Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek

Huidige tekst

Artikel 10 Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek

Geldt sinds 1 juli 2017

  1. 1

    De gemeenteraad kan in de huisvestingsverordening bepalen dat een huisvestingsvergunning voor in die verordening aangewezen categorieën van woonruimte in de op basis van artikel 5, derde lid, aangewezen complexen, straten of gebieden, niet wordt verleend indien op basis van het in die aanwijzing genoemde instrument, bedoeld in artikel 5, derde lid, blijkt dat er een gegrond vermoeden is dat het huisvesten van de personen van 16 jaar en ouder die zich in een woonruimte in dat complex, die straat of dat gebied willen huisvesten, zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in dat complex, die straat of dat gebied.

  2. 2

    De gemeenteraad kan in de huisvestingsverordening bepalen dat een persoon van 16 jaar en ouder die zich op een later tijdstip bij de houder van een huisvestingsvergunning als bedoeld in het eerste lid, wil huisvesten over een huisvestingsvergunning dient te beschikken. Zulk een huisvestingsvergunning wordt niet verleend indien op basis van het in die aanwijzing genoemde instrument, bedoeld in artikel 5, derde lid, blijkt dat er een gegrond vermoeden is dat het huisvesten van die persoon zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in het complex, de straat of het gebied waarin de woonruimte is gelegen.

  3. 3

    De gemeenteraad past de bevoegdheid, bedoeld in het eerste en tweede lid, toe indien dat naar zijn oordeel noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van grootstedelijke problematiek in de gemeente en voldoet aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit.

  4. 4

    De gemeenteraad kan in de huisvestingsverordening bepalen dat een last onder bestuursdwang of een bestuurlijke boete kan worden opgelegd ter zake van de overtreding van de voorschriften, bedoeld in artikel 10b, vijfde lid. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  5. 5

    Het college van burgemeester en wethouders kan aan een woningzoekende aan wie onder toepassing van het eerste of tweede lid geen huisvestingsvergunning zou kunnen worden verleend, alsnog een huisvestingsvergunning voor het in gebruik nemen van woonruimte als bedoeld in die leden verlenen, indien het weigeren ervan tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2023:850Rechtbank Rotterdam, 3 februari 2023 (bestuursrecht)

    bestuurlijke boete wegens overtreding Verordening grootstedelijke problematiek Schiedam 2019, van overtreding kan slechts sprake zijn als de huurprijs onder de huurprijsgrens ligt, hiervan is geen…

  • ECLI:NL:RVS:2020:1155Raad van State, 29 april 2020 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 15 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [wederpartij] een bestuurlijke boete opgelegd van € 4.000,00 voor het zonder vergunning onttrekken…

  • ECLI:NL:RVS:2020:1157Raad van State, 29 april 2020 (bestuursrecht)

    Bij twee besluiten van 31 oktober 2017 heeft het college aanvragen van Neva om een vergunning voor woningvorming in de panden aan de Carnisselaan 56A en de Katendrechtse Lagedijk 206C te Rotterdam…

  • ECLI:NL:RVS:2020:1161Raad van State, 29 april 2020 (bestuursrecht)

    Bij twee besluiten van 13 september 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [wederpartij sub 1] en aan [wederpartij sub 2] ieder een bestuurlijke boete opgelegd van €…

  • ECLI:NL:RBROT:2019:9617Rechtbank Rotterdam, 7 december 2019 (bestuursrecht)

    De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat hoofdstuk 2 van de Huisvestingsverordening 2017 zijn grondslag heeft in de Wbmgp. Verweerder heeft deze bepalingen aan het bestreden besluit ten…

  • ECLI:NL:RBROT:2011:BQ9961Rechtbank Rotterdam, 30 juni 2011 (bestuursrecht)

    Omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte. Last onder dwangsom. Bepalingen huisvestingsverordening voldoende duidelijk. Geen inwoning. Dwangsom kan worden berekend aan de hand van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.