Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel

VBD

Huidige tekst

Artikel 12 VBD

Geldt sinds 7 november 2018

Huisvesting en voeding van rijkswege 1. In dit artikel wordt, indien de militair gebruik moet maken van de faciliteiten van in Duitsland gesitueerde Britse messes, verstaan onder noodzakelijk gemaakte kosten: a.ten aanzien van huisvesting: de verschuldigde kosten wegens verstrekking van huisvesting ( accommodation charges ), in voorkomend geval vermeerderd met de verplichte bijdragen wegens subscriptions, maintenance, sports, silver, fund, messfunctions, library, united services club en staff gratuities, voor zover het totaal van die bijdragen een bedrag per maand te boven gaat van € 10,23 voor officieren of € 5,11 voor andere militairen; b.ten aanzien van voeding: de verschuldigde kosten wegens verstrekking van voeding ( ration charges ), met inbegrip van de tafelgelden ( extra messing charges ). 2. Aan de militair die is geplaatst in een gebied buiten Nederland en die gebruik maakt van huisvesting en voeding van defensie, wordt huisvesting en voeding verstrekt bij een onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht, dan wel – indien dat niet leidt tot onnodig hoge kosten voor het Rijk – bij een onderdeel van de krijgsmacht van een buitenlandse mogendheid of een internationale organisatie waarbij Nederland krachtens een verdrag is aangesloten. 3. Indien geen of geen passende huisvesting als bedoeld in het tweede lid kan worden verstrekt, wordt de militair door de zorg van de commandant voor rekening van het Rijk elders gehuisvest. 4. Aan kosten van huisvesting worden vergoed de naar het oordeel van de commandant noodzakelijk gemaakte kosten. 5. De in een gebied buiten Nederland geplaatste militair die als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018 en die zelf voor betaling van voeding zorg dient te dragen, heeft aanspraak op een tegemoetkoming: a.indien naar het oordeel van de commandant gebruik kan worden gemaakt van een passende, voor militairen bestemde eetgelegenheid: het voor het betreffende gebied geldende bedrag dat is opgenomen in tabel 8, vermeerderd met het bedrag van een toeslag, indien deze door de militair is verschuldigd; b.in de overige gevallen: de naar het oordeel van de commandant noodzakelijk gemaakte kosten tot een maximum van de vergoedingen op basis van de Regeling dienstreizen defensie, bijlage C, voor het betrokken gebied of gebiedsdeel, waarbij na zestig dagen verblijf aldaar op het aldus berekende bedrag 25 procent in mindering wordt gebracht. 6. De in een gebied buiten Nederland geplaatste militair die voeding van defensie tegen contante betaling geniet als bedoeld in artikel 9, tweede lid van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018, maar van die voeding naar het oordeel van de commandant geen gebruik kan maken, heeft aanspraak op een tegemoetkoming: a.indien naar het oordeel van de commandant gebruik kan worden gemaakt van een passende, voor militairen bestemde eetgelegenheid: het voor het betreffende gebied geldende bedrag dat is opgenomen in tabel 9, vermeerderd met het bedrag van een toeslag, indien deze door de militair is verschuldigd; b.in de overige gevallen: de naar het oordeel van de commandant noodzakelijk gemaakte kosten tot een maximum van de vergoedingen op basis van de Regeling dienstreizen defensie, bijlage C, voor het betrokken gebied of gebiedsdeel, waarbij na zestig dagen verblijf aldaar op het aldus berekende bedrag 25 procent in mindering wordt gebracht, verminderd met de som van: 1°. het bedrag dat in Nederland zou zijn verschuldigd op grond van artikel 9, tweede lid van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018, en 2°. de voor het betrokken gebied geldende duurtecorrectie – voor zover deze positief is – berekend over het bedrag, bedoeld ten 1°.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2024:1412Centrale Raad van Beroep, 11 juli 2024 (ambtenarenrecht)

    Beeindiging tegemoetkoming voedingskosten. Per augustus 2020 is het beleid aangepast. Appellanten 1 en 3 verbleven met hun partner in de VS en hierdoor geldt een overgangstermijn waarbij de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:16231Rechtbank Den Haag, 1 mei 2023 (ambtenarenrecht)

    termijnoverschrijding, niet verschoonbaar

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:206Rechtbank Den Haag, 16 januari 2023 (ambtenarenrecht)

    leerling-vlieger in USA met partner, geen tegemoetkoming in de voedingskosten

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:207Rechtbank Den Haag, 16 januari 2023 (ambtenarenrecht)

    leerling-vlieger in de USA met partner, geen tegemoetkoming in de voedingskosten

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:208Rechtbank Den Haag, 16 januari 2023 (ambtenarenrecht)

    leerling-vlieger in de USA met partner, geen tegemoetkoming in de voedingskosten

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:210Rechtbank Den Haag, 16 januari 2023 (ambtenarenrecht)

    leerling-vlieger in de USA met partner, geen tegemoetkoming in de voedingskosten

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:17116Rechtbank Den Haag, 14 januari 2021 (ambtenarenrecht)

    Geen aanspraak op vergoeding van voedingskosten. Er is geen rechtsgrond om te oordelen dat verweerder een na het verblijf van eiser in de VS onstane uitvoeringspraktijk in het geval van eiser met…

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:17117Rechtbank Den Haag, 14 januari 2021 (bestuursrecht)

    Geen aanspraak op vergoeding van voedingskosten. Er is geen rechtsgrond om te oordelen dat verweerder een na het verblijf van eiser in de VS onstane uitvoeringspraktijk in het geval van eiser met…

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.