Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen

Huidige tekst

Artikel 10 Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Ministers en staatssecretarissen ontvangen een maandelijkse vergoeding voor de kosten van voorzieningen die voor hun eigen rekening komen en door hen mede worden aangewend ten behoeve van de vervulling van hun ambt.

  2. 2

    De maandelijkse vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt a. voor Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken € 940,00; b. voor Onze Minister van Buitenlandse Zaken € 940,00; c. voor een andere Minister € 470,01; d. voor een Staatssecretaris € 391,14.

  3. 3

    De maandelijkse vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt aangewezen als een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964.

  4. 4

    De in het tweede lid genoemde bedragen worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.