Wet financiering sociale verzekeringen

Wfsv

Huidige tekst

Artikel 34 Wfsv

Geldt sinds 1 januari 2022

Gedifferentieerde premies en quotumheffing 1 De premie is verschuldigd door werkgevers in de zin van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en bestaat uit een gedifferentieerde premie ten behoeve van het Arbeidsongeschiktheidsfonds en een gedifferentieerde premie ten behoeve van de Werkhervattingskas. 2 In afwijking van artikel 20 kan de werkgever de met betrekking tot een werknemer door hem verschuldigde gedifferentieerde premie ten behoeve van de Werkhervattingskas, bedoeld in artikel 38, verhalen op de werknemer onder bij ministeriële regeling te bepalen voorwaarden tot een bij die regeling nader te bepalen bedrag, dat ten hoogste de helft van de door de werkgever verschuldigde premie kan bedragen. 3 De quotumheffing is verschuldigd door werkgevers in de zin van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. 4 De quotumheffing is niet verschuldigd indien in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarover de quotumheffing wordt geheven, de werkgever minder dan 25 vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal verloonde uren per werknemer op jaarbasis in Nederland aan verloonde uren als bedoeld in artikel 38b, vierde lid, in de loonaangifte op grond van de Wet op de loonbelasting 1964 heeft verantwoord. 5 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën werknemers worden aangewezen ten aanzien waarvan de verloonde uren bij de toepassing van het vierde lid in mindering worden gebracht op het totaal aantal verloonde uren die de werkgever in de loonaangifte heeft verantwoord. 6 Indien de quotumheffing op grond van het vierde lid zou zijn verschuldigd maar in het kalenderjaar waarover de quotumheffing wordt geheven blijkt dat de werkgever minder dan 25 vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal verloonde uren per werknemer op jaarbasis in Nederland aan verloonde uren als bedoeld in artikel 38b, vierde lid, in de loonaangifte op grond van de Wet op de loonbelasting 1964 heeft verantwoord, is de quotumheffing niet verschuldigd. 7 De voor de toepassing van het vierde en zesde lid in aanmerking te nemen verloonde uren worden vastgesteld op grond van de loonaangiften die uiterlijk op 1 mei van het jaar waarover de quotumheffing wordt geheven onderscheidenlijk op 1 mei van het jaar volgend op kalenderjaar waarover de quotumheffing wordt geheven zijn ingediend alsmede de correcties daarop die uiterlijk op die datum zijn ingediend. Hierbij worden uitsluitend loonaangiften en correcties in aanmerking genomen met betrekking tot het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarover de quotumheffing wordt geheven onderscheidenlijk het kalenderjaar waarover de quotumheffing wordt geheven. 8 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ter uitvoering van het vierde en zesde lid die in ieder geval betrekking hebben op: a.de bepaling van het gemiddeld aantal verloonde uren per werknemer op jaarbasis in Nederland in het desbetreffende kalenderjaar; b.de herleiding van het totaal aantal verloonde uren door de werkgever indien de werkgever in het desbetreffende kalenderjaar niet gedurende het gehele kalenderjaar de hoedanigheid van werkgever heeft gehad.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:766Parket bij de Hoge Raad, 2 juli 2013 (belastingrecht)

    Belanghebbende leent in 2004 € 35.000 van een bank om dat bedrag tegen onzakelijke voorwaarden door te lenen aan zijn werkgever. Bij het faillissement van de werkgever in 2007 heeft belanghebbende…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BX9906Parket bij de Hoge Raad, 15 maart 2013 (belastingrecht)

    Bij naheffingsaanslag loonheffing in rekening gebrachte heffingsrente door werknemer vergoed aan werkgever: geen negatief loon.

  • ECLI:NL:PHR:2012:BT8788Parket bij de Hoge Raad, 9 maart 2012 (belastingrecht)

    Art. 38 Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). Gedifferentieerde WGA-premie. Kleine werkgever. Verbindendheid Besluit Wfsv.

  • ECLI:NL:PHR:2012:BU4871Parket bij de Hoge Raad, 9 maart 2012 (belastingrecht)

    Art. 37 Wfsv. Uniforme WAO-premie gebaseerd op verbindende Besluiten. Art. 8:77 Awb. Beroep ten onrechte opgevat als gericht tegen algemeen verbindende voorschriften als zodanig.

  • ECLI:NL:GHDHA:2020:785Gerechtshof Den Haag, 1 april 2020 (belastingrecht)

    Belanghebbende is als lid van het administratief en technisch personeel werkzaam bij een ambassade. Hij stelt dat aan hem ten onrechte aanslagen IB/PVV zijn opgelegd, omdat uit een brief van het…

  • ECLI:NL:GHARL:2018:1473Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 januari 2018 (civiel recht)

    WWZ-procedure. Loonvordering gebaseerd op artikel 8 Waadi van een uitzendkracht die tewerk is gesteld bij een regionale omroep.

  • ECLI:NL:RBNHO:2015:11505Rechtbank Noord-Holland, 29 december 2015 (belastingrecht)

    Het standpunt van eiseres dat bij de bepaling van de hoogte van de op de voet van artikel 122ca, tweede lid, van de Wfsv te verlenen teruggaaf rekening moet worden gehouden met correctieberichten die…

  • ECLI:NL:GHAMS:2013:3384Gerechtshof Amsterdam, 26 september 2013 (belastingrecht)

    Wet financiering sociale verzekeringen. Bevoegdheid inspecteur om nieuwe beschikkingen gedifferentieerde premie te nemen. Naar het oordeel van het Hof was de inspecteur hiertoe niet bevoegd.

39 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.