Wet beëindiging financiële verhouding tussen Staat en Kerk

Huidige tekst

Artikel 3 Wet beëindiging financiële verhouding tussen Staat en Kerk

Geldt sinds 1 januari 1994

  1. 1

    In afwijking van het bepaalde in artikel D1, onder e, van de Algemene burgerlijke pensioenwet ( Stb. 1979, 679) komt niet als diensttijd in aanmerking de tijd doorgebracht in kerkelijke betrekkingen na 31 december 1983.

  2. 2

    Degene, die voor 1 januari 1984 ingevolge de Algemene burgerlijke pensioenwet, de Spoorwegpensioenwet ( Stb. 1979, 680) of de Algemene militaire pensioenwet ( Stb. 1979, 305) recht of uitzicht op pensioen heeft verkregen met toepassing van de in het vorige lid bedoelde bepaling, behoudt dat recht of uitzicht.

  3. 3

    Tijd voor 1 januari 1984 doorgebracht in kerkelijke betrekkingen komt als diensttijd in aanmerking onder de voorwaarden gesteld in artikel D2 van de Algemene burgerlijke pensioenwet, onderscheidenlijk artikel D2 van de Algemene militaire pensioenwet, met dien verstande, dat voor de toepassing van het bepaalde in artikel F1, derde lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet, onderscheidenlijk in artikel D2, tweede lid, onder b, van de Algemene militaire pensioenwet, tijd na 31 december 1983 doorgebracht in kerkelijke betrekkingen wordt geacht geen onderbreking te vormen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.