Warenwet

WaW

Huidige tekst

Artikel 7a WaW

Geldt sinds 17 november 2018

  1. 1

    Onze Minister kan op aanvraag een of meerdere instellingen aanwijzen, die bevoegd zijn tot het uitvoeren van door hem aan te wijzen werkzaamheden ingevolge bij of krachtens deze wet voorgeschreven keurings- of beoordelingsprocedures.

  2. 2

    Een aangewezen instelling is bevoegd om met inachtneming van de door Onze Minister gegeven aanwijzingen, onderdelen van de door haar te verrichten werkzaamheden door anderen te doen verrichten.

  3. 3

    Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gronden waarop de in het eerste lid bedoelde aanwijzing kan worden gegeven, geschorst, ingetrokken dan wel gewijzigd.

  4. 4

    Aan een aanwijzing krachtens het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden.

  5. 5

    Onze Minister kan voor de uitvoering van de in het eerste en tweede lid bedoelde werkzaamheden maximumtarieven vaststellen.

  6. 6

    Op de ingevolge het eerste lid aangewezen instellingen is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen niet van toepassing, tenzij bij algemene maatregel van bestuur anders is bepaald.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CBB:2024:648College van Beroep voor het bedrijfsleven, 24 september 2024 (bestuursrecht)

    Appellant heeft niet toegelicht hoe zijn belang zich onderscheidt van het belang van andere exploitanten. Daarnaast heeft de staatssecretaris bevestigd dat appellant (nog steeds) bij MME, dan wel…

  • ECLI:NL:CBB:2017:115College van Beroep voor het bedrijfsleven, 30 maart 2017 (bestuursrecht)

    Intrekking aanwijzing als instelling die met betrekking tot attractie- en speeltoestellen bevoegd is tot het verrichten van keuringen, het afgeven van certificaten van goedkeuring, het aanbrengen van…

  • ECLI:NL:RBROT:2015:7303Rechtbank Rotterdam, 15 oktober 2015 (bestuursrecht)

    De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat verweerder, gelet op het in artikel 19, eerste lid, aanhef en onder d, e en f, van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen neergelegde…

  • ECLI:NL:RBROT:2013:6515Rechtbank Rotterdam, 29 augustus 2013 (bestuursrecht)

    Rechtsoordeel van minister van VWS inzake veiligheid partij kerstverlichting. Verhouding tussen de bijlage bij het Warenwetbesluit elektrotechnische produkten (WEP) en de aanwijzing van NEN-normen…

  • ECLI:NL:RBROT:2012:BX8186Rechtbank Rotterdam, 18 september 2012 (bestuursrecht)

    Aangewezen instelling trekt het eerder verleende certificaat van goedkeuring voor een kermisattractietoestel in. De voorzieningenrechter is, anders dan verzoekster, van oordeel dat de in artikel 6…

  • ECLI:NL:RBROT:2012:BX2421Rechtbank Rotterdam, 23 juli 2012 (bestuursrecht)

    In het bestreden besluit heeft verweerder aangekondigd dat zal worden overgegaan tot verzegeling van het kermisattractietoestel van verzoeker. In het bestreden besluit is daarbij meegedeeld dat…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.