Wet op de jeugdverblijven

Huidige tekst

Artikel 3 Wet op de jeugdverblijven

Geldt sinds 1 juli 2016

  1. 1

    De houder stelt met het oog op het bevorderen van de veiligheid, het pedagogisch klimaat en het voorkomen van een ernstige bedreiging voor de ontwikkeling van de minderjarigen een kwaliteitskader met kwaliteitsvoorschriften vast in ieder geval betreffende de volgende onderwerpen: a.de missie en de visie ten aanzien van het jeugdverblijf; b.de positie en de betrokkenheid van de verblijvende minderjarigen en hun ouders; c.het klachtenbeleid; d.de verslaglegging ten aanzien van het beleid en de doelstellingen van het jeugdverblijf; e.de veilige en gezonde werk- en leefomgeving, waaronder begrepen: 1°. agressie en discriminatie; 2°. alcohol en drugs; 3°. kindermishandeling; 4°. pesten. f. het personeelsbeleid; g. het pedagogisch beleid en het pedagogisch klimaat, waaronder begrepen: 1°. schorsing en verwijdering; 2°. sociale media; 3°. burgerschap; 4°. straffen.

  2. 2

    De houder draagt zorg dat binnen het jeugdverblijf voldaan wordt aan de kwaliteitsvoorschriften, bedoeld in het eerste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.