Wet op de Watersnoodschade 1953

Huidige tekst

Artikel 30 Wet op de Watersnoodschade 1953

Geldt sinds 1 januari 1971

  1. 1

    De bijdrage wegens herstelbare schade aan een gebouwd onroerend goed wordt betaalbaar gesteld, mits naar het oordeel van Onze Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting een overeenkomstig bedrag is besteed voor het herstel van dat onroerend goed of een zodanige besteding verzekerd is, dan wel Onze voornoemde Minister toestemming verleent de bijdrage op een andere wijze te besteden; Onze voornoemde Minister kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden.

  2. 2

    De bijdrage wegens onherstelbare schade aan een gebouwd onroerend goed moet worden besteed voor de bouw van een vervangend onroerend goed; het bepaalde in lid 1 is daarbij van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    De bouw moet geschieden in de gemeente, waarin het pand, waarop de bijdrage betrekking heeft, gelegen was. Onze Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting kan van deze bepaling ontheffing verlenen.

  4. 4

    De leden 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot schepen, met dien verstande, dat de daar bedoelde toestemming kan worden gegeven door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, doch voorzoveel het visserijschepen betreft door Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.