Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES

Huidige tekst

Artikel 40 Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES

Geldt sinds 1 januari 2019

  1. 1

    Voor zover bij of op grond van deze wet niet anders is bepaald en in afwijking van artikel 39 zijn ten aanzien van het bepaalde in hoofdstuk 4 de voor de heffing van de inkomstenbelasting geldende bepalingen betreffende de rechtsmiddelen van overeenkomstige toepassing.

  2. 2

    De inspecteur beslist pas op een bezwaarschrift nadat is komen vast te staan dat geen feiten en omstandigheden aanwezig zijn, die tevens van belang zijn voor de heffing van inkomstenbelasting, dan wel voor zover dat wel het geval is, de beslissing over de heffing van de inkomstenbelasting onherroepelijk is geworden.

  3. 3

    Met betrekking tot een naheffingsaanslag, die geheel of gedeeltelijk berust op feiten, die mede tot het opleggen van een naheffingsaanslag in de inkomstenbelasting ten laste van belanghebbende aanleiding hebben gegeven, neemt de termijn voor het instellen van beroep eerst een aanvang op de datum, waarop laatstbedoelde naheffingsaanslag onherroepelijk is komen vast te staan.

  4. 4

    Tegen hetgeen omtrent de toepassing van artikel 2 dezer wet, alsmede omtrent het zuiver inkomen in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting BES voor de heffing van die belasting onherroepelijk is komen vast te staan, is beroep niet toegelaten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.