Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis

Huidige tekst

Artikel 3 Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis

Geldt sinds 1 januari 2009

Personele en materiële kosten die samenhangen met het koningschap, niet zijnde de uitkeringen die op grond van de artikelen 1 en 2 worden verstrekt, worden bekostigd uit de begroting van het Rijk voor zover deze hiervoor een voorziening bevat en nadat de kosten door of vanwege de Koning daartoe door tussenkomst van Onze Minister-President bij Onze minister die het aangaat zijn gedeclareerd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2011:BT7337Raad van State, 12 oktober 2011 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 2 december 2009 heeft de minister naar aanleiding van een verzoek van RTL documenten openbaar gemaakt. Bij besluit van 8 februari 2010 heeft de minister het door RTL daartegen…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.