Voorschrift Vreemdelingen 2000

VV

Huidige tekst

Artikel 3.50a VV

Geldt sinds 12 juni 2026

  1. 1

    Een volgende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onder c, van de Wet wordt door de vreemdeling of zijn wettelijk vertegenwoordiger in persoon ingediend, nadat de vreemdeling schriftelijk, via het daarvoor bestemde formulier, te kennen heeft gegeven welke redenen aan die volgende aanvraag ten grondslag liggen. Daarbij dient hij gelijktijdig ter staving van de aanvraag alle hem ter beschikking staande elementen en documenten te overleggen.

  2. 2

    Het eerste lid is niet van toepassing op de vreemdeling: a.aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen; of b.die door de Minister is geïnformeerd over de datum van de vlucht ter fine van zijn verwijdering.

  3. 3

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de eerdere aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Wet niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30 van de Wet, tenzij: a.deze afwijzingsgrond niet meer van toepassing is; b.de vreemdeling na afwijzing van de eerdere aanvraag vrijwillig is teruggekeerd naar of overgedragen is aan het land dat verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag; of c.zich een geval voordoet als bedoeld in het tweede lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.