Wet beschikbaarheid goederen

Huidige tekst

Artikel 6 Wet beschikbaarheid goederen

Geldt sinds 1 januari 1998

  1. 1

    Aan een rechthebbende, met wie ten aanzien van de schadeloosstelling, geen overeenstemming wordt bereikt, wordt een door of namens Onze Minister, die het bevel heeft gegeven of doen geven, gedagtekend en ondertekend bewijs verstrekt, hetwelk de bedragen vermeldt, die als schadeloosstelling zijn aangeboden, onderscheidenlijk verlangd.

  2. 2

    De schadeloosstelling wordt alsdan in hoogste ressort vastgesteld door commissiën, welke daartoe door Ons worden ingesteld.

  3. 3

    De rechthebbende dient bij ongezegeld verzoekschrift zijn vordering tot het bedrag, waarop hij meent recht te hebben, binnen twee maanden, na verzending van het in het eerste lid vermelde bewijs, bij de bevoegde commissie in. Indien de rechthebbende niet binnen deze termijn een verzoekschrift heeft ingediend, kan Onze Minister, die het bevel heeft gegeven of doen geven, een verzoekschrift tot vaststelling van de schadeloosstelling in hoogste ressort bij de bevoegde commissie indienen.

  4. 4

    Wij stellen bij algemene maatregel van bestuur regelen vast over de samenstelling, benoeming, werkwijze en bevoegdheid der commissiën.

  5. 5

    De overeenkomstig het tweede lid vastgestelde schadeloosstelling wordt terstond betaalbaar gesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.