Wet kinderbijslagvoorziening BES

Huidige tekst

Artikel 3 Wet kinderbijslagvoorziening BES

Geldt sinds 1 januari 2016

Kind 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder kind: eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind. 2 Als eigen kind wordt beschouwd het kind: a.van de vrouw die op grond van artikel 198 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES als zijn moeder wordt aangemerkt; b.van de man die op grond van artikel 199 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES als zijn vader wordt aangemerkt; c.van de man die op grond van artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES verplicht is bij te dragen aan de kosten van verzorging en opvoeding, tenzij het kind reeds op grond van artikel 199 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES als eigen kind van een andere man wordt aangemerkt; d.van de man wiens biologisch vaderschap door middel van DNA-onderzoek is vastgesteld, mits de man het kind feitelijk in relevante mate onderhoudt en het kind niet reeds tot een andere man in een familierechtelijke vaderschapsrelatie staat; e.van de man die na toepassing van het in de openbare lichamen geldende internationaal privaatrecht tot het kind in een familierechtelijke vaderschapsrelatie staat. 3 Als pleegkind wordt beschouwd het kind dat duurzaam tot het huishouden van de rechthebbende behoort en door de rechthebbende wordt verzorgd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.