Wet goed verhuurderschap

Huidige tekst

Artikel 16 Wet goed verhuurderschap

Geldt sinds 12 februari 2025

  1. 1

    Burgemeester en wethouders beëindigen het beheer: a.als de verhuurder door middel van een verhuurplan naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de toekomst zal handelen in overeenstemming met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a, of de van toepassing zijnde voorwaarden, bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid; b.indien van toepassing, de noodzakelijke voorzieningen of aanpassingen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, zijn uitgevoerd; en c.indien van toepassing, de resterende kosten, bedoeld in artikel 15, vierde lid, door de verhuurder zijn voldaan.

  2. 2

    Indien het eigendom van de woon- of verblijfsruimte of het gebouw waarin die woon- of verblijfsruimte is gelegen door de verhuurder is overgedragen aan een nieuwe eigenaar beëindigen burgemeester en wethouders het beheer: a.indien van toepassing, de noodzakelijke voorzieningen of aanpassingen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, zijn uitgevoerd; b.indien van toepassing, de resterende kosten, bedoeld in artikel 15, vierde lid, zijn voldaan; en c.indien voor het verhuren van die woon- of verblijfsruimte een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verplicht is en deze aan de nieuwe eigenaar is verstrekt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.