Wet op de huurtoeslag

WHT

Huidige tekst

Artikel 17 WHT

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Het minimum-inkomensijkpunt wordt verkregen door: a.voor een eenpersoonshuishouden: de uitkomst van het bedrag van het bruto- ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, te herrekenen naar een jaarinkomen in het berekeningsjaar en dat jaarinkomen te vermeerderen met € 2 340; b.voor een meerpersoonshuishouden: de uitkomst van twee maal het bedrag van het bruto- ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, te herrekenen naar een jaarinkomen in het berekeningsjaar en dat jaarinkomen te vermeerderen met € 2 512.

  2. 2

    Bij het minimum-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 252,49.

  3. 3

    De normhuur, bedoeld in het tweede lid, wordt verlaagd met: a.€ 1,82 als sprake is van een eenpersoonshuishouden, en b.€ 3,63 als sprake is van een meerpersoonshuishouden.

  4. 4

    Het in het tweede lid genoemde bedrag wordt met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 27.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:117Parket bij de Hoge Raad, 4 februari 2020 (civiel recht)

    WSNP. Vaststelling vrij te laten bedrag (art. 295 Fw), beslagvrije voet (art. 475d lid 4 (oud) Rv). Is de rechter-commissaris bevoegd niet met de daadwerkelijk te betalen zorgverzekeringspremies…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1238Parket bij de Hoge Raad, 28 november 2019 (civiel recht)

    WSNP. Procesrecht. Procesbevoegdheid tijdens beschermingsbewind. Is de schuldenaar wiens goederen onder bewind zijn gesteld zelfstandig bevoegd om te procederen over de omvang van het vrij te laten…

  • ECLI:NL:PHR:2016:970Parket bij de Hoge Raad, 20 september 2016 (belastingrecht)

    Verhuurderheffing; ‘voor verhuur bestemde woning’ in de zin van art. 2(a) Wvh; liefdadigheidsstichting stelt hofjeswoningen ter beschikking aan niet-draagkrachtige alleenstaande vrouwen om niet of…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:4767Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 mei 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Aanvraag voor bijzondere bijstand i.v.m. woonkosten. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag om bijzondere bijstand mocht afwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:1071Rechtbank Rotterdam, 17 januari 2025 (verbintenissenrecht)

    Huurster komt niet in aanmerking voor een huurprijsverlaging vanwege een laag inkomen. Door verhuurster is gesteld en met stukken onderbouwd dat huurster niet in aanmerking komt voor een…

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:737Rechtbank Amsterdam, 12 februari 2024 (bestuursrecht)

    Beroep ongegrond. WIA-uitkering is herzien en teruggevorderd, deze zijn in rechte vast komen te staan. In geschil is de aflossingscapaciteit per maand van eiseres. Beslagvrije voet.

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:21901Rechtbank Den Haag, 4 december 2023 (socialezekerheidsrecht)

    WW, terugvordering, beslagvrije voet, ongegrond

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:812Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 februari 2023 (socialezekerheidsrecht)

    PW

26 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.