Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten

AVV

Huidige tekst

Artikel 10 AVV

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    Indien een of meer verenigingen van werkgevers of van werknemers, op wier verzoek een verbindendverklaring is uitgesproken, het vermoeden gegrond achten, dat in een onderneming een of meer der verbindend verklaarde bepalingen niet worden nageleefd, kunnen zij met het oog op het instellen van een rechtsvordering, als bedoeld in artikel 3, Onze Minister verzoeken een onderzoek daarnaar te doen instellen. Onze Minister draagt het onderzoek op aan daartoe door hem aangewezen onder hem ressorterende ambtenaren. Onze Minister verstrekt een verslag aan de vereniging, die om het onderzoek heeft gevraagd over hetgeen uit het onderzoek is gebleken. Daarbij kunnen gegevens worden verwerkt betreffende het in die onderneming naleven van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, de Arbeidstijdenwet en de daarop berustende bepalingen, of de Arbeidsomstandighedenwet en de daarop berustende bepalingen. Het verslag bevat geen gegevens waaruit de identiteit van een in het onderzoek betrokken werknemer kan worden afgeleid. Indien dit niet mogelijk is, worden gegevens slechts opgenomen, voor zover de persoonlijke levenssfeer van betrokkene hierdoor niet onevenredig wordt geschaad.

  2. 2

    Indien een naar het oordeel van Onze Minister in aanmerking komende rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die door een of meer verenigingen van werkgevers of van werknemers is belast of mede is belast met het toezicht op de naleving van algemeen verbindend verklaarde bepalingen van een collectieve arbeidsovereenkomst, het vermoeden gegrond acht, dat in een onderneming een of meer van die verbindend verklaarde bepalingen niet worden nageleefd, kan hij met het oog op dat toezicht op de naleving Onze Minister verzoeken een onderzoek daarnaar te doen instellen. Onze Minister draagt het onderzoek op aan daartoe door hem aangewezen onder hem ressorterende ambtenaren. Onze Minister verstrekt een verslag aan de rechtspersoon, die om het onderzoek heeft gevraagd over hetgeen uit het onderzoek is gebleken. Daarbij kunnen gegevens worden verwerkt betreffende het in die onderneming naleven van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, de Arbeidstijdenwet en de daarop berustende bepalingen, of de Arbeidsomstandighedenwet en de daarop berustende bepalingen. Het verslag bevat geen gegevens waaruit de identiteit van een in het onderzoek betrokken werknemer kan worden afgeleid. Indien dit niet mogelijk is, worden gegevens slechts opgenomen, voor zover de persoonlijke levenssfeer van betrokkene hierdoor niet onevenredig wordt geschaad.

  3. 3

    Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het in het eerste en tweede lid genoemde verslag.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:958Parket bij de Hoge Raad, 16 oktober 2020 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Vordering van werknemersorganisatie jegens werkgever tot nakoming van cao-verplichtingen. Outsourcing. Is sprake van uitzending of van aanneming van werk? Uitleg werkingssfeerbepaling…

  • ECLI:NL:HR:2014:1632Hoge Raad, 11 juli 2014 (civiel recht)

    Arbeidsgeschil. Rapport Arbeidsinspectie verkregen in strijd met art. 10 Wet AVV? Maatstaf onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal. Bewijsuitsluiting slechts gerechtvaardigd ingeval van bijkomende…

  • ECLI:NL:PHR:2014:489Parket bij de Hoge Raad, 23 mei 2014 (civiel recht)

    Arbeidsgeschil. Rapport Arbeidsinspectie verkregen in strijd met art. 10 Wet AVV? Maatstaf onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal. Bewijsuitsluiting slechts gerechtvaardigd ingeval van bijkomende…

  • ECLI:NL:RBNNE:2020:3465Rechtbank Noord-Nederland, 13 oktober 2020 (civiel recht)

    Art. 8 lid 1 Waadi, art. 15 en 16 CAO Metaalbewerkingsbedrijf en art. 7:690 BW: geen aanneming van werk maar ter beschikking stellen van arbeidskrachten en uitzendovereenkomst, art. 2b lid 1 CAO…

  • ECLI:NL:RBDHA:2015:11961Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2015 (bestuursrecht)

    wet AVV

  • ECLI:NL:GHAMS:2014:1888Gerechtshof Amsterdam, 20 mei 2014 (civiel recht)

    Vordering tot naleving van CAO voor uitzendkrachten. Stichting is bevoegd die vordering in te stellen op grond van de CAO, ook na afloop van de duur van de algemeen-verbindendverklaring van de CAO.…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.