Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992

BPM

Huidige tekst

Artikel 10 BPM

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Met betrekking tot gebruikte personenauto's, gebruikte motorrijwielen of gebruikte bestelauto's wordt het bij de personenauto, het motorrijwiel of de bestelauto behorende bedrag aan belasting, bedoeld in artikel 9, eerste, derde en twaalfde lid, berekend met inachtneming van een vermindering.

  2. 2

    De vermindering, bedoeld in het eerste lid, is de afschrijving, uitgedrukt in procenten van de som van de catalogusprijs, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, en de belasting van personenauto’s en motorrijwielen op het tijdstip waarop het motorrijtuig voor het eerst in gebruik is genomen. Ter zake van de inschrijving of herinschrijving is voor de hoogte van de vermindering en het tarief het tijdstip bepalend waarop het onderzoek door de Dienst Wegverkeer dat tot de inschrijving of herinschrijving leidt als geregeld bij en krachtens artikel 47 Wegenverkeerswet 1994 is afgerond.

  3. 3

    Indien na het tijdstip waarop de personenauto, het motorrijwiel of de bestelauto voor het eerst in gebruik is genomen, een tijdsduur is verstreken van 25 jaar of meer, bedraagt in afwijking van het tweede lid het percentage van de vermindering 100.

  4. 4

    Indien het tijdstip waarop de personenauto, het motorrijwiel of de bestelauto voor het eerst in gebruik is genomen niet bekend is, treedt daarvoor in de plaats de laatste dag van het jaar waarin de personenauto, het motorrijwiel of de bestelauto is vervaardigd.

  5. 5

    In afwijking van het tweede lid wordt de vermindering, mits daartoe een verzoek bij de aangifte wordt gedaan, vastgesteld overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen regels.

  6. 6

    De afschrijving, bedoeld in het tweede lid, wordt, mits daartoe een verzoek bij de aangifte wordt gedaan, gesteld op de som van de catalogusprijs, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, en belasting van personenauto’s en motorrijwielen, op het tijdstip waarop het motorrijtuig voor het eerst in gebruik is genomen en zoals deze blijkt uit een in de handel algemeen toegepaste koerslijst voor de inkoop van gebruikte motorrijtuigen door wederverkopers in Nederland, verminderd met de handelsinkoopwaarde die voor dat motorrijtuig eveneens blijkt uit deze koerslijst.

  7. 7

    De afschrijving, bedoeld in het tweede lid, wordt, mits daartoe een verzoek bij de aangifte wordt gedaan, gesteld op de som van de catalogusprijs, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, en de belasting van personenauto’s en motorrijwielen op het tijdstip waarop het motorrijtuig voor het eerst in gebruik is genomen, verminderd met de taxatiewaarde vermeld in een taxatierapport dat voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden, indien het motorrijtuig op het tijdstip dat bepalend is voor de hoogte van de vermindering: a.meer dan normale gebruiksschade heeft of niet als zodanig voorkomt op een in de handel algemeen toegepaste koerslijst voor de inkoop van gebruikte motorrijtuigen door wederverkopers in Nederland; en b.voldoet aan de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde eisen waardoor met dat motorrijtuig mag worden gereden op de weg.

  8. 8

    Bij de aangifte wordt een opgaaf gedaan van de gegevens die bij de aangifte zijn gebruikt voor het vaststellen van de afschrijving, bedoeld in het tweede lid, dan wel voor de toepassing van de regels, bedoeld in het vijfde lid. Wanneer naar het oordeel van de inspecteur gegevens ontbreken die van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de in het eerste lid bedoelde vermindering, worden de ontbrekende gegevens toegevoegd. Gegevens die niet bij de aangifte zijn gebruikt voor het vaststellen van de afschrijving, en evenmin op verzoek van de inspecteur zijn toegevoegd, kunnen door degene die gehouden is de belasting op aangifte te voldoen niet op een later tijdstip alsnog worden gebruikt om de bij de aangifte toegepaste afschrijving te wijzigen.

  9. 9

    Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. Daarbij kan de vermindering, bedoeld in het tweede lid, worden verhoogd voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen a, b, en g. Voorts kan daarbij een termijn worden vastgesteld waarbinnen het motorrijtuig in ongewijzigde staat beschikbaar wordt gehouden voor controle met het oog op een juiste vaststelling van de afschrijving, bedoeld in het tweede lid. Voorts kunnen nadere voorwaarden worden gesteld over waar en op welk moment een aangifte met een verzoek als bedoeld het vijfde, zesde of zevende lid wordt gedaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:281Parket bij de Hoge Raad, 23 maart 2022 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of uitgaande van de waarde van de Europese uitvoering van de auto, die wel voorkomt in de gehanteerde koerslijst, daarop een vermindering mag worden…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1228Parket bij de Hoge Raad, 25 november 2019 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of de waarde van de uit Duitsland ingevoerde, gebruikte auto mag worden gebaseerd op de koerslijst van Autotelex Pro. Het gaat om het beroep in…

  • ECLI:NL:PHR:2018:616Parket bij de Hoge Raad, 28 mei 2018 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van de staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 17 augustus 2017, nr.…

  • ECLI:NL:HR:2017:3237Hoge Raad, 22 december 2017 (belastingrecht)

    HR: 81.1 RO.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2858Gerechtshof Den Haag, 16 september 2026 (belastingrecht)

    BPM. Belanghebbende gaat terecht uit van hogere CO2-uitstoot en dus hogere historische nieuwprijs. Taxatierapport van belanghebbende kan niet dienen. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:9539Rechtbank Den Haag, 9 april 2026 (belastingrecht)

    BPM, beroep ongegrond

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:426Gerechtshof Den Haag, 18 maart 2026 (belastingrecht)

    Art. 9 en 10 Wet Bpm. Artikel 110 VWEU. Verordening 2018/858. Naheffingsaanslag Bpm. Taxatierapport van belanghebbende kan niet dienen. Waardeverminderingen zijn niet aannemelijk gemaakt. Switch naar…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:381Rechtbank Noord-Nederland, 29 januari 2026 (belastingrecht)

    BPM

115 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.