Wet lokaal spoor

Huidige tekst

Artikel 34 Wet lokaal spoor

Geldt sinds 1 december 2015

  1. 1

    Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur verlenen op aanvraag een vergunning voor indienststelling voor een type spoorvoertuig.

  2. 2

    De vergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt, de beheerder gehoord, uitsluitend verleend indien het type spoorvoertuig voldoet aan de voorschriften, bedoeld in artikel 32, tweede lid.

  3. 3

    Bij de aanvraag van een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt een schriftelijke verklaring van de toezichthouder overgelegd waarin is beschreven in hoeverre het type spoorvoertuig voldoet aan het bepaalde in artikel 32, tweede lid.

  4. 4

    In afwijking van artikel 32, tweede lid, wordt een vergunning voor indienststelling verleend, indien het spoorvoertuig overeenstemt met een type dat is voorzien van een vergunning als bedoeld in het eerste lid.

  5. 5

    De overeenstemming met een type blijkt uit een verklaring van overeenstemming die bij de aanvraag voor een vergunning voor indienststelling wordt overgelegd.

  6. 6

    Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen nadere regels stellen over de verklaring van overeenstemming, bedoeld in het vijfde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CBB:2023:708College van Beroep voor het bedrijfsleven, 19 december 2023 (bestuursrecht)

    Aanwijzing op grond van het Besluit lokaal spoor van de ‘Hoekse Lijn’ als lokale spoorweg in plaats van hoofdspoorweg in verband met de ombouw tot metrolijn. Van een deel van die spoorweg kunnen ook…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.