Wet op de dierproeven

WOD

Huidige tekst

Artikel 1c WOD

Geldt sinds 18 december 2014

Onverminderd artikel 2, tweede en derde lid, worden dierproeven slechts in verband met de volgende doeleinden verricht: a.fundamenteel onderzoek; b.translationeel of toegepast onderzoek met een van de volgende doelstellingen: – de vermijding, voorkoming, diagnose of behandeling van ziekten, gezondheidsstoornissen of andere afwijkingen, dan wel de gevolgen daarvan, bij mensen, dieren of planten, – de beoordeling, opsporing, regulering of wijziging van fysiologische toestanden bij mensen, dieren of planten, of – het welzijn van dieren en de verbetering van de productieomstandigheden voor dieren die met het oog op landbouwdoeleinden worden gefokt; c.elke in onderdeel b genoemde doelstelling, tijdens de ontwikkeling, vervaardiging of beproeving van de kwaliteit, doeltreffendheid en veiligheid van geneesmiddelen, levensmiddelen en diervoeders en andere stoffen of producten; d.bescherming van het milieu in het belang van de gezondheid of het welzijn van mens of dier; e.onderzoek gericht op het behoud van de soort; f.hoger onderwijs of opleiding voor het verwerven, op peil houden of verbeteren van beroepsvaardigheden; g.forensisch onderzoek.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2015:3025Gerechtshof Den Haag, 10 november 2015 (civiel recht)

    Wet verbod pelsdierhouderij. Onrechtmatige wetgeving. Art. 1 EP; fair balance; overgangstermijn. Art. 26 IVBPR en art. 14 EVRM. Toetsing aan algemene rechtsbeginselen. Artt. 34 en 35 VWEU. Vrijheid…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.