Wet lidmaatschap koninklijk huis

Wlkh

Huidige tekst

Artikel 8 Wlkh

Geldt sinds 12 juni 2002

  1. 1

    De vermoedelijke opvolger van de Koning en de Koning die afstand van het koningschap heeft gedaan dragen de titel «Prins (Prinses) der Nederlanden».

  2. 2

    De titel «Prins (Prinses) der Nederlanden» kan bij koninklijk besluit uitsluitend worden verleend aan de volgende leden van het koninklijk huis: a.de echtgenoot of echtgenote van de Koning; b.kinderen geboren uit een huwelijk van de Koning; c.de echtgenoot of echtgenote van de vermoedelijke opvolger van de Koning; d.kinderen geboren uit een huwelijk van de vermoedelijke opvolger van de Koning; e.zij die krachtens artikel 4 lid zijn van het koninklijk huis.

  3. 3

    De titel «Prins (Prinses) der Nederlanden» vervalt met het verlies van het lidmaatschap van het koninklijk huis.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2017:812Raad van State, 29 maart 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 12 juni 2015 heeft de minister een verzoek van [appellant] om inlijving in de Nederlandse adel afgewezen.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.