Wet goedkeuring en uitvoering Verdrag van Londen (NAVO-SOFA)

Huidige tekst

Artikel 2 Wet goedkeuring en uitvoering Verdrag van Londen (NAVO-SOFA)

Geldt sinds 9 september 1953

  1. 1

    Bij de opsporing en het onderzoek van strafbare feiten, waarvan ingevolge het bepaalde in artikel VII van het bij deze Wet goedgekeurde Verdrag een rechter van de Staat van herkomst kennis neemt, zijn de Nederlandse opsporingsambtenaren, het openbaar Ministerie en de rechter-commissaris verplicht op verzoek van de met de vervolging van deze feiten belaste autoriteit van de Staat van herkomst of van een officier van de strijdkrachten van die Staat hun medewerking te verlenen.

  2. 2

    Bij de in het voorgaande lid bedoelde medewerking zijn de daar bedoelde ambtenaren bevoegd tot alle handelingen, welke de wet ter voorbereiding van de vervolging en berechting kent in zaken, waarvan de Nederlandse rechter kennis neemt, met inachtneming overigens van hetgeen in het volgend artikel is bepaald.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.