Warenwetbesluit tatoeëren en piercen

Huidige tekst

Artikel 3 Warenwetbesluit tatoeëren en piercen

Geldt sinds 1 juli 2021

  1. 1

    Een ondernemer beschikt over een vergunning van Onze Minister voor het gebruik van tatoeage- of piercingmateriaal in de ruimte waar de materialen gebruikt worden of zullen worden of die voor het gebruik van de materialen is ingericht.

  2. 2

    Het eerste lid is niet van toepassing: a.op de ondernemer, die een onderneming in stand houdt waarin uitsluitend piercingmateriaal wordt gebruikt om een oorlel te piercen; b.op de ondernemer, die ter gelegenheid van een onderzoek dat plaatsvindt in het kader van een vergunningaanvraag ten overstaan van de met het toezicht op de naleving van dit besluit belaste ambtenaar, tatoeage- of piercingmateriaal gebruikt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2017:4882Rechtbank Rotterdam, 27 juni 2017 (bestuursrecht)

    Warenwetbesluit en de Warenwetregeling tatoeëren en piercen zijn niet in strijd met algemene rechtsbeginselen of een hogere regeling. Rechtbank verwijst naar uitspraak CBb van 20 september 2016…

  • ECLI:NL:CBB:2016:291College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20 september 2016 (bestuursrecht)

    Warenwetbesluit tatoeëren en piercen. Bevoegdheid College en procesbelang. Zonder vergunning verrichten van werkzaamheden als tatoeëerder. Exceptieve toetsing. Geen strijd met hogere rechtsregel of…

  • ECLI:NL:RBROT:2014:1372Rechtbank Rotterdam, 6 maart 2014 (bestuursrecht)

    Eiser is een bestuurlijke boete opgelegd wegens het zonder vergunning beroepsmatig tatoeëren. Exceptieve toetsing. Gelijkheidsbeginsel. Ongegrond beroep.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.