Wet op het notarisambt BES

Huidige tekst

Artikel 11 Wet op het notarisambt BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    De notaris moet binnen twee maanden na de dag waarop zijn benoeming ingaat, voor de rechter in eerste aanleg van zijn standplaats, naar de wijze van zijn godsdienstige gezindheid, de navolgende eed of belofte en verklaring afleggen: «Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de wettelijke regelingen en eerbied voor de rechterlijke autoriteiten; dat ik mijn ambt met eerlijkheid, nauwgezetheid en onpartijdigheid zal waarnemen; dat ik de wettelijk voorgeschreven geheimhouding in acht zal nemen; en (ik verklaar) dat ik voorts middellijk noch onmiddellijk onder enige naam of voorwendsel tot het verkrijgen van mijn aanstelling, aan wie dan ook, iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven».

  2. 2

    Waar in deze wet van eedsaflegging wordt gesproken, wordt daaronder mede verstaan het afleggen van de belofte en de verklaring.

  3. 3

    De rechter in eerste aanleg is bevoegd vóór de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn verlenging daarvan te verlenen.

  4. 4

    Bij verzuim van tijdige aflegging van de eed is de benoeming vervallen.

  5. 5

    De bevoegdheid van de nieuwbenoemde notaris begint op de dag na de eedsaflegging.

  6. 6

    Indien de nieuwbenoemde notaris de waarnemer is van een vacant kantoor, begint zijn bevoegdheid terstond na de eedsaflegging.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.