Wet bekostiging financieel toezicht 2019

Huidige tekst

Artikel 13 Wet bekostiging financieel toezicht 2019

Geldt sinds 1 januari 2023

Vergoeding kosten toezichthouders 1 De kosten van de toezichthouder voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 2, worden ten laste gebracht van de onder toezicht staande personen en de personen voor wie de toezichthouder een eenmalige handeling verricht. 2 De kosten worden bepaald en ten laste gebracht op basis van een systematiek met de volgende uitgangspunten: a.de kosten die ten laste worden gebracht, houden niet meer in dan die volgen uit de begroting van de toezichthouder, met inbegrip van het exploitatiesaldo van het daaraan voorafgaande jaar en het te spreiden deel van het exploitatiesaldo overeenkomstig artikel 12a; b.zowel directe als indirecte kosten kunnen in rekening worden gebracht; c.de kosten van een eenmalige handeling worden ten laste gebracht aan de persoon voor wie die handeling is verricht; en d.de kosten voor de uitvoering van de taken in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba worden niet op grond van deze wet in rekening gebracht, met uitzondering van de taken op grond van de Pensioenwet BES.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2023:6366Rechtbank Rotterdam, 21 juli 2023 (bestuursrecht)

    Financieel toezicht, heffing reguliere toezichtkosten betaalinstellingen, doorberekening kosten eenmalige handelingen in kosten doorlopend toezicht, beroep ongegrond.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.