Wet fiscale arbitrage

Huidige tekst

Artikel 4.10 Wet fiscale arbitrage

Geldt sinds 16 juli 2019

  1. 1

    De kosten van een arbitragecommissie worden gelijkelijk over de lidstaten verdeeld.

  2. 2

    Onze Minister en de andere bevoegde autoriteit kunnen overeenkomen dat de kosten van een arbitragecommissie worden gedragen door de belanghebbende ingeval: a.de belanghebbende een kennisgeving van intrekking van de klacht heeft ingediend overeenkomstig artikel 2.5, vijfde lid; of b.de belanghebbende een verzoek heeft gedaan overeenkomstig artikel 4.1, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en de arbitragecommissie heeft besloten dat de betrokken bevoegde autoriteit de klacht terecht heeft afgewezen.

  3. 3

    Kosten als bedoeld in het eerste en tweede lid zijn: a.de uitgaven van de vooraanstaande onafhankelijke personen, die een bedrag vormen dat gelijk is aan het gemiddelde van de gebruikelijke terugbetaling aan hoge ambtenaren van de betrokken lidstaten; b.de vergoeding van de vooraanstaande onafhankelijke persoon die beperkt is tot € 1000 per persoon per dag voor iedere dag dat de arbitragecommissie bijeenkomt.

  4. 4

    De kosten die de belanghebbende maakt, worden niet door de lidstaten gedragen.

  5. 5

    Bij de instelling van een arbitragecommissie voor alternatieve geschilbeslechting kan in de werkingsregels van dit artikel worden afgeweken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.