Wet College voor de rechten van de mens

Huidige tekst

Artikel 10 Wet College voor de rechten van de mens

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Het College a. 1° kan op schriftelijk verzoek onderzoeken of een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in de volgende wetten en bepalingen en zijn oordeel daarover kenbaar maken: de Algemene wet gelijke behandeling; de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen; artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; artikel 1614aa van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek BES; de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte; de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid; de Wet van 7 november 2002 tot uitvoering van de richtlijn 1999/70/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (Stb. 2002, 560); de Wet van 3 juli 1996 houdende wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Ambtenarenwet in verband met het verbod tot maken van onderscheid tussen werknemers naar arbeidsduur (Stb. 1996, 391); 2° kan op schriftelijk verzoek onderzoeken of gehandeld is in strijd met artikel 2 van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte en zijn oordeel daarover kenbaar maken; b. kan uit eigen beweging onderzoeken of zodanig onderscheid stelselmatig wordt gemaakt en zijn oordeel daarover kenbaar maken.

  2. 2

    Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan worden ingediend door: a.degene die meent dat te zijnen nadele een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in een of meer van de in het eerste lid genoemde wetten; b.de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of het bevoegd gezag, die wensen te weten of zij een onderscheid maken als bedoeld in een of meer van de in het eerste lid genoemde wetten; c.degene die belast is met de beslissing over een geschil met betrekking tot onderscheid als bedoeld in een of meer van de in het eerste lid genoemde wetten; d.een ondernemingsraad, die meent dat in de onderneming waarvoor deze is ingesteld, onderscheidenlijk een met die ondernemingsraad vergelijkbaar medezeggenschapsorgaan, dat meent dat in het organisatorisch samenwerkingsverband waarvoor het is ingesteld, onderscheid wordt gemaakt als bedoeld in een of meer van de in het eerste lid genoemde wetten; e.een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid of stichting, die in overeenstemming met haar statuten de belangen behartigt van diegenen in wier bescherming een of meer van de in het eerste lid genoemde wetten beoogt te voorzien.

  3. 3

    In het geval een schriftelijk verzoek als bedoeld in het tweede lid, onderdelen d en e, personen noemt ten nadele van wie zou zijn gehandeld, dan wel indien een onderzoek ingesteld uit eigen beweging, betrekking heeft op zodanige personen, stelt het College deze personen op de hoogte van het voornemen tot onderzoek. Het College is niet bevoegd in het onderzoek en de beoordeling personen als bedoeld in de eerste volzin te betrekken die schriftelijk hebben verklaard daartegen bedenkingen te hebben.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2015:1970Parket bij de Hoge Raad, 11 september 2015 (civiel recht)

    Cassatie in het belang der wet. Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (WGB). Maakt pensioenreglement verboden indirect onderscheid tussen mannen en vrouwen? Proportionaliteit, subsidiariteit.…

  • ECLI:NL:RBROT:2022:5191Rechtbank Rotterdam, 30 juni 2022 (bestuursprocesrecht)

    De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat geen beroep mogelijk is tegen een oordeel van het College voor de rechten van de mens.

  • ECLI:NL:RBROT:2022:5192Rechtbank Rotterdam, 30 juni 2022 (bestuursprocesrecht)

    Er is geen sprake van een Awb-besluit. Opposant ontvangt afzonderlijk een (elektronisch) overzicht van de door verweerder gebruikte persoonsgegevens.

  • ECLI:NL:RBMNE:2020:4307Rechtbank Midden-Nederland, 7 oktober 2020 (verbintenissenrecht)

    Eiseres is doorverwezen door haar tandarts naar de kaakchirurg verbonden aan het [gedaagde sub 1] voor het treken van haar verstandskies. Nadat eiseres ter voorbereiding op de verdere behandeling…

  • ECLI:NL:GHSHE:2020:2703Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 1 september 2020 (arbeidsrecht)

    Sollicitatieprocedure. Leeftijdsdiscriminatie? Bewijslast. Geen overtreding van het verbod van onderscheid op grond van leeftijd. Geen onrechtmatig handelen als bedoeld in artikel 6:162 BW. Gestelde…

  • ECLI:NL:GHSHE:2020:1978Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30 juni 2020 (arbeidsrecht)

    arbeidsrecht, geen leeftijdsdiscriminatie en/of discriminatie wegens handicap/chronische ziekte, sollicitatie- en selectieprocedure, aannemen personeel

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.