht tot naleving van hetgeen te hunnen aanzien is bepaald in de statuten en reglementen van het pensioenfonds of in een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in de Pensioenwet, gesloten met een verzekeraar.

  4. 4

    Van de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, alsmede van een wijziging of vervanging daarvan, bedoeld in het derde lid, wordt door Onze Minister in de Staatscourant mededeling gedaan. De overeenkomst, een wijziging en een vervanging daarvan treden niet eerder in werking dan met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin daarvan mededeling is gedaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:824Parket bij de Hoge Raad, 28 augustus 2026 (belastingrecht)

    Art. 3.101 en 3.104 Wet IB 2001. Is de bijzondere invaliditeitsverhoging (BIV) belastbaar als periodieke uitkering? Is de BIV een publiekrechtelijke periodieke uitkering? Staat aan belastbaarheid van…

  • ECLI:NL:HR:2010:BM9621Hoge Raad, 8 oktober 2010 (civiel recht)

    Pensioenrecht. Het op art. 4 lid 6, 10 lid 2 en 12 Wet privatisering ABP gebaseerde pensioenreglement ABP is aan te merken als recht in de zin van art. 79 RO (vgl. o.m. HR 16 oktober 1987, NJ 1988…

  • ECLI:NL:PHR:2010:BM9621Parket bij de Hoge Raad, 8 oktober 2010 (civiel recht)

    Pensioenrecht. Het op art. 4 lid 6, 10 lid 2 en 12 Wet privatisering ABP gebaseerde pensioenreglement ABP is aan te merken als recht in de zin van art. 79 RO (vgl. o.m. HR 16 oktober 1987, NJ 1988…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2315Gerechtshof Den Haag, 4 augustus 2026 (belastingrecht)

    Art. 3.1, lid 2, onderdeel d, Wet IB 2001. Artikel 3.100 Wet IB 2001. Art. 3.101, lid 1, aanhef en onderdeel a, Wet IB 2001. Belanghebbende ontvangt maandelijks een militair invaliditeitspensioen…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:1687Rechtbank Den Haag, 13 februari 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Vonnis in incident. Vordering tot afgifte van adviezen die de landsadvocaat aan de Staat heeft verstrekt in het kader van de Wet toekomst pensioenen wordt afgewezen wegens het ontbreken van een…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:326Centrale Raad van Beroep, 1 februari 2024 (ambtenarenrecht)

    De Raad volgt het oordeel van de rechtbank wat betreft de vraag of bepaalde (concept)brieven besluiten zijn, over de feitelijke stopzetting van de salarisuitbetaling na een verleend ontslag, de…

  • ECLI:NL:CRVB:2023:1051Centrale Raad van Beroep, 1 juni 2023 (ambtenarenrecht)

    Het bezwaar tegen de inhouding van de pensioenpremie had (...) niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, met de vermelding dat appellant zich tot de civiele rechter moet wenden. De Raad voorziet…

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:5372Rechtbank Den Haag, 26 mei 2021 (civiel recht)

    Eindloonregeling militairen ABP periode 2004-2018. Hoe komt de vaststelling van de in die periode op het salaris van de militairen ingehouden premie tot stand; heeft Defensie steeds de juiste…

34 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.