Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven

Huidige tekst

Artikel 5 Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven

Geldt sinds 18 juni 2019

  1. 1

    Er is een Passagiersinformatie-eenheid die tot taak heeft: a.passagiersgegevens die op grond van artikel 4 door een luchtvaartmaatschappij worden verstrekt, te verzamelen, op te slaan en anderszins te verwerken, en die gegevens of het resultaat van de verwerking ervan door te geven aan de bevoegde instanties; en b.passagiersgegevens of het resultaat van de verwerking ervan uit te wisselen met de Passagiersinformatie-eenheden van de andere lidstaten en met Europol.

  2. 2

    De Passagiersinformatie-eenheid is ondergebracht bij een door Onze Minister op te richten of aan te wijzen instantie of een onderdeel daarvan die bevoegd is terroristische en ernstige misdrijven te voorkomen, op te sporen, te onderzoeken of te vervolgen.

  3. 3

    De taken vermeld in het eerste lid worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van Onze Minister.

  4. 4

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de organisatie, inrichting en werkwijze van de Passagiersinformatie-eenheid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.