Wet langdurige zorg

Wlz

Huidige tekst

Artikel 3.2.2 Wlz

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Een verzekerde met een psychische stoornis wiens recht op verblijf en de daarbij behorende medisch noodzakelijke geneeskundige zorg op grond van zijn zorgverzekering beëindigd is omdat de krachtens zijn zorgverzekering geldende maximumduur voor die zorg is bereikt, heeft aansluitend recht op voortzetting van deze zorg gedurende een onafgebroken periode van maximaal drie jaar.

  2. 2

    Na afloop van de periode, bedoeld in het eerste lid, kan de zorg telkens voor een onafgebroken periode van maximaal drie jaar verder worden voortgezet.

  3. 3

    Een onderbreking van ten hoogste negentig dagen wordt niet als onderbreking beschouwd.

  4. 4

    Een verzekerde heeft slechts recht op zorg als bedoeld in het eerste en tweede lid voor zover hij daar naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op is aangewezen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2017:492Centrale Raad van Beroep, 1 februari 2017 (socialezekerheidsrecht)

    CIZ heeft de aanvraag terecht afgewezen omdat CIZ niet bevoegd was appellante te indiceren voor zorg als bedoeld in de Wlz aangezien zij geen verzekerde is. De Raad onderschrijft de overwegingen van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.