Verdrag van handel en scheepvaart tussen Nederland en Noorwegen

Huidige tekst

Artikel 8 Verdrag van handel en scheepvaart tussen Nederland en Noorwegen

Geldt sinds 22 augustus 1913

De Hooge Contracteerende Partijen verbinden zich de geschillen, die tusschen Haar mochten rijzen over de toepassing of de uitlegging van dit verdrag en die niet langs den diplomatieken weg konden worden opgelost, te onderwerpen aan het permanente Hof van Arbitrage te 's Gravenhage. In elk bijzonder geval zullen de Hooge Contracteerende Partijen een bijzonder compromis sluiten, waarin nauwkeurig wordt omschreven het onderwerp van het geschil, de omvang der bevoegdheden van het scheidsgerecht, de taal, waarvan het scheidsgerecht zal gebruik maken, en die, waarvan het gebruik voor dat gerecht geoorloofd zal zijn, het bedrag dat elke partij als voorschot zal dienen te storten ter voldoening der kosten, en de regels, die in acht genomen zullen moeten worden met betrekking tot de formaliteiten en de termijnen der procedure. Bij gebreke aan daarmede in strijd zijnde bepalingen van het compromis, zal het scheidsgerecht bestaan uit drie leden. Elk der Hooge Contracteerende Partijen zal er een aanwijzen. De opper-arbiter zal worden aangewezen overeenkomstig de regelen, vervat in het verdrag van 's Gravenhage van 18 October 1907 voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.