Warenwetregeling Kaaskorstbedekkingsmiddelen

Huidige tekst

Artikel 4 Warenwetregeling Kaaskorstbedekkingsmiddelen

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Op de korst van kaas, bedoeld in artikel 9 van het Warenwetbesluit Zuivel, mogen kaaskorstbedekkingsmiddelen op basis van alginaten, celluloses, of mono- en diglyceriden van eetbare vetzuren, welke veresterd mogen zijn met azijnzuur, worden aangebracht.

  2. 2

    Kaaskorstbedekkingsmiddelen op basis van mono- en diglyceriden van eetbare vetzuren, veresterd met azijnzuur, worden vervaardigd uit: a.mono- en diglyceriden van eetbare vetzuren, veresterd met azijnzuur (E 472a); b.mono- en diglyceriden van eetbare vetzuren (E 471); c.gehydreerde natuurlijke oliën en vetten, geschikt voor consumptie door de mens; of d.bijenwas (E 901), carnaubawas (E 903), of gehydrogeneerde ricinusolie (Europese Farmacopee, monograph 1497).

  3. 3

    Bij de bereiding van de in het tweede lid bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen mogen worden toegevoegd: a.de bestanddelen, genoemd in artikel 3, tweede lid, tot ten hoogste 40%; of b.de bestanddelen, genoemd in artikel 3, vierde lid, onder a tot en met j, tot ten hoogste 10%.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.