Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oostenrijk

Huidige tekst

Artikel 6 Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oostenrijk

Geldt sinds 1 juli 1985

(1) Voor al hetgeen betreft het spoorwegregiem en het doorvoerverkeer verbinden zich de Hooge Verdragsluitende Partijen elkander alle redelijke vervoer-faciliteiten te verleenen en alle geschikte maatregelen te treffen opdat het vervoer op normale wijze en zonder moeilijkheden kan plaats hebben. (2) De voorgaande bepalingen maken in geen enkel opzicht inbreuk op de voorschriften der douanereglementen inzake de behandeling van doorvoerzendingen noch op de verordeningen betrekking hebbende op het verkeer van en den handel in goederen, welke aan een binnenlandsche belasting onderworpen zijn of het voorwerp zijn van een Staatsmonopolie. De doorvoer van de hierbedoelde goederen zal echter niet méér belemmerd mogen worden dan noodig is in verband met de eventueele inning van de binnenlandsche belasting op dat gedeelte van de goederen dat in het land zou blijven, of in het belang van het monopolie.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.