Wet inzake spaarbewijzen

Huidige tekst

Artikel 1 Wet inzake spaarbewijzen

Geldt sinds 1 juni 1996

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: a.spaarbewijzen: waardepapieren aan toonder, welke een nominale vordering op de uitgevende instelling inhouden en waarbij de rente niet gedurende de looptijd opeisbaar wordt; b.Onze Minister: Onze Minister van Financiën; c.de Bank: De Nederlandsche Bank N.V.; d.representatieve organisatie: een organisatie, die met betrekking tot de uitvoering van deze wet door Onze Minister, de Bank gehoord, als representatieve organisatie voor een groep van ondernemingen en instellingen is aangewezen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.