Wet op de lijkbezorging

Wlb

Huidige tekst

Artikel 31 Wlb

Geldt sinds 1 januari 2010

  1. 1

    Artikel 29 geldt evenmin bij het ruimen van graven, voorzover dit geschiedt met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens dit artikel.

  2. 2

    Het ruimen geschiedt niet dan op last van de houder van de begraafplaats en na verloop van tien jaar nadat in het graf laatstelijk een lijk is geplaatst, en, indien het een particulier graf betreft, met toestemming van de rechthebbende op het graf.

  3. 3

    De overblijfselen der lijken worden op een begraafplaats ter aarde besteld of, met overeenkomstige toepassing van het gestelde in artikel 29, derde lid, in een crematorium gecremeerd.

  4. 4

    Gedeputeerde staten kunnen besluiten de in het tweede lid genoemde termijn te verlengen. Het besluit treedt terstond in werking.

  5. 5

    Ten minste twee maanden voordat een graf van een onbekende wordt geruimd, geeft de houder de burgemeester daarvan kennis. De burgemeester is bevoegd, uitsluitend ten behoeve van de identificatie van de onbekende en opsporing van vermiste personen, van de overblijfselen van de onbekende door of onder verantwoordelijkheid van een arts lichaamsmateriaal af te doen nemen of een gebitsstatus te doen opmaken. Indien de burgemeester van die bevoegdheid gebruik maakt, wordt de ruiming opgeschort, ten minste tot het moment dat de uitslag van de poging tot identificatie bekend is, waarna een nabestaande in de lijkbezorging voorziet dan wel de ruiming kan worden voltooid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1130Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2024 (civiel recht)

    Grafrechten, onrechtmatige daad, misbruik van bevoegdheid, schadevergoeding anders dan in geld, zuiver emotioneel belang, voldoende belang, art. 3:296 BW.

  • ECLI:NL:PHR:2003:AE1119Parket bij de Hoge Raad, 28 februari 2003 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:RVS:2018:2199Raad van State, 4 juli 2018 (bestuursrecht)

    Bij brief van 25 mei 2016, verzonden op 31 mei 2016, heeft het college het verzoek van [appellant] om het graf van zijn vader niet te ruimen afgewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2018:866Raad van State, 14 maart 2018 (bestuursrecht)

    Bij onderscheiden besluiten van 13 november 2015 heeft het college het verzoek van [appellant] om overschrijving van de grafrechten op graven […] en […], gelegen op de algemene begraafplaats aan de…

  • ECLI:NL:RVS:2010:BN0474Raad van State, 7 juli 2010 (bestuursrecht)

    Bij brief van 20 november 2008 heeft het college een door [verzoeker] ingediend verzoek tot het schudden van een graf afgewezen.

  • ECLI:NL:RBROE:2010:BM3501Rechtbank Roermond, 29 april 2010 (bestuursrecht)

    Trefwoorden: Wet op de lijkbezorging (Wlb). Belanghebbende. Belangenafweging. Motiveringsgebrek. Samenvatting: De rechtbank overweegt dat eiseres eigenaar en beheerder van de begraafplaats is en dat…

  • ECLI:NL:RBROE:2005:AU2953Rechtbank Roermond, 19 september 2005 (bestuursrecht)

    Uitspraak over de afweging van het belang van grafrust tegen de wens(elijkheid) van opgraven en elders herbegraven.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.