Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen

WAMIL

Huidige tekst

Artikel 1 WAMIL

Geldt sinds 29 december 2005

  1. 1

    Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald wordt verstaan onder: a.belanghebbende: 1°. hij, die dienstplichtige is in de zin van de Dienstplichtwet of krachtens die wet als dienstplichtige wordt beschouwd dan wel hij die dienstplichtige is in de zin van de Kaderwet dienstplicht; 2°. hij, die verplicht tot het reserve-personeel der krijgsmacht behoort; 3°. hij, die is aangesteld bij het reserve-personeel der krijgsmacht om bij het Korps Nationale Reserve, als bedoeld in het Besluit Nationale Reserve (koninklijk besluit van 14 oktober 1982, nummer 48), militaire dienst te verrichten; 4°. hij, die krachtens artikel 51 van de Oorlogswet voor Nederland wordt aangemerkt als militair; b.dag, waarop het verblijf in werkelijke dienst eindigt: de dag van ingang van: 1°. klein verlof in afwachting van groot verlof; 2°. groot verlof, indien dit niet is vooraf gegaan door klein verlof in afwachting van groot verlof; 3°. ontslag, indien dit niet is vooraf gegaan door een verlof genoemd onder 1° of 2°; c.arbeidsongeschiktheid: 1°. voor de toepassing van hoofdstuk II: a.ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid als bedoeld in artikel 46, zesde lid, van de Ziektewet; b.indien de in artikel 46, zesde lid, van de Ziektewet bedoelde arbeid niet aanwijsbaar is, de arbeidsongeschiktheid als bedoeld in de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; 2°. voor de toepassing van hoofdstuk III: arbeidsongeschiktheid als bedoeld in de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; d. uitvoeringsorgaan: het in artikel 7 genoemde orgaan.

  2. 2

    Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald wordt begrepen onder: a.belanghebbende: 1°. hij, die is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om in de krijgsmacht als geestelijke verzorger niet doorlopend werkzaam te zijn; 2°. hij, die ingevolge de Wet gewetensbezwaren militaire dienst is verplicht tot vervangende dienst; b.dag, waarop het verblijf in werkelijke dienst eindigt: de dag, met ingang waarvan ingevolge een desbetreffende beschikking de werkzaamheid als geestelijke verzorger, bedoeld onder a, 1°, in de krijgsmacht eindigt dan wel de dag, met ingang waarvan de vervangende dienst, bedoeld onder a, 2°, door groot verlof of door ontslag, indien dat ontslag niet is voorafgegaan door groot verlof, eindigt.

  3. 3

    De belanghebbende, die als gevolg van een ontslag uit de militaire dienst, onderscheidenlijk de burgerlijke openbare dienst, bedoeld in het tweede lid, onder a, 1°, of de vervangende dienst, bedoeld in dat lid, onder a, 2°, niet of niet langer voldoet aan de omschrijving van belanghebbende in het eerste of tweede lid, blijft voor de toepassing van deze wet nochtans als belanghebbende aangemerkt.

  4. 4

    Geen belanghebbende in de zin van deze wet is de persoon die op of na 29 december 2005 arbeidsongeschikt wordt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3450Centrale Raad van Beroep, 29 april 2011 (socialezekerheidsrecht)

    Overgangsrecht. Geen recht op WIA-uitkering indien betrokkene verzekerd isop grond van art. 16 WAO. De Raad stelt vast dat appellant vanaf 19 augustus 1997 een WAO-uitkering ontving, berekend naar…

  • ECLI:NL:CRVB:2003:AF4351Centrale Raad van Beroep, 28 januari 2003 (socialezekerheidsrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBARN:2000:AA9074Rechtbank Arnhem, 18 oktober 2000 (ambtenarenrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.