Wet op de samenstelling van de burgerlijke gerechten en van de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren

Huidige tekst

Artikel V Wet op de samenstelling van de burgerlijke gerechten en van de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren

Geldt sinds 17 februari 1999

Aan de rechterlijke ambtenaren, wier bezoldiging bij de wet is geregeld, worden uitkeringen toegekend met overeenkomstige toepassing van: a.Hoofdstuk IV van Ons besluit van 21 april 1965, Stb. 175, over het jaar 1963; b.Ons besluit van 26 mei 1964, Stb. 245, over het jaar 1963; c.Hoofdstuk IV van Ons besluit van 11 januari 1962, Stb. 7, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij Ons besluit van 31 mei 1965, Stb. 258 over het tijdvak 1 juli 1964-1 januari 1966; d.Hoofdstuk III van Ons besluit van 21 september 1965, Stb. 422, over het jaar 1964; e.Hoofdstuk III van Ons besluit van 29 november 1966, Stb. 540, over het tijdvak 1 juni 1964 tot 1 juni 1965; f.Hoofdstuk IV van Ons besluit van 29 november 1966, Stb. 540, over het jaar 1965; g.Hoofdstuk III van Ons besluit van 10 mei 1967, Stb. 294, over het jaar 1965; h.Hoofdstuk III van Ons besluit van 4 augustus 1967, Stb. 446, over het jaar 1966; i.de Hoofdstukken III en IV van Ons besluit van 23 december 1968 ( Stb. 706), over het tijdvak 1 januari 1967-1 mei 1968.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.