Verdrag van Vriendschap en Samenwerking in Zuidoost-Azië

Huidige tekst

Artikel 2 Verdrag van Vriendschap en Samenwerking in Zuidoost-Azië

Geldt sinds 24 februari 1976

In hun onderlinge betrekkingen worden de Hoge Verdragsluitende Partijen geleid door de volgende fundamentele beginselen: a.wederzijds respect voor de onafhankelijkheid, soevereiniteit, gelijkwaardigheid, territoriale integriteit en nationale identiteit van alle staten; b.het recht van elke staat op een nationaal bestaan zonder bemoeienissen, subversie of dwang van buitenaf; c.niet-inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van een ander land; d.beslechting van geschillen of disputen met vreedzame middelen; e.afzien van de dreiging met en gebruik van geweld; f.doeltreffende onderlinge samenwerking.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.